De geboorte van een succesvolle racebolide: van een blanco vel tot wereldkampioen

WTCR
vrijdag, 16 september 2011 om 15:56
Drie ronden vóór het einde van het kampioenschap is Chevrolet er al in geslaagd de F1A wereldtitel in het WK voor Toerwagens veilig te stellen. De omvang van het succes wordt versterkt gezien het feit dat de motoren die de winnende Cruzes aandrijven minder dan een jaar geleden pas voor het eerst werden getest!
Het was bijna eind januari 2010 toen het besluit werd genomen om een nieuwe motor en een nieuwe Cruze te ontwerpen en bouwen voor het World Touring Car Championship 2011. Op 17 september 2010 reed de auto voor de eerste maal een circuit op, op de MIRA testbaan. Tussen deze momenten ligt een periode van nauwelijks 7,5 maanden van zeer intensief werk, een echte tour de force die zeldzaam is voor de autosport, waarmee de 2011 Cruze los van zijn raceresultaten al een klasse op zich werd…
“We kunnen trots zijn op hetgeen we bereikt hebben,” verklaart Eric Nève, Chevrolet’s Motorsport Manager. Zijn mening wordt gedeeld door Ray Mallock, de man achter RML, Chevrolet’s technische partner sinds het merk in 2005 startte met het WTCC-programma. Mallock voegt toe: “Dit ambitieuze project was en is een spannende uitdaging, die ons in een positie heeft gebracht om onze eigen motor te ontwerpen.”
Het startpunt van dit avontuurde vormde een nieuwe reeks reglementen die door de FIA, ’s wereld overkoepelende autosportfederatie, werd geïntroduceerd voor het WTCC. Daarin werd de inzet van een 1.6 turbo benzinemotor aangekondigd voor de komende seizoenen. De keuze voor deze nieuwe motornorm kwam voort uit de algemene trend binnen de autosport om kleinere, zuinigere, schonere en goedkopere motoren te gebruiken. Bovendien was het de bedoeling om deze nieuwe norm ook in andere autosportcategorieën van kracht te laten worden, waaronder het World Rally Championship. Dat is de reden waarom de nieuwe motor in eerste instantie Global Racing Engine (GRE) werd genoemd.
“Ik denk dat het een juiste keuze was,” aldus Mallock. “Autosport kan autotrends en maatschappelijke onderwerpen niet de rug toekeren. Daarentegen, en zoals altijd in het verleden, kan autosport zeer nuttig blijken in het onderzoeken van nieuwe mogelijkheden en het optimaliseren van nieuwe concepten. Dit gebeurde opnieuw met de nieuwe 1.6 turbo, die nu al betere prestaties levert dan de atmosferische tweelitermotor die eerder werd gebruikt.”
Tot voor kort besteedden Chevrolet en RML het ontwerp, de ontwikkeling en de preparatie van motoren uit aan gespecialiseerde ondernemingen, wat gebruikelijk is in de autosport. “Eind 2005 heeft RML zijn eigen motorendivisie opgezet,” legt Arnaud Martin, Chief Engineer van RML’s motorendivisie, uit. “Maar dit was de eerste keer dat we een motor geheel in-house hebben ontworpen, gebouwd en ontwikkeld. Het betekende een aanzienlijke uitdaging omdat dit overduidelijk een project was dat een behoorlijke aanslag vormde op onze mankracht, omdat we tegelijkertijd ook nog ons reguliere raceprogramma in een zeer competitief kampioenschap als het WTCC moesten runnen.”
Maar het team had gedurende 2010 te kampen met vele andere technische en non-technische uitdagingen. Een motor is geen onderling uitwisselbaar element in welke auto dan ook en de adoptie van de nieuwe krachtbron betekende dat veel andere zaken opnieuw moesten worden ontworpen. “Aan de buitenkant zie je daar helemaal niets van. Met uitzondering van de nieuwe luchtinlaat aan de voorzijde en de grotere uitlaat lijkt de 2011 Cruze nagenoeg hetzelfde als de 2010-versie. In realiteit is tweederde van de auto onderhuids compleet nieuw,” legt Ron Hartvelt, Chevrolet’s Chief Engineer, uit.
De nieuwe motor heeft andere afmetingen, kenmerken, functies en een afwijkend gewicht vergeleken met de versie van 2010, en dat beïnvloedt alle andere onderdelen – de elektronica en hulpsystemen, het chassis, de ophangingen en de aerodynamica, om er maar een paar te noemen. Er waren diverse uitdagingen waarvoor een oplossing gevonden moest worden als gevolg van de introductie van de turbo en directe inspuiting.
De 1.6 turbo is een geavanceerdere motor die meer elektronische systemen vergt om optimaal te functioneren, waaronder een fly-by-wire gasklep. Een ander punt was de plaatsing van de grote intercoolers die bij een turbomotor horen. Daarnaast zorgen het grotere vermogen en koppel voor een grotere belasting op de voorwielen, waardoor het noodzakelijk was om de voorwielophanging en remmen opnieuw te ontwerpen. “De nieuwe motor veranderde de prestatiebalans tussen achterwiel- en voorwielaangedreven auto’s. Dat was een aandachtspunt voor de FIA,” voegt Hartvelt toe.
Niet vreemd dus dat 2010 een zeer druk jaar was voor de RML-fabriek in Wellingborough, Engeland. “We zijn begonnen met het ontwerpen van het nieuwe chassis op bijna hetzelfde moment dat we met het motorontwerp van start gingen,” herinnert Hartvelt zich. “Maar tot aan juli 2010 moesten we het doen met veel onbekende factoren. De enige elementen die we van de 2010-auto over hebben genomen waren de carrosserie en de achterwielophanging. De eerste auto werd in augustus 2010 gebouwd en medio september zijn we gestart met testen. We zaten op een zeer strak schema, met maar weinig ruimte voor fouten, maar aan de andere kant zorgden alle activiteiten in-house, met uitzondering van de versnellingsbak die door X-Trac wordt geleverd, er voor dat we zeer snel op aanpassingen of veranderingen konden reageren.”
Gelukkig wierp al het werk zijn vruchten af. De Chevrolet-ingenieurs waren tevreden met de eerste resultaten op het circuit. “Alle systemen werkten vanaf de allereerste tests goed en we wisten dat het vermogen en de topsnelheid beter waren dan die van de 2010 Cruze. De coureurs leken blij te zijn met de grotere driveability van de auto,” vertelt Hartvelt. Het wintertestprogramma omvatte 3.500 km, iets meer dan de helft van de volledige afstand die gedurende een geheel seizoen wordt afgelegd.
Het harde werk had op het circuit direct succes. De Cruze 1.6 turbo domineerde het seizoen vanaf de openingsronde in Brazilië, waardoor de coureurs 16 van de 18 races konden winnen die tot dusver zijn verreden en waarmee ze de titels lang vóór het einde van het seizoen op zak hebben. De voorsprong op de concurrentie op het gebied van motorontwerp en –bouw zijn cruciaal geweest in het behalen van deze resultaten.
Voor de ingenieurs achter dit succesverhaal is de tevredenheid mede het resultaat van het niveau aan prestaties en betrouwbaarheid. In augustus 2011, het door de FIA bepaalde moment waarop eenmalig in het seizoen 2011 een motor gewisseld mocht worden, konden Arnaud Martin en zijn team eindelijk de motoren openmaken die gedurende de eerste acht raceweekenden van het seizoen zijn gebruikt, om ieder individueel onderdeel te inspecteren en daaruit conclusies te trekken.
“We kozen voor de mogelijkheid om de motoren te wisselen, maar niet omdat ze versleten waren,” aldus Martin. “In tegendeel zelfs, omdat ze in augustus waarschijnlijk beter presteerden dan aan het begin van het seizoen. Maar we wilden er in kijken, om de motorslijtage te checken en om waardevolle informatie voor het volgende seizoen te vergaren, omdat er dan geen veranderingen aan de motor toegestaan zullen zijn. Iedere motor moet een levensduur van 5.000 kilometer hebben, de gemiddelde afstand van een compleet seizoen.”
“Ik moet zeggen dat we zeer tevreden waren met wat we gezien en gecheckt hebben, en met de betrouwbaarheid van onze 1.6 turbomotor. Als gevolg van de nieuwe regels waren inspecteurs van de FIA aanwezig om hun eigen checks te doen, en van hen kregen we op alle punten het groene licht.”
De ontwikkeling van een raceauto houdt nooit op. Aan het einde van het seizoen zullen er nieuwe verbeteringen voor het ontwerp, de ontwikkeling en het testen worden geïntroduceerd om er voor te zorgen dat de Cruzes hun voordeel in 2012 behouden.
Een nieuwe, andere uitdaging, maar niets lijkt onmogelijk voor het 65-koppige team achter Chevrolet’s prestaties in het WTCC. Een team dat Louis Chevrolet’s motto ‘Never give up!’ volledig ter harte heeft genomen.
loading
Meest Populair
Laatste Reacties

Loading