Robert Doornbos maakte zijn rentree op de oval van Indianapolis na twee harde crashes in de eerste week van de Indy500. "Verschrikkelijk", vond de Nederlander het om toe te kijken, want inmiddels heeft hij op een vervelende manier kennis gemaakt met de wetten van de Amerikaanse racerij. Het Newman/Haas/Lanigan Racing Team had alles in het werk gesteld om de voormalig F1 coureur weer een bolide te verschaffen. Van twee gecrashte auto’s fabriceerde het team professioneel een ‘nieuwe’ Dallara Honda. Zo kon de door Jumbo Supermarkten ondersteunde coureur verder werken naar de kwalificatie van aanstaande zaterdag.
“Het was goed om weer in de auto te zitten, en weer aan het ‘werk’ te gaan. Het was verschrikkelijk om toe te kijken, terwijl de andere coureurs aan het ‘spelen’ waren en plezier hadden”, refereerde Doornbos naar de dagen die hij moest missen door de crashes. Toch liep het stroef voor de Rotterdammer. “Helaas hadden we een slechte dag. We leken een beetje de verkeerde kant op te gaan met de afstellingen en ik had geen plezier met het rijden. De wind zorgde ook voor ‘tricky’ omstandigheden”, liet hij weten.
Doornbos wilde natuurlijk niet nogmaals een auto afschrijven. Met de Dallara Honda zit het wel goed volgens Doornbos. “De snelheid is zeker in de auto. Dit is dezelfde auto, waarmee we goede dingen deden tijdens de Rookie Orientation, en de dagen erna bewezen we in de topelf te zijn. Nu moeten we dat opnieuw tonen, maar er is iets in de auto. Wij proberen de ‘sweet spot’ te vinden voor de Indianapolis Motor Speedway. Vrijdag hebben we weer een nieuwe test voor de boeg en dat moet een goede dag worden", besloot Doornbos positief, in de weet dat hij en zijn team nog heel wat overwerk te doen hadden.