SINT PETERSBURG – De kop is er af. In een incidentrijke race pakte Ryan Briscoe de eerste zege van het IndyCar Series-seizoen. De Australiër eindigde voor Hunter-Reay en oud F1 coureur Wilson. Robert Doornbos was goed op weg, maar veroorzaakte in de slotfase van de race een raceongeluk, waardoor de Nederlander het slechts met een elfde plaats moest doen.
Polesitter Graham Rahal werd bij de start direct voorbij gereden door Justin Wilson en Dario Franchitti, waarna Rahal een tik te verwerken kreeg van Tony Kanaan. Hierdoor spinde de racewinnaar van vorig jaar van de baan. Rookie Mike Conway lukte het eveneens niet om schade vrij door de eerste bochten te komen. De Engelsman verloor een wiel, waardoor een bezoek aan de pits noodzakelijk was. Robert Doornbos schoof door alle incidenten in de eerste ronde door naar de negende positie.
Na de herstart reden Justin Wilson en Dario Franchitti samen weg van de rest van het deelnemersveld en kwam Ryan Briscoe alleen te racen op de derde plaats. Tijdens een actieloos eerste half uur kon Justin Wilson langzaam aan een grote voorsprong opbouwen. Hierna werd het publiek wakker gemaakt door een aantal incidenten. Vitor Meira prikte als eerste de rechterachterband van Tagliani lek, waarop de Canadees rechtdoor de run-off inschoot. Niet veel later reden Danica Patrick en Raphael Matos tegen elkaar aan en schoven samen hard de bandenstapel in. Power en Dixon zorgden samen voor een komisch moment in de pitstraat. Doordat Will Power voorbij schoot aan zijn pitbox blokkeerde hij de tankinstallatie van Scott Dixon, waardoor beide heren veel vertraging opliepen.
Door de crash van Patrick en Matos was er een tweede neutralisatie nodig, die samen ging met een reeks van pitstops. Robert Doornbos was echter al binnen geweest en kon daardoor opklimmen naar de vijfde plaats. Briscoe leidde op dat moment de wedstrijd, voor Wheldon, Viso en Hunter-Reay. Bij de herstart van de race verloor Doornbos meteen een positie aan Justin Wilson, om even later terug te vallen naar de tiende plaats. Wilson zette zijn opmars voort door Hunter-Reay te verschalken voor de vierde positie, terwijl Ryan Briscoe langzaam wegreed van Wheldon en Viso.
Op driekwart van de race leken Briscoe, Wheldon en Wilson de beste kaarten in handen te hebben. Briscoe en Wheldon kwamen als eerste binnen voor hun laatste pitstop. Wilson kwam pas een paar ronden later binnen, waardoor hij net voor Ryan Briscoe de baan weer op kon en dus de leiding in de wedstrijd greep. Robert Doornbos was na de pitstopronde op de tiende plaats terecht gekomen. Net toen de race gereden leek, zorgde Ed Carpenter voor nog een neutralisatie door zijn bolide tegen de muur te zetten.
Bij de hervatting van de Grand Prix kon Robert Doornbos drie plaatsen winnen en schoof Hunter-Reay door naar de derde positie. De actie op de baan duurde echter niet lang. Ditmaal kwam regerend kampioen Dixon in de muur terecht, omdat hij een lekke band had overgehouden aan een treffen met Mutoh. Bij de herstart greep Ryan Briscoe de leiding in de wedstrijd, waarna Doornbos de aanstichter was van de volgende neutralisatie. De Nederlander duwde Wheldon de muur in, die vervolgens van achter aangereden werd door Mutoh. Robert Doornbos reed vervolgens met een kapotte achterkant richting de pitsstraat.
Met nog vier ronden te gaan eindigde ook de race van Marco Andretti door een botsing. Tagliani tikte de jonge Andretti in de rondte, waardoor nog een safetycar-situatie nodig was. Bij de laatste racehervatting van de race kwam het niet meer tot inhaalacties. Ryan Briscoe pakte daardoor de overwinning, gevolgd door Hunter-Reay en Wilson.