Mats van den Brand had de snelheid en was hard op weg naar een podiumplaats in de jaarlijkse Rotax Max Grand Finals. In zijn ijver om de koploper te achterhalen ging het fout. Bij een inhaalpoging om de nummer twee te passeren vervlogen zijn kansen en viel de talentvolle coureur helaas ver terug. Van den Brand blikt terug op zijn optreden op het gave circuit in Al Ain.
“Ik mocht naar het WK omdat ik de Europese titel binnen had gehaald in de Rotax Max Junioren. We gingen natuurlijk met het volle vertrouwen naar Dubai. Eenmaal daar aangekomen wisten we niet wat we zagen. Een mooi circuit, maar nog niet alles was af. De organisatie en Rotax werkten keihard om alles gereed te krijgen. En dat lukte. Op het einde van de week lag alles er mooi bij.”
“Na maandag de kart te hebben geloot, bouwde we deze op. Vervolgens schreven we in en startte op woensdag de trainingen. De baan beviel mij meteen en ik vond het een erg fijne baan om te rijden. Na de goede trainingen op dinsdag en woensdag zag ik de kwalificatie wel zitten.”
“De kwalificatie: In het begin was ik niet heel erg snel maar naarmate het langer duurde, des te harder ik ging. Je kon erg goed slipstreamen op die baan en daar profiteerde ik ook van. Ik pakte de pole in mijn groep. Tot één ronde voor het eind was er uit de andere groep niemand sneller. Tot dat de Japanner Katsuta de pole pakte met 0.05. Ik was dus tweede. Dat betekende tweede, en twee maal eerste uitgangspositie voor de series.”
“De eerste serie was voor mij ook meteen de moeilijkste. Ik moest tweede starten en dit was een erg groot nadeel op deze baan met drie linkse bochten na elkaar. Ik lag na de start achtste. Na een aantal ronde en snelle tijden belande ik op de vierde plaats. Ik liep wel in op de kop, maar toen het gat gedicht was, bleek de serie al afgelopen.”
“De tweede serie leidde ik van het begin tot eind. Daniel Rochford uit Aaustralië zette de druk er goed op maar deed verder geen aanval. De derde en laatste serie; ik dacht dat als ik zou winnen dat ik vanaf de pole mocht vertrekken. Ik dacht dat de overall tijd telden, en niet de kwalificatie. Dit bleek achteraf een misverstand met grote gevolgen. Ik won ook deze serie en moest van de tweede plaats in de pre-finale starten. In principe geen probleem, maar toch wel een groot nadeel op deze baan.”
“Bij de start van de prefinale ging het eigenlijk al niet helemaal lekker. De gehele buitenste rij zakte uit de toptien weg. Ik kwam zelfs het eerste rondje als twaalfde door. Na vier ronde lag ik achtste en toen ging het mis. Bij een actie op een Japanner gooide hij de deur dicht en gingen we er samen af. Ik lag weer twaalfde, maar kon uiteindelijk nog achtste worden. Ik had zeer veel vertrouwen in de finale en wist dat ik bij de snelste behoorde.”
“De start van de finale ging het wel goed, ik startte als achtste maar verloor niet veel. Ik kwam de eerste ronde als negende door. Het was een super gave junior finale met ongeveer tien man die om de overwinning vochten. Met nog zes ronden te gaan, zat de toptien nog steeds dicht bij elkaar. Foutjes mochten niet gemaakt worden. Ik wist dat ik snel was en sloeg toe met nog zes ronden te gaan. Met nog twee ronden te gaan lag ik derde en op podiumkoers. De nummer twee maakte kleine foutjes. Ik pakte hem in het middengebied. Hij zag dit en gaf me zelfs de ruimte. Toen ik er voorbij ging en een beetje naar buiten remde voelde ik iets aan mijn achterkant. Bij het insturen ging de kart de andere kant op en vloog ik samen met de Japanner van de baan. Ik kon mijn weg als 22e vervolgen en werd nog 18e. We waren erg teleurgesteld. Natuurlijk omdat we de hele week één van de snelste waren en we misschien de titel wel hadden kunnen pakken. Toch heb ik een goede week gehad, en weet ik zelf, dat ik met de top van de wereld mee kan.”
“Ik wil graag Ton Vink, mijn vader en moeder, Frank Swinkels, Bob Maas, Team Nederland en iedereen die mij gesteund en gesponsord heeft bedanken voor hun steun. Want zonder hun had ik dit alles waarschijnlijk niet bereikt.”