BERGHEM - De 100 rondenraces van de Kartbaan in Berghem zijn fantastisch. Je gaat met een groep vrienden, kennissen, sponsoren of werknemers de strijd aan met meer dan veertig andere equipes. Of het nu volop dertig graden is en de zon schijnt of dat de regen met bakken uit de lucht komt. Het blijft dikke FUN. En dat is nu zo belangrijk in het stressvolle leven anno 2009. Even lekker uitblazen, en waar doe je dat beter dan op de kart. Team RaceXpress was ook aanwezig en deed vooraf nog een regendans. Die vraag om regen werd beantwoord door Pluvius, die de hemelsluizen volledig opende. Iets te enthousiast, want binnen no time stond de hele kartbaan blank en had de wedstrijd meer weg van een speedboot-race. Maar de pret was er niet minder om. Integendeel, het was misschien wel meer FUN. RaceXpress had twee gastrijders waarvan één met nul ervaring... en al helemaal geen in de regen. Mister X vertelt over zijn vuurdoop, of beter gezegd zijn waterdoop:
Nee, ik ben geen ervaren karter, noem me gerust een rookie. Toch werd ik uitgenodigd om het team van RaceXpress te vertegenwoordigen tijdens de honderd ronden van Berghem.
Ik had het nog nooit gedaan, rijden op een natte baan. Sterker nog, ik had maar één keer eerder in een kart gereden en het was nooit een succes geweest. Het waren keren van aftasten geweest, van voelen hoe zo'n ding reageert en van uit moeten stappen op het moment dat het eindelijk begon te lopen.
'Zoek een pak en een helm uit', beet een vrouw van kartbaan Nieuw Zevenbergen me toe. Een beetje onwennig schoot ik in een donkerblauwe Sparco-overall, trok een veel te groot regenpak aan, vond een enigszins passende helm en liep naar buiten. Op zoek naar kartnummer 41. Achteraan op het lange rechte stuk van het circuit stond het ding, klaar voor de uitputtingsslag. Het was donker, de spaarzame buitenverlichting zette het circuit in een onheilspellende gele gloed. Ondertussen vormde de regen een steeds dieper wordende plas in het kuipstoeltje van de nummer 41. Ik ging maar gewoon zitten, want nat worden zou ik toch.
Het moest iets speciaals zijn, dat regenrijden. Ik had het al zo vaak gehoord. Zeeën water op de baan? Dán staan de echte coureurs op. Ach, het zou wat. Ik wilde eerst maar eens ervaren hoe moeilijk dat rijden in de regen eigenlijk is. 'Doe niet te gek, zorg dat je op de baan blijft', hadden teamleden Bas en Nelson me geadviseerd. Er werd met een vlag gezwaaid. Ik stampte het gaspedaal in. De kwalificatie was begonnen!
Links en rechts vlogen de karts me voorbij, steeds een flinke hoeveelheid water in mijn gezicht sproeiend. Deed ik soms iets fout? Het antwoord liet niet lang op zich wachten. Terwijl de een na de ander zich vastreed in de verregende groenstroken, hield ik mijn kart toch maar mooi op de baan. Het gaf me zelfvertrouwen, mijn eerst zo voorzichtige rijden werd steeds roekelozer. Hoe hard zou ik door die chicane kunnen?
Natuurlijk werd mijn overmoed afgestraft: alsof ik met kart en al in een zwembad dook, zoveel water golfde over me heen bij het insturen van die bocht. Ik hapte naar adem, voelde het koude modderwater in mijn nek, voelde het over mijn rug stromen. Ik wist dat mijn rode T-shirt langzaam donkerrood kleurde.
En toch: al met al ging het niet eens zo heel beroerd. In de tien minuten durende kwalificatie liet ik de kart maar één keer om zijn as draaien, verder hield ik het ding wonderwel op de baan. Of ik snel was? Ik had geen idee, maar dat ik bij de start niet vooraan zou staan, was me wel duidelijk. Daarom was ik enigszins positief verrast dat ik in de middenmoot de race mocht starten.
Ik had inmiddels wel geleerd dat ik niet als een dolle stier op die bocht moest afstormen. En, ik kon het inmiddels wel raden: velen zouden de fout ingaan. Dan kon ik er mooi voorbij. Maar het liep anders. Net na de eerste bocht reed iemand hard op me in. Ik dook in volle vaart in de modderplas die ik tijdens de kwalificatie zo wonderwel had vermeden. Terwijl de overige deelnemers uit mijn gezichtsveld verdwenen, stond mijn kart vast in het verzopen gras. Ik stapte uit om het ding de baan op te duwen, maar dat hoefde niet eens. De kart draaide stationair zo hoog dat-ie er uit zichzelf vandoor ging. Rennen!
Ik dook in de kart en hervatte als laatste de race. Het ging best lekker, haalde anderen in. Maar helaas, één momentje van overmoed en daar stond ik weer dwars op de baan. Moest ik mijn gewonnen plaatsen weer inleveren. Toch maar begonnen aan een nieuwe inhaalrace. Links van me kwam iemand ontiegelijk hard voorbij; even verder was die lastige bochtencombinatie. Was hij dan zo goed dat hij nauwelijks hoefde te remmen? Maar zie: daar crashte hij keihard in de bandenstapel. Ik moest lachen, ging hem voorbij. Door de crash was een bandenrij de baan op gestuiterd. Daar moest ik nu ineens omheen sturen! Wéér dwars op de baan.
Het was het laatste grote incident; het ging steeds beter, vond eindelijk de juiste lijnen. Geen echte fouten meer, ik haalde steeds meer karts in. Op dat moment gaf teammaat Bas aan dat ik nog vijf ronden moest voor de rijderswissel. Jammer, het ging net zo lekker!
Rijdend op de 37e plaats en met drie ronden achterstand op de koploper gaf ik de kart over aan Bas. Hij moest het gat zien dicht te rijden. En jawel, dat lukte hem wonderwel, ondanks de noodzakelijke kartwissel. Bas reed al in de toptien toen ons derde teamlid Nelson voor de laatste stint de kart van Bas overnam. Zijn opmars was ongelooflijk: negende, zevende, vijfde, vierde... Zou het nog een podiumplaats worden? Het zat er niet meer in, bleek al gauw.
En toch. Ik had een voldaan gevoel. Was weliswaar drijfnat, had honderden liters inktzwart water over me heen gehad, maar het was het waard geweest. Rijden in de regen was een fantastische ervaring. En die smaakt absoluut naar meer!
Voor meer informatie over de 100 ronden race, klik
hier.