Jeroen Bleekemolen wilde met de Viper van SRT starten in de 24H of Le Mans, maar het team trok zich terug. Daarna vond de in Monaco woonachtige coureur onderdak bij het Belgische Prospeed, waarmee de Nederlander toch weet terug te keren naar het Circuit de la Sarthe. Toch ging zijn terugkeer naar het snelle circuit niet zonder slag of stoot, waar hij gaat rijden met Cooper MacNeil en Bret Curtis.
Bleekemolen over zijn terugkeer naar Le Mans: “Het was een verrassing. Cooper heeft altijd met mij gesproken over Le Mans en hij was aan het kijken naar de mogelijkheden. Toen ik het nieuws van SRT hoorde, was het al laat, maar Bret Curtis belde me meteen en vroeg of er een kans was om met hen te rijden. Ze spraken beiden met verschillende teams. Uiteindelijk zeiden beiden dat ze met Prospeed wilde rijden, maar zij hadden geen inschrijving. Toen ze eindelijk de inschrijving hadden, was het makkelijk om een contract te regelen. Ze wilden graag met hen gaan en met mij als pro in de auto. Dat pakte uiteindelijk goed uit.”
Daarmee rijdt Jeroen Bleekemolen wederom met zijn twee voormalig teamgenoten. Wat betreft de kansen van het drietal is de Nederlander realistisch: “Je weet dat, wanneer er zoveel auto’s deelnemen, het zwaar wordt. Om door de race te komen zonder problemen, is al een grote uitdaging. Wanneer je naar het verleden kijkt, is het bijna een garantie om het podium te behalen wanneer je uit de problemen blijft. Over het algemeen ligt het gevecht voor de overwinning dicht bij elkaar, maar de derde plek ligt al een aantal ronden achter. Ik denk dat dit jaar anders wordt, omdat er zoveel verschillende auto’s zijn. Sommige auto’s hebben professionele coureurs in de auto zitten, wat het zwaarder maakt.”
Toch heeft Bleekemolen behoorlijke ambities voor de aankomende 24 uur van Le Mans: “Natuurlijk moet je hoge doelen stellen. Ik denk dat het podium een mooie finish is. Ik weet dat het zwaar wordt, omdat de competitie ongelofelijk sterk is. Wanneer we door de race komen zonder problemen, weet je het maar nooit. Laten we hopen dat we kunnen vechten voor het podium.”