Red Bull is van mening dat Renault een fout heeft gemaakt om de ontwikkeling van de nieuwe V6-turbomotor niet op een auto te richten. Het wereldkampioenschapsteam beleeft een teleurstellend seizoen. Teambaas Christian Horner vindt de situatie dan ook ‘onacceptabel’.
In de aanloop naar de Britse Grand Prix liet Christian Horner weten dat Ferrari en Mercedes een voordeel hebben behaald omdat de motor specifiek voor het eigen fabrieksteam is ontwikkeld. Op het moment dat hem werd gevraagd of Renault zich op te veel klanten heeft gericht en niet op een fabriekspartner, zegt de teambaas: “Dat kan een element zijn, omdat je nooit in staat bent om iedereen tevreden te stellen. Wanneer je naar de Ferrari-motor kijkt, dan moeten de klanten zich daarop aanpassen. Mercedes is precies hetzelfde, waar Renault alle klanten tevreden probeerde te stellen, wat is te waarderen, maar dat is niet de beste manier om competitief te zijn.”
De teambaas onthult verder dat Red Bull zich al in 2012 zorgen begon te maken om de motor van Renault. “Het ontwerpen en bouwen van motoren is niet ons hoofdcompetentie, dat zou ze ook niet moeten zijn, we zijn een chassisfabrikant. Ik denk dat niemand van ons had kunnen voorzien dat Renault zou ver achter zou liggen.”
De focus van Renault kan komend seizoen op natuurlijke wijze richting Red Bull verschuiven, zeker nu Lotus en Caterham van motorenleverancier willen wisselen. Red Bull blijft daarentegen trouw aan Renault om hen te helpen zich te verbeteren. Horner: “We hebben discussies met Renault gehad en ze accepteren de situatie volledig. Het enige dat we kunnen doen is proberen ze te helpen en te ondersteunen met middelen. We moeten proberen zaken te verbeteren. Ik denk dat brandstof het sleutelgebied is binnen de ontwikkeling. Total heeft wat zaken in de pijplijn en dat ziet er bemoedigend uit, maar Renault is nu pas op het moment aan het komen waar Mercedes al zes maanden geleden was. We moeten er zeker van zijn dat we uit de huidige de situatie komen en dat betekent fundamenteel dat we Renault moeten ondersteunen om meer vermogen uit de unit te krijgen.”