ZANDVOORT - Sebastiaan Bleekemolen en zijn teamgenoot Ronald van de Laar hebben in de Final 4 op Circuit Park Zandvoort de titel in het Winter Endurance-kampioenschap (WEK) veilig gesteld. In een door veel incidenten gemarkeerde wedstrijd wisten de coureurs hun Porsche 997 GT3 S als eerste over de finish te sturen, direct voor de Corvette van naaste belagers Rick Abresch, Danny Werkman en Alex van ’t Hoff. De Renault Mégane Trophy van Wim Beelen, Jeroen Schothorst, Hoevert Vos en Wilco Becker completeerde de podiumbezetting in deze enerverende laatste race van het winterkampioenschap.
Bleekemolen en Van de Laar lieten vanaf het begin van de wedstrijd merken dat ze er in de Final 4 geen gras over wilden laten groeien. De equipe, vanaf poleposition gestart, had voor aanvang van de race namelijk slechts twee punten achterstand op de nummers één in het kampioenschap van Divisie II, Theo de Prenter en Rob de Laat. Aangezien het kampioenschap aan het einde van de rit wordt vergeven aan het team dat de meeste punten heeft behaald, moesten Bleekemolen en Van de Laar vandaag dus minimaal winnen om de hoop op de titel levend te houden. Deze boodschap hadden de Porsche-rijders goed in hun oren geknoopt, want bij de start van de wedstrijd wist Sebastiaan Bleekemolen de eerste startpositie vast te houden, vlak voor de als tweede gestarte Mike Hezemans in de nieuwe DNRT V8.
Na de start ging het bij het opgaan van de Hunserug echter mis voor de Renault Clio van Max Braams en Sheila Verschuur. De Clio spinde en vrijwel direct boorden zich twee auto’s in de flank van de bolide. Eerder al was de BMW 330i van het team van Jan Storm in de Tarzanbocht gestrand. Even leek de situatie met een Code 60-periode afgehandeld te kunnen worden, maar al spoedig bleek dat de wedstrijdleiding de voorkeur gaf aan een herstart van de wedstrijd. Omdat Jan Storm, uitkomend in Divisie II, bij deze herstart geen acte de présence kon geven en daardoor in Divisie II slechts zeven auto’s van start gingen, kon de winnaar in deze klasse vanaf dat moment nog maar 18 kampioenschapspunten pakken.
Bij de herstart kwam de Porsche van Bleekemolen opnieuw goed uit de startblokken, meteen gevolgd door de extreem goed gestarte Renault Mégane van Beelen: de door McGregor gesponsorde donkerblauwe auto sprong naar een tweede plek bij het ingaan van de Tarzanbocht. Een ronde later was het team echter alweer naar plaats vijf teruggezakt. Onder meer de DNRT van Hezemans en David Hart in de Opel Omega V8 Start waren de Mégane in de eerste ronde te snel af, maar ook de DNRT Michel Schaap slaagde erin Beelen voorbij te steken. Michael Bleekemolen completeerde de top zes.
In deze tussenstand veranderde in de ronden die volgden niet bijster veel. Alleen Michel Schaap liet enkele steken vallen en moest daardoor eerst Hart en uiteindelijk ook Hezemans aan zich voorbij laten gaan. Uit het niets viel de DNTR van eerstgenoemde coureur echter stil in wederom de Hunserug, met als gevolg dat iedereen voorin een plaatsje mocht opschuiven. Een aantal boeiende gevechten tussen Schaap en Beelen en tussen Michael Bleekemolen en de DNRT van Frans Verschuur volgde. Deze gingen om respectievelijk de derde en de vijfde plek. Daarachter was de oranje Corvette GT3 met achter het stuur Alex van ’t Hoff echter aan een forse opmars bezig en het zou niet lang duren voordat deze bolide zich in de voorste gelederen zou mengen.
Voorin was Hezemans intussen druk doende om langzaam maar zeker de Porsche van Sebastiaan Bleekemolen binnen te hengelen. Tot de eerste serie pitstops slaagde hij erin om steeds dichterbij te komen. Hezemans en zijn teamgenoten Dennis Nieuwenhuis en Aad Duivenstijn hadden echter de pech dat hun team als eerste naar binnen moest voor een pitstop. Tot overmaat van ramp werd tegelijkertijd een eerste Code 60-situatie afgekondigd door incidenten in zowel de S-bocht als de Kuhmobocht. In de S-bocht was de DNRT van Michel Schaap hard in botsing gekomen met één van de Renault Clio’s, terwijl Frans Verschuur een bocht later achterstevoren was komen te staan. Het team van Hezemans werd hierdoor enigszins teruggeworpen, maar finishte uiteindelijk op een verdienstelijke vierde stek.
Na de serie stops lag plots de Corvette van Van ’t Hoff en Abresch op kop. Beide rijders stampten onverminderd door in de prachtige auto met oranje-zwarte livery, maar verloren belangrijke plaatsen toen om onduidelijke redenen een rondetijd van bijna 3 minuten werd genoteerd door Rick Abresch. Als gevolg hiervan zakte het team terug naar de vierde plaats en kwam de Mégane van Beelen en Schothorst voor het eerst aan de leiding te liggen, direct gevolgd door Ronald van de Laar in de Porsche GT3 Cup. De Mégane moest echter nog naar binnen en daardoor kwam de leiding weer terug in handen van de uiteindelijke winnaar. Abresch gaf de Corvette intussen nog eens goed de sporen en had spoedig de tweede plek weer in handen. De jacht op de overwinning kon beginnen.
Sinds dit moment verliep de race lange tijd een stuk rustiger, maar daar kwam verandering in toen een tweede Code 60 werd afgekondigd. In de Slotemakerbocht had Ronald van de Laar contact gehad met de BMW 120d van achterblijver Martin Boezaart en deze laatste was hierdoor in het grind vast komen te staan. Na een korte neutralisatie, die door alle teams optimaal werd benut om de laatste serie pitstops in te lassen, lagen Bleekemolen en Van de Laar echter nog steeds fier op kop, gevolgd door Abresch, Hezemans, Michael Bleekemolen en het team met Beelen en Schothorst, dat na het uitvallen van de Equipe Verschuur 2 nog versterking had gekregen van Hoevert Vos en Wilco Becker.
De slotfase van de wedstrijd diende zich aan en de Porsche van de leiders begon zienderogen terrein te verliezen op de directe achtervolgers in de Corvette. Binnen enkele ronden verdampte een voorsprong van meer dan 30 seconden en bleven slechts 15 seconden voorsprong op de klok slaan. Het geluk was echter met Sebastiaan Bleekemolen en Ronald van de Laar toen eerst in de S-bocht de BMW van de familie Van Amsterdam van de baan schoot en een Code 60 veroorzaakte en de Renault Clio van Ruud en René Steenmetz direct na de hervatting voor een tweede neutralisatie zorgde na een crash in de Tarzanbocht. Direct gevolg hiervan was dat de Corvette ondanks de hoge snelheid nauwelijks kon aanvallen: toen de race eindelijk weer hervat werd, konden nog slechts drie ronden gereden worden.
Rick Abresch probeerde in deze ronden alles dat in het vermogen van zijn stuurkunsten en auto lag, maar het bleek niet genoeg om Bleekemolen en Van de Laar van de eindoverwinning af te houden. Ondanks de overwinning van Theo de Prenter en Rob de Laat in Divisie II was dit voor de Porsche-rijders genoeg om zich eveneens tot winnaar van het Winter Endurance Kampioenschap 2009-2010 uit te mogen roepen, zij het met slechts één punt verschil in de eindstand. Met overwinningen in drie van de vier races lijkt deze titel echter meer dan terecht te zijn. Het team van Wim Beelen behaalde een knappe derde stek, gevolgd door Hezemans/Nieuwenhuis/Duivenstijn, Michael Bleekemolen/Kees Bouhuys en Jeroen den Boer en Leon Rijnbeek. Met deze eindstand werd een wederom spectaculair winterkampioenschap op passende wijze afgesloten.
Uitslag:
1.Bleekemolen/Van de Laar - Porsche GT3 Cup
2.Abresch/Van ’t Hoff/Werkman - Corvette GT3
3.Beelen/Schothorst/Vos/Becker - Renault Mégane Trophy 3500 cc
4.Hezemans/Nieuwenhuis/Duivenstijn - DNRT V8
5.Bleekemolen/Bouhuys - Porsche 997 GT3
6.Den Boer/Rijnbeek (III) - BMW 120d
7.Hekker/Schouten - Saker Sprint
8.De Laat/De Prenter (II) - BMW Compact 3000 cc
9.Etman/Etman (II) - BMW 130i
10.Nicelife/Koll/Ley - Corvette C06