VALENCIA - En toen was daar Luc Willemse: vrijdag op en top bij de junioren tijdens de Rotax Max Grand Finals, zaterdag start hij doodleuk vooraan tijdens de dag des oordeels. Ook Richard Verschoor en Dennis Kroes mogen zich gaan opmaken voor de titelstrijd. Voor de andere vijf Nederlanders was het de teleurstelling wegslikken en met opgeheven hoofd vooruitkijken naar komend seizoen.
Bij de Nederlanders viel er met name feest te vieren in het kamp van Luc Willemse. De karter uit Amerongen reed kort achter de Belg Max Timmermans naar de derde plaats bij de junioren en verzekerde zich zo met vlag en wimpel van de prefinales. Het was een prestatie die niet uit de lucht kwam vallen. “Tijdens de training vanochtend reed ik meteen goed. Ik klokte de eerste tijd”, zei Willemse. “Tijdens de derde heat lag ik na de start derde, maar het middengedeelte van de race reed ik niet heel sterk en verloor een paar plaatsen. Daarna heb ik me goed teruggevochten.”
Zaterdag moet hij als vierde starten in de prefinale. “Het wordt heel erg nat en je weet nooit hoe een race in die omstandigheden zal verlopen. Ik ga er in ieder geval goed fel op zitten, zodat ik niet degene ben die plaatsen verliest, maar juist degene die plaatsen wint.”
In tegenstelling tot de strijdlustige Willemse moest Dylan Buys vrijdagochtend lijdzaam toezien hoe zijn plaats in de prefinales een illusie bleek. De jonge karter kende veel pech - hij was in de drie heats het slachtoffer van diverse aanrijdingen - en kwam zo niet meer in aanmerking voor de second chance op de vrijdagmiddag. Het was dan ook een ontgoochelde Buys die zijn verhaal deed. “Ik heb echt veel pech gehad. Door de beuken die ik vandaag heb gehad kon ik niet verder rijden. De spoorstang was krom”, sipte Buys, al wilde hij zijn presteren niet louter op externe factoren afschuiven. “Ik reed zelf ook heel slecht.”
Richard Verschoor had een heel ander verhaal te vertellen. Dat van de coureur die zich weliswaar plaatste voor de prefinales, maar die er door bepaalde omstandigheden niet uit kon halen wat van hem werd verwacht. “De ochtendtraining ging nog goed; ik reed de derde tijd, maar na de start van de derde heat moest ik iemand ontwijken die hard naar buiten kwam. Daarom moest ik de kart door het gras sturen. Anders was mijn hele chassis krom geweest. Na de start lag ik daarom vijftiende. In een rondje reed ik mezelf terug naar de vijfde plek, kreeg ik weer een beuk. Hij probeerde iemand in te halen en kwam daarbij bovenop mij terecht. Zaterdag moet ik als tiende starten. Ik ben door ja, maar als je voor de winst strijdt is de tiende plaats natuurlijk niet best.” Met regen is evenwel van alles mogelijk, weet ook Verschoor. “Wie weet zit er toch nog een podiumplek in.”
Van wie ook veel verwacht werd, was Christian Kuijer. Na afloop hoorde hij tot zijn grote ontsteltenis tot de vijf Nederlanders die zich niet bij de elite hadden geschaard die op zaterdag de finales mogen rijden. “Ik werd er in de een-na-laatste ronde af gereden. Ik werd zo de pitstraat ingeramd en eindigde daardoor als 25ste”, zei een teleurgestelde Kuijer. “Tijdens de second chance liep de motor niet goed. Ik kwam niet goed van mijn plek.”
En dus was het pardoes over voor de getalenteerde karter. “Qua snelheid zaten we de hele week bij de top tien, zeker op het droge We waren echt hartstikke snel. Vandaag heb ik helaas geen geluk gehad.”
Een andere pechvogel heette Giel Bronder. De coureur die uitkomt in de DD2-klasse concludeerde achteraf dat er meer had ingezeten, maar dat zijn dadendrang noodgedwongen werd gesmoord door technisch malheur. “In de eerste serierace viel de motor steeds stil. Probleem met de krukas”, zei hij. “Gelukkig ging de tweede serie wel naar behoren, maar in de derde serie kreeg ik weer een beuk en stond ik er langs. Tijdens de second chance-race begon het te regenen en verdween het droge spoor. Daardoor had ik geen tractie meer. Jammer, ik heb veel pech gehad. Het hele jaar werk je hier naartoe. Je merkt dat het goed gaat, dan verwacht je niet hier zo te eindigen. Het is zuur, maar het is niet anders. Toch heb ik kunnen laten zien dat ik bij de snelsten hoor. Daar ben ik heel mee.”