Het afgelopen weekend werd het team van Rebellion Racing eerste en tweede in de privateersklasse in de LMP1. Een goed resultaat voor het Zwitserse team, maar toch was dit niet tot volle tevredenheid van de winnaars Neel Jani, Nicolas Prost en oud F1-coureur Nick Heidfeld. De grote vraag luidt: heeft het team nu wel of niet het gat naar de fabrieksbolides van Audi en Toyota weten te verkleinen?
Om in juni kans te kunnen maken op de algemene overwinning tijdens de 24 uur van Le Mans, zal het team namelijk het gat naar de fabriekswagens zo klein mogelijk moeten houden. Dit om optimaal te kunnen profiteren van eventuele pech van de twee topteams, zoals dit de nummer 7 Toyota overkwam tijdens de Zes Uren van Spa-Francorchamps. Neel Jani reageerde: “Ik hoopte dat we bij de LMP1-privateers meer tegenstand zouden hebben. Aan de andere kant hebben we het gat naar de fabriekswagens een beetje weten te verkleinen ten opzichte van Silverstone.” Toch weet men binnen het team dat het een moeilijke opgave is om het gat volledig op te heffen, aldus Nicolas Prost: “Het gat met de fabrieksteams is moeilijk om te dichten maar we proberen elke race om deze opdracht te volbrengen.”
Nick Heidfeld ziet het toch wat somberder in dan zijn teamgenoten. Zijn reactie na de race was: “Het begin van de race was niet gemakkelijk voor ons. De auto was moeilijker te besturen en de fabrieksteam hebben zich enorm verbeterd en bouwden een grote voorsprong op. Ik heb mijn best gedaan om veilig te rijden en brandstof te besparen.”
Het team heeft dus nog een groot gat te overbruggen, wil men echte competitie kunnen bieden tegen de Toyota’s en Audi’s.