Rob Kamphues over Jan Lammers; "Ik denk dat hij een heel brede grijns..."

Dutch GT4
dinsdag, 20 september 2011 om 7:06
Rob Kamphues is ongetwijfeld één van de markanste figuren uit de Nederlandse racerij. Kamphues is gezegend met een grote dosis aan zelfspot en diverse talenten. Zoveel talent zelfs dat hij als snel in de race op een ronde werd gezet door oud F1 coureur Jan Lammers. Overigens kwam dat niet alleen door het rechtervoetje, maar meer door de verkeerde bandenkeuze door met slicks te starten terwijl de baan nat was en nog natter werd...
Kamphues blikt terug:
Zo sta je op het podium en zo ben je de risee van het startveld. Dat overkwam me in Assen tijdens mijn laatste wedstrijd van dit seizoen in het Dutch GT4-kampioenschap; langzaamste in de training, allerlangzaamste in de sprintrace en uitgevallen in de hoofdrace.
De hele middag regent het pijpestelen op het TT-circuit. Maar net voordat wij aan onze sprintrace beginnen klaart het op. De baan is nog kletsnat, maar zegt Jelle, mijn engineer en hoofd strategie van het team: ‘Je hebt niks te verliezen, je staat toch laatste. Binnen vier ronden is het kurkdroog, dan moet iedereen naar binnen. Het enige dat je moet doen is vier ronden op de baan blijven, dan win je de wedstrijd.’
Ik heb inderdaad niks te verliezen. Voor de tweede maal dit seizoen wordt de BMW in de trainingen geplaagd door technisch malheur, waardoor we niet of nauwelijks aan rijden toekomen. In de vrije training begeeft de stuurbekrachtiging het, tijdens de kwalificatie laat een cylinder het afweten. Daarom sta ik nu achteraan het 22 man sterke Europese veld. Met een paar angstige herinneringen in het achterhoofd. Want als de motor problemen krijgt schakelt hij over op een soort noodloop om de boel te sparen. Uiteraard overkomt me dat tijdens de kwalificatie net voor de snelste bocht van het circuit: de beruchte ramshoek waar je het liefst met 200 kmph induikt en weer uitkomt. Uitgerekend daar beslist de auto dat 60 per uur hard zat is. Ik zie de Corvette van Peter van der Kolk razendsnel groter worden in mijn spiegel en kan alleen maar hopen dat hij goed inschat hoe langzaam ik rij. Teamgenootje Henry Zumbrink overkwam eerder al hetzelfde en kreeg een Aston Martin vol in zijn deur. Ik maak me zo klein mogelijk en kom er zonder kleerscheuren vanaf. Behalve dat Peter na afloop nog wel even op zijn voorhoofd tikt, maar dat is gelukkig snel genoeg uitgelegd.
Maar goed, met de schrik toch een beetje in de benen waag ik me aan het meest hachelijke avontuur uit mijn raceloopbaan tot nu toe. Op slicks met 420 pk de natte baan op. Als enige. ‘Moedig hoor!’ En: ‘dapper!’ roept iedereen op de pregrid , het laatste moment om zonder tijdverlies banden te wisselen. Overal lachende gezichten. Echte racelegende Cor Euser verschijnt nog even voor de ruit van mijn racewagen. Hij kijkt onder de auto, trekt zijn mondhoeken naar beneden in een bewonderende uitdrukking en steekt dan zijn duimen in de lucht. Even ben ik apetrots op mezelf. Dit soort gokjes nemen alleen de hele groten. En de allerdomsten blijkt even later.
Hoewel alle tegenstanders met lichte afgunst naar me kijken neemt namelijk niemand verder de gok: Jan Lammers niet, Ricardo van der Ende niet en ook mijn teambaas Peter Stox niet. Hij rijdt voor deze ene keer in de Porsche, samen met Nelson van der Pol en heeft iets te hard geroepen dat hij kost wat kost voor me wil eindigen. Nu is hij voor twee dingen bang: dat ik op slicks na een paar ronden hem voorbijschiet en dat ik zijn BMW verbouw tot een verbeterde versie van de nieuwe-1-serie.
Het loopt allemaal anders dan verwacht, gehoopt en gevreesd. In de eerste bocht knallen drie auto’s op elkaar ( ik slalom er net tussendoor en denk: ‘wie volgt) , maar het opruimen van de wrakken kost zoveel tijd dat we bijna een kwartier met een slakkengang achter de safetycar rijden. In dat tempo droogt de baan niet op. En de baan blijkt ook veel natter dan gedacht. Want ik heb zelfs moeite om de safetycar bij te houden! ‘Volhouden Rob, het wordt echt droog,’ houdt Jelle vol. Dus verdwijnt het hele veld in een wolk van spray uit het zicht als de safetycar de pits induikt. Natuurlijk begint het ook meteen weer te miezeren, maar omdat het nog maar zes ronden zijn is banden wisselen nutteloos. Ik vecht om de auto rechtuit te laten rijden, laat staan een hoek om te krijgen. Zelfs halfgas in de derde versnelling wil de BMW op het rechte stuk nog liever de vangrails in dan op het asfalt blijven. En ik eigenlijk ook! Net voor de finish doemt de kop zelfs in mijn spiegels op. Ook dat nog: uitgerekend Jan Lammers, de man die de vorige wedstrijd zijn beker aan mij moest inleveren, zet me net voor de finish op een ronde. Ik denk dat hij een heel brede grijns op zijn gezicht had.
Dat hebben in elk geval alle andere coureurs die ik na afloop tegenkom. Die kijken naar me alsof ze een aflevering van Bassie en Adriaan zitten te kijken, schudden het hoofd en lopen dan lachend verder. Teambaas Peter Stox lacht natuurlijk het hardst.
In de hoofdrace gaat het allemaal niet beter. Vermeld moet worden dat teamgenoot Henry Zumbrink onvoorstelbare kunsten vertoont met de M3. Vanaf de laatste plaats stoot hij in een half uur door naar de derde stek, met rondetijden die sneller zijn dan koplopers Ricardo van der Ende en Tom Coronel. Jammer genoeg kan ik dat tempo, of iets waar ik trots op zou kunnen zijn, niet bieden. Een gebrek aan ronden op de droge baan, te weinig ervaring met lijnen die je dan kunt rijden, er zijn allerlei excuses, maar ik ben seconden langzamer dan Henry en zak af naar de zesde plek. Nog altijd goed genoeg voor een podium in de legend cup, maar vier ronden voor het einde hoor ik een grote krak onder de auto en komt er bij elke wisseling van versnelling een holle ‘kloink’ uit de achteras. Het tempo gaat nog verder naar beneden en ik ben prompt meer bezig te bedenken of ik nu olie ruik of dat er buiten illegaal afval wordt verbrand. De voorlaatste ronde vult de cockpit zich zo vol rook dat het lijkt alsof Peter Stox achter de teambarbeque heeft plaatsgenomen. ‘Doorrijden,’ roept engineer Jelle weer in mijn oor. ‘Nog 1 ronde en je hebt een podium.’
Maar na alle ellende vind ik het eventjes welletjes. Nog los van de schade die doorrijden kan veroorzaken schiet me het verhaal te binnen van die coureur ergens in een ver en vreemd land die vorig jaar op de intensive care wakker mocht worden omdat hij giftige rook had ingeademd. Overigens, hij werd niet meer wakker.
Dus stuur ik de 'beamer' de pits in en verontschuldig me tegenover Jelle. Later blijkt overigens dat de kapotte onderdelen op een haar na de benzinetank hebben doorgesleten dus een heel slecht plan om te stoppen was het niet.
Schrale troost: Peter Stox rijdt in zijn ijver om mij bij te blijven te hard door de pitstraat, moest voor straf nog een keer langzaam door de pits rijden en rijdt uit frustratie meteen weer te hard. Dat is bijna nog dommer dan met slicks op een natte baan rijden. Bovendien eindigt hij daardoor ook nog achter ons, ondanks dat ik een ronde eerder ben opgehouden.
Omdat we allebei de laatste wedstrijd moeten missen door andere verplichtingen kan ik hem daar de hele winter mee pesten. Nu ik er nog eens over nadenk; eigenlijk was het een heel leuk raceweekeinde.
Mag ik tot slot van de gelegenheid gebruik maken om iedereen te bedanken voor een leuk en vooral sportief seizoen: PS Autosport, mijn privesponsors TW Steel, Eurol, Rucanor, DPA en TMS, de monteurs van Power Motorsport, iedereen die de races bezocht en de tegenstanders op de baan. Het was een voorrecht om weer een jaartje GT4 te mogen rijden, zelfs op de dagen dat het tegenzat.
loading
Meest Populair
Laatste Reacties

Loading