Jean-Eric Vergne zag zijn plekje in de Formule 1 met de komst van Max Verstappen en Carlos Sainz in 2015 in rook opgaan. De coureur werd daarna testrijder bij Ferrari, maar heeft inmiddels zijn pijlen gericht op het enduranceracen en de Formule E. Dit jaar debuteerde hij met Manor in de LMP2-klasse. Volgens de Fransman is dat onderdeel van het plan om de stap naar de LMP1 te maken, omdat de coureur ervaring moet opdoen in dit type racen. Op dit moment zijn alleen Porsche en Toyota die een fabrieksteam in het kampioenschap hebben met twee auto’s.
“Ik heb mijn waarde bewezen in de Formule 1 en Formule 1, maar het is duidelijk dat enduranceracen iets totaal anders is”, zo zegt Vergne tegen het Engelse Autosport. “Ik moet mezelf opnieuw bewijzen en ik heb daar geen problemen mee. Ik ben geduldig en ik weet zeker dat op een dag de kans komt en dan ben ik klaar om de stap te maken.” Inmiddels heeft de Franse coureur met Manor een zesde en een zevende plek op zijn naam en debuteert hij dit jaar ook in de 24 uur van Le Mans. De resultaten zijn er dus nog niet helemaal, maar toch geniet hij van het kampioenschap.
“Het niveau van de rijders is goed in de LMP2”, zegt de Manor-coureur. “Het is altijd gaaf om te vechten met goede coureurs. Het maakt niet uit welk kampioenschap het is. Ik voel me prettig in een LMP2-auto. Het gaat beter en beter en ik ben blij met deze voor mij nog nieuwe soort van racen. Het is ongelofelijk de bochtensnelheid van die auto's voelen. Ik heb gereden met de beste auto’s in de wereld en dit ligt daar niet ver vanaf. Je stopt er wat meer pk’s in en het is een LMP1.”