In Bahrein heeft Toyota de tweede overwinning van het WEC-seizoen behaald. Nadat de race op het voormalige F1-circuit in Fuji, werd gewonnen wegens afgelasting, was het ditmaal een 100%-race die het team uit Keulen op de naam schreef. Allan McNish vreesde nog even voor zijn wereldtitel, maar kon snel gerust adem halen. Bij de LMGTE Pro ging Gianmaria Bruni in de Ferrari met de wereldtitel aan de haal, nadat de beide Aston Martin’s uitvielen.
LMP
De twee Toyota’s hielden na de start plek één en twee vast. Na drie kwartier was het de nummer één Audi die als eerste naar de pits moest voor brandstof en nieuwe banden, gevolgd door de Toyota nummer acht en de nummer twee Audi. Als laatste ging de nummer 7 auto van de Japanners naar de pits voor brandstof en vers rubber. Kort daarna was het Benoït Tréluyer in de nummer één Audi, die te enthousiast de Krohn Ferrari wilde inhalen en de Italiaanse bolide in de rondte tikte. Het had echter geen gevolgen voor de Fransman, die zijn weg kon vervolgen. De leiding van de wedstrijd legde de schuld neer bij de Fransman in de LMP1 en hij kreeg dan ook een officiële waarschuwing.
Tegen het einde van het eerste uur ging Nicolas Lapierre van de baan en daar wist teamgenoot Sebastien Buemi in de andere Toyota van te profiteren. Na vierenhalf uur moest Nicolas Prost de Rebellion Lola-Toyota aan de kant zetten met een brand bij het motorblok. Een ongelukkig einde voor de Lola, welke volgend jaar wordt vervangen door de R-One. Ondertussen was Marcel Fässler hard in gevecht met de Toyota’s om niet op een ronde gezet te worden.
Aan het einde van het tweede uur viel Alexander Wurz in de nummer 7 Toyota stil. De Oostenrijker zette de auto stil aan het einde van de pistraat en moest opgeven. Na de tweede stop nam de enige Toyota in de race, met Stéphane Sarrazin aan boord, een 15 seconden tellende voorsprong op Loïc Duval in de nummer twee Audi. De Duitse auto van de kersverse wereldkampioen viel vervolgens stil met een versnellingsbakprobleem, waardoor de stress toesloeg bij Allan McNish. De Schot was de enige coureur van het team die nog niet in de race gereden had, waardoor hij mogelijk naast de wereldtitel zou kunnen grijpen. Doordat Loïc Duval uit de auto stapte en de race nog niet voorbij de 70 procent was, kon de rust snel terugkeren bij Allan McNish. De auto wordt in dit geval niet geklassificeerd. Het gevolg van het uitvallen van de Rebellion, Audi en Toyota was dat er een LMP2-bolide een plek in het algemene podium pakte.
Met de uitval van Loïc Duval kreeg de Toyota met een ronde een riante voorsprong om de overgebleven Audi met Marcel Fässler aan het stuur. Met 2,5 uur op de klok kreeg de Audi een drive-through-penalty voor het inhalen onder geel, waardoor Anthony Davidson een nog riantere voorsprong pakte. De Engelsman lag op dat moment al op een ronde voorsprong op de Duitser.
Bij de LMP2 was het G-Drive die met Rusinov, Martin en Conway die de overwinning pakten in hun Oreca Nissan, gevolgd door de auto’s van OAK Racing en Greaves Motorsport. De vierde positie van de No.35 OAK Racing Morgan Nissan was voldoende om Martin Plowman, Bertrand Baguette en Ricardo Gonzalez het rijderskampioenschap in de LMP2 te pakken. Het was sowieso feest in de tent, want het Franse OAK Racing Morgan Nissan team greep ook de titel in FIA Endurance Trophy voor LMP2 Teams.
LMGTE
In de openingsfase was het de Porsche nummer 92 die een lekke band opliep door de Lotus-Prage LMP2 van Dominik Kraihamer. De Lotus-coureur was de Porsche voorbij, maar ging te vroeg op het gas, waardoor hij de achterband van Duitse bolide raakte. Patrick Lietz kon in de Porsche terug naar de pits komen en de band laten vervangen. Voor de Lotus was het echter einde wedstrijd. Het zorgde ervoor dat het team op een ronde achterstand terug op de baan kwam. Later gaf Dominik Kraihamer aan dat de linker wielophanging gebroken was, waardoor hij passagier in eigen auto werd.
In de LMGTE Pro bleef het close racen en na 2,5 uur racen lag Toni Vilander in de AF Corse Ferrari aan kop, met een top-5 die binnen 25 seconden van elkaar lag. Jörg Bergmeister, de directe concurrent op plek twee, volgde de Fin op 9,5 seconden. Na het derde uur was het echter Darren Turner in de Aston Martin die de druk op de Ferrari-coureur hield en op negen seconden achter hem reed. Met Stefan Mücke, die het stuur overnam van Darren Turner, kon men de druk op de AF Corse-auto niet vasthouden. De Duitser reed beduidend kortere stints dan de andere GT’s, waardoor hij tijd op de andere auto’s verloor. Het was wederom Jörg Bergmeister die de tweede plek overnam. Op het moment dat de klok richting de twee uur ging, was het Stefan Mücke die langzaam over de baan reed en terug naar de pits moest. Met minder dan 2 uur te gaan moest het team van Aston Martin de nummer 97 auto uit de race halen.
Met minder dan vijftig minuten te gaan moest ook de nummer 99 auto van Aston Martin, van onder andere Bruno Senna en Pedro Lamy, de strijd staken. Vervolgens was het Toni Vilander die de auto veilig over de finish bracht en daarmee het kampioenschap bij de rijders binnenhaalde voor Gianmaria Bruni. Daarnaast leverde de uitval van de Aston Martin's AF Corse ook de wereldtitel bij de teams op.
Bij de LMGTE Am ging de Young Driver Aston Martin met de overwinning aan de haal en bezorgde daarmee de rijderstitel bij de Denen Nygaard en Poulsen. Het podium werd gecomplementeerd door de Ferrari’s van 8 Star Motorsport en AF Corse.
Klik
hier voor de volledige uitslag.