De tweede wedstrijd van het Nederlands Kampioenschap
Karting werd gehouden in Emmen. De rijders van de NAB komen dit jaar uit in races onder auspiciën van de KNAF. Onder mooie omstandigheden werden spectaculaire races verreden. Dat het niet voor elke rijder even goed ging bleek bij debutant Mike Doorn. Door problemen met de kart kreeg hij niet de juiste snelheid te pakken en moest in het achterveld strijden voor elke positie. Het verslag van een debutant in de koningsklasse van Nederland; de 125cc schakelklasse.
"Afgelopen weekend was de tweede wedstrijd van dit seizoen, en deze vond plaats in Emmen. We zijn er vrijdag al heengegaan omdat ik er nog niet veel had gereden met deze kart. Pas eenmaal heb ik er een middagje mee gereden en toen was het nog vrij koud. Voor dit weekend was echter redelijk goed weer voorspeld en dat kwam gelukkig ook uit. De gehele vrijdag heb ik gereden, alleen kregen we er niet echt de gang in. We kwamen iedere keer teveel tekort op de andere rijders, steeds zo’n halve seconde. Mijn vader heeft zichzelf helemaal in de rondte gesleuteld maar niets mocht baten; de kart bleef maar glijden aan de achterkant. Met een niet echt lekker gevoel zijn we toch maar naar ons bedje gegaan."
"Op zaterdagmorgen waren we er al vroeg uit omdat we hadden besloten om de kart helemaal om te bouwen en het gewoon eens helemaal eigenwijs te doen. Volgens ingewijden zelfs tegen alle regels in en je kon hen zo nooit in de rondte komen maar wat bleek: gewoon dezelfde tijd als vrijdag en dus ook gewoon weer een halve seconde te langzaam. Toen wisten we dus dat de kart gewoon niet reageerde op wat je ook doet, we kregen het glijden er dan ook niet uit. Ook was er twijfel over de motor. We kregen een nieuwe motor van Bakker Bril en toen we daarmee gingen rijden merkte ik wel dat deze motor geweldig trok. Mede daardoor was ik iets sneller dan daarvoor maar het glijden was nog toch steeds niet weg."
"Ook op de wedstrijddag was het nog steeds mooi weer en er waren 32 rijders op komen dagen dus het beloofde een mooie dag te worden. De kwalificatie ging voor mijn gevoel niet best. Ook met nieuwe banden kreeg ik niet de grip die ik zo graag eens zou willen hebben want dan kon ik gewoon een keer wel het gas er op houden in de bocht. Een 28e tijd was het resultaat: 0.7 sec van de top10 vandaan en dat is echt teveel."
"Tijdens de eerste race was het wringen in de eerste bochten. Door wat schermutselingen verloor ik nog eens twee plaatsen. Later kon ik wel een beetje racen en pakte wat posities waardoor ik na twaalf ronden op P24 lag. In de bochten was het glijden, ik had het gevoel dat ik op ijs reed. Door een aantal uitremacties kon ik de rijders om me heen nog een beetje bijhouden maar door dit soort acties offer je steeds het uitkomen van de bocht op. Uiteindelijk finishte ik als 25e met de wetenschap dat we er niet meer van hadden kunnen maken. Toch was het wel een leuke race."
"Als 25e oprijden is altijd oppassen in de eerste twee bochten want daar gebeurt van alles en je ligt er dan zomaar uit. Ik kwam er goed door en na zes rondjes lag ik twintigste maar ik weer moest ik van mijn lijn af en dan komen ze snel dichterbij. In de volgende ronde ik kreeg een klein zetje en schoot van de ideale lijn en verloor daardoor drie plaatsen maar ik kon gelukkig weer het ritme op pakken en me nog terugrijden naar de twintigste plek. Weer lekker gereden maar toch blijft het in je hoofd malen: Wat zou er kunnen gebeuren als er wel de grip zou zijn die ik graag wil hebben. Nu was ik 25e geworden en daar ben ik helemaal niet tevreden over. Mijn vader was in ieder geval geslaagd voor zijn sleuteldiploma want die heeft echt alles geprobeerd met hulp uit de tent maar het heeft niet mogen bijgedragen aan een redelijk resultaat", zo eindigde Mike Doorn.