Dit jaar keert Nissan terug naar de 24 Uren van Le Mans. De Nissan GT-R LM Nismo moest de eerste twee races in Silverstone en Spa-Francorchamps, nog missen, maar voegt zich nu toch bij Audi, Porsche en Toyota. Maakt het terugkerende merk kans op de overwinning of gaat één van de drie grootheden er met deze zege vandoor?
Om meteen met de deur in huis te vallen, de kans is vrij klein dat Nissan in het debuut jaar van de Nissan GT-R LM Nismo de overwinning pakt. De voorwiel aangedreven auto heeft een revolutionair concept, wat Nissan toch de nodige hoofdbrekens gaf. Tijdens de testdag in Le Mans moest de GT-R LM Nismo ruim 20 seconden toegeven op Brendon Hartley in de Porsche 919 Hybrid. Daarentegen reed de Japanse bolide de hoogste topsnelheid. Dat is mooi op het rechte stuk van Mulsanne, maar het circuit heeft ook een paar bochten, zoals bijvoorbeeld de Porsche Curves, waar downforce toch echt noodzakelijk is.
Nissan blijft in nevelen gehuld, want Darren Cox, hoofdmarketing van Nismo, zegt dat de auto’s volgens de simulatie significant sneller zijn dan de LMP2’s. Wat echter de tijden volgens de simulator zijn wil de Brit echter niet zeggen. De ACO kent vier klassen voor het terugwinnen van energie, 2, 4, 6 en 8 megajoule. Het Japanse team heeft gekozen voor de laagste klasse, waarmee het waarschijnlijk tekort komt op de andere drie merken.
Wat betreft het andere Japanse merk, Toyota, zij waren vorig jaar dominant in zowel het FIA World Endurance Championship als tijdens de 24 uur van Le Mans. De Toyota met startnummer lag 14 uur lang aan de leiding van de 24u van Le Mans in 2014, tot een technisch probleem roet in het eten gooide. Het was een domper op een mooi jaar voor het Japanse team, want uiteindelijk pakten Sebastien Buemi en Anthony Davidson de wereldtitel. Dit jaar is het anders, want van de drie teams, Audi, Porsche en Toyota lijkt het Japanse merk de underdog. De Japanners hebben ervaring aan boord met haar coureurs en moeten wachten tot zij kunnen profiteren van de pech bij de andere twee teams.
Het lijkt er dus op dat het gevecht op het Circuit de la Sarthe een zustergevecht wordt tussen Porsche en Audi. Audi had vorig jaar een minder seizoen en de R18 e-tron quattro. De auto leek aan het einde van zijn levensloop, maar het merk met de vier ringen heeft in de winter goed werk verricht. Het Duitse team stapte van 2 naar 4 megajoule aan energie terugwinning en dat lijkt het team geen windeieren gelegd te hebben. Audi pakte ook de eerste twee overwinningen van het seizoen en zette zich daarmee weer volledig op de kaart. De Duitsers hebben een gedegen team dat als geen ander weet hoe ze Le Mans moeten aanpakken en een bak aan ervaren coureurs, waarvan het merendeel al Le Mans heeft gewonnen. André Lottere, Benoît Tréluyer, Marcel Fässler en Loïc Duval hebben al een of meerdere overwinningen tijdens de 24 uur van Le Mans op hun naam staan. Zelfs reservecoureur Mike Rockenfeller heeft een overwinning in de legendarische race. Het team weet hoe men een klus tijdens de beroemde race moet klaren.
Voor Porsche is het een tweede jaar in Le Mans na de terugkeer. Ook dit Duitse merk heeft 24 uur van Le Mans-winnaars in de auto zitten met Romain Dumas en Timo Bernhard. De overige coureurs moeten niet onderschat worden. In haar tweede jaar gaat het merk uit Weissach voor de overwinning en van de twee merken lijkt zij in de basis met een 8 megajoule auto, de snelste bolide in het veld te hebben. Technisch lijkt echter Audi het beter voor elkaar te hebben. Audi is als geen ander team in staat een technisch probleem op te lossen tijdens de 24 uur van Le Mans en de auto’s weer rijdend te krijgen, wat hun kracht is ten opzichte van Porsche.
De 24 uur van Le Mans duurt echter lang en kent zijn eigen regels. Elk jaar gebeurt er wel iets, waardoor het veld op zijn kop gezet wordt. Het blijft dus afwachten wie op zondag 14 juni even na drieën het hoogste podium mag beklimmen. In deze eeuw won Audi slechts twee keer de race rond de klok niet. In 2003 was het namelijk Bentley en in 2009 Peugeot. Het Duitse merk won sowieso de laatste vijf edities. Kunnen een van de andere drie merken deze hegemonie doorbreken?