Een 300 pk TDI-dieselmotor, een taai chassis en een oersterke wielophanging maken de Volkswagen Race Touareg 2 tot één van de scherpste Dakar machines. Net voor de start van de Dakar 2010 reden we mee met twee winnaars: Giniel de Villiers en de Touareg.
Als de engineers van VW Motorsport de Touareg voor het eerst tot leven wekken, is de verrassing aangenaam. De vijfcilinder diesel klinkt allesbehalve als de bus van de lokale aannemer. De door motorolie van partner Castrol gesmeerde TDI komt qua timbre in de buurt van de good old Audi Quattro. Inderdaad een rallywapen uit de tijd dat alleen een vrachtwagen rolde dankzij diesel. Vooral op toeren bromt de Touareg 2 als een Grizzly met een ochtendhumeur. Heerlijk.
Giniel de Villiers is ingevlogen vanuit Zuid-Afrika om het geweld te beteugelen. De winnaar van Dakar 2009 is dikke maatjes met de hoogpotige Volkswagen. De off-road specialist is vanaf het begin in 2004 intensief betrokken bij de ontwikkeling van de Race Tourareg II. “De auto is goed in zijn huidige vorm. Voor 2010 zijn alleen enkele details aangepast; kleine verbeteringen om het concept te verfijnen”, vertelt De Villiers.
Als de gordels strak worden getrokken schiet door mijn hoofd dat ik met twee winnaars op pad ben. Samen schreven ze geschiedenis door als eerste met een dieselauto Dakar te winnen. Het was bovendien Volkswagen’s eerste victorie in de zwaarste rally van de wereld. Mens en machine; allebei helden.
Al in de eerste meters kun je niet heen om de enorme hoeveelheid Newton-meters in de Touareg. De banden klauwen zich in het natte beton, van wielspin geen spoor. De Villiers neemt eerst een denkbeeldige hairpin driftend om daarna – klak naar drie, klak naar vier – gang te maken op weg naar de jump. We vliegen en ik maak me klaar voor een ruwe landing. Vindt mijn rug dit leuk? Maar nee, de lange veerweg en de ‘losse’ onderstelafstelling strijken dit stukje airborne keurig glad. Geen centje pijn. De lange rechtse doordraaier gaat flink dwars. Daarna duiken we het echt mulle deel van de gelegenheids KP op.
De Touareg lijkt ook de uitdaging in te zien. Hoe zwaarder het terrein, hoe meer het Duitse Dakarwapen z’n best doet om er zo snel mogelijk doorheen te snijden. En Giniel de Villiers zit zo relaxt te sturen, dat het is alsof hij onderweg is naar de bakker voor verse croissants. Het lijkt een eitje om de Touareg hard en precies rond te sleuren. Dat is natuurlijk pure schijn. Zo herken je immers de echte professional: het vermogen om fijngevoelig stuurmanswerk kinderlijk eenvoudig te laten lijken.
De ruimte in het binnenste van de Volkswagen is allesbehalve riant. De krappe binnenmaten daargelaten valt op hoe comfortabel de Touareg is. “De Dakar is een endurance, dus is gestreefd naar een zo comfortabel mogelijke auto. Hoe eenvoudiger de auto rijdt, hoe beter je in staat bent om urenlang op de grens te rijden”, verduidelijkt de Dakar-winnaar. Aan het eind van de taxirit kiezen we opnieuw het luchtruim en is het onderstel weer zalvend voor mens en chassis. “De Touareg is echt een heel plezierige auto om te rijden. En dat wil je tijdens de Dakar, geloof me.”
Tekst en foto’s: Bart-Jan Keizer