Timo Glock was één van de F1-coureurs die optimaal gebruikt maakte van de natte omstandigheden op het circuit van Sepang, afgelopen zondag. De Duitser bezorgde niet alleen zichzelf, maar ook het Panasonic Toyota F1 Team de nodige punten voor de constructeurtitel. Glock blikt terug op zijn ‘zwemles’, die uiteindelijk naar het podium leidde.
“Na een rondje of zes kon ik de zwarte wolken naar het circuit zien gaan, dus vroeg ik mijn engineer wanneer het zou gaan regenen”, verklaarde Glock. “Toen begon het te regenen, maar niet zo hard als anderen misschien verwacht hadden. Het team liet mij over de banden beslissen en ik besloot er voor te gaan en het risico te nemen door intermediates te kiezen omdat het nog niet zo hard aan het regenen was. Ik wist dat een heleboel andere jongens op regenbanden waren gegaan, dus het was een risico, maar ik vond het dat risico wel waard.”
“Het bleek de beste beslissing, want ik was voor een paar ronden de snelste op de baan. Na mijn pitstop zat ik niet meer in de toptien, maar de intermediates waren duidelijk de beste banden en ik was stukken sneller dan de jongens op de regenbanden. Mijn banden raakten wel versleten, maar het team bleef me zeggen dat ik de snelste van de baan was, dus ik bleef pushen en anderen inhalen. In een paar rondes schoof ik op van buiten de toptien naar de tweede plek. Het was geweldig en heel spannend, maar uiteindelijk raakten mijn banden te versleten en moest ik binnen komen om te wisselen naar regenbanden.”
“De regen werd heviger en om eerlijk te zijn leek het meer op zwemmen! Zelfs toen we achter de safety car reden was het bijna onmogelijk. De auto’s gleden overal heen; er was zoveel water op de baan. Het was een erg verwarrende situatie met iedereen die een pitstop aan het maken was en sommige auto’s die gespind waren. Op een gegeven moment dacht ik dat ik de leider van de race was, maar toen kwam Jenson Button uit de pits en vlak voor me de baan weer op. Op het moment dat ze met de rode vlaggen begonnen te zwaaien lag ik tweede, maar op het podium bleek dat ik derde was!”
Door Pieter Glas