HOCKENHEIM - Bij de race van de GT- en Supersport I-divisie in de Dutch Supercar Challenge was het Martin Short die voor de tweede keer dit weekeinde de overwinning voor zich opeiste. Op het circuit van Hockenheim reed hij met zijn Mosler MT900 onbedreigd naar de overwinning. Tweede werd het duo Van der Hoek/Van der Zwaan met de DTM Audi, voor equipe De Graaff/Ribbens met de Viper SRT10. In de Supersport I-divisie was het deze keer niet Michael Donovan die won. Hij beschadigde zijn Porsche al in de eerste bocht en kon zijn weg niet vervolgen. Het maakte de weg vrij voor Henk Thuis, die hierdoor de overwinning pakte. Tweede werd de Oostenrijker Martin Brückl, die de hele race in de auto van Jan Willems reed omdat op zondagmorgen bleek dat Willems bij zijn crash op zaterdag een lichte hersenschudding had opgelopen. Derde werd het duo Wijnen/Ertan met de Mégane Trophy. Het duo werd pas op de startgrid bekend, toen het differentieel van de eigen Mégane Trophy van Ertan kapot ging bij de startopstelling. Pieter Dubois, dit weekend voor het eerst weer samen rijdend met René Wijnen, offerde daarna zijn plek op voor Ertan waardoor besloten werd dat Ertan het tweede deel van de race voor zijn rekening zou nemen, met uiteindelijk een fraaie derde plek als gevolg.
De start vverliep niet voor iedereen vlekkeloos. Zo kampten Riley en Flux met technische problemen waardoor ze niet wegkwamen. Cor Euser had voor de race al gekozen voor zijn reserveauto, zijnde een Marcos Mantis +, omdat zijn LM600 problemen met de motor had. Ook Berry van Elk kampte het gehele weekeinde met technische problemen. Op vrijdag en zaterdag werd zijn motor telkens te warm, waardoor hij uit voorzorg al na een paar ronden binnenkwam. Zaterdagavond werd door de technische ondersteuning van Mosler besloten om de motor te verwisselen. Een flinke klus voor het Blueberry Mosler Racing Team, ware het niet dat de motorwissel wonderbaarlijk snel verliep.
Wederom was het Martin Short die bij de start het snelste weg was, gevolgd door Cor Euser met zijn Marcos Mantis en Philippe Ribbens met de ETEC-Viper. Ribbens ging echter bij de hairpin achterop het circuit te wijd, waardoor hij Van der Hoek/Van der Zwaan de kans gaf om binnendoor te steken. Om de tweede plek ontstond daarna een spannend gevecht tussen Cor Euser en Van der Hoek/Van der Zwaan. Euser, langzamer dan normaal gesproken omdat zijn reserveauto minder vermogen heeft, wist zich echter zeer goed breed te maken waardoor Van der Hoek/Van der Zwaan amper de kans had om voorbij te steken.
Na de pitstops was het nog steeds Martin Short die met zijn Mosler vooraan reed, met achter hem Van der Hoek/Van der Zwaan. Derde was echter niet meer Cor Euser, want door zijn vele resultaatseconden was hij teruggevallen tot een zesde plek. Shorts overwinning kwam hierna niet meer in gevaar, al noteerde de equipe Van der Hoek/Van der Zwaan nog wel een paar zeer snelle rondetijden. Derde werd equipe De Graaff/Ribbens, die hun vele sleutelen na de crash van vrijdag dus toch nog zagen worden beloond.
De overwinning in de Supersport I-divisie was deze keer eens geen prooi voor Michael Donovan. De van pole gestarte Engelsman verremde zich bij het aansturen voor de eerste bocht en parkeerde zijn Porsche achterin de V8Star van Pastorelli. Pastorelli kon zijn weg vervolgen, maar voor Donovan betekende het einde race omdat zijn radiateur volledig lek was.
Het was in de eerste ronde Robert den Otter die de eerste plek opeiste. Lang kon hij echter niet genieten van zijn eerste plek, want het was Henk Thuis die al snel de eerste plek overnam. Achter Thuis en Den Otter was al snel Duncan Huisman te vinden. Huisman was wederom zeer snel en het duurde dan ook maar tot de vijfde ronde voordat hij eerste lag.
Na de pitstops nam Edo de Vries het stuur over van Huisman, maar de Vries kon niet de tijden noteren die Huisman eerde deze race verwezenlijkte. Thuis kwam snel dichterbij en verschalkte De Vries al vrij snel. Inmiddels was ook Martin Brückl ook verder opgeklommen. Ook hem lukte het om De Vries in te halen.
Toen was de beurt aan Erol Ertan, die na de pitstops het stuur had overgenomen van de Renault Mégane van René Wijnen. Ertan zette goed druk. De Vries bezweek uiteindelijk bij de Mercedestribune aan deze druk. Hij spinde, waardoor Ertan De Vries binnendoor in kon halen. Henk Thuis won uiteindelijk de race, en Martin Brückl behield zijn tweede plek.