Iedereen was het er aan het einde van het Formule 1-seizoen over eens: Mercedes had dit jaar de beste motoren. De Duitse fabrikant leverde de krachtbronnen aan McLaren, Brawn GP en Force India F1, en boekte daarmee indrukwekkende prestaties. Zo stond in tien van de zeventien races een bolide met een Mercedesmotor op pole position. Bovendien behaalde elk team met de Mercedes-Benz FO 108W minstens eenmaal de eerste startplaats; Brawn GP vijf, McLaren vier en Force India eenmaal.
Ook kwam in tien van de zeventien races een door een Mercedes krachtbron aangedreven bolide als eerste over de streep; Jenson Button zes maal en Rubens Barrichello en Lewis Hamilton beiden twee keer. Daarnaast viel geen enkele van de zes bolides in 2009 uit met een motorisch probleem. Alle zes de rijders eindigden bovendien minimaal een keer in de punten. In totaal behaalden Mercedes aangedreven bolides 256 van de 640,5 te behalen punten, wat overeenkomt met bijna veertig procent. Renault kwam op een tweede plaats met 178,5 punten als leverancier van Renault en Red Bull Racing.
In totaal lag in 593 van de 988 verreden ronden een Mercedesmotor aan de leiding, wat neerkomt op zestig procent. Voor de zesde maal won een rijder met een Mercedesmotor de wereldtitel, na tweemaal Juan Manuel Fangio, tweemaal Mika Hakkinen en eenmaal Lewis Hamilton. De Duitse fabrikant nam in totaal achttien maal deel aan het WK, wat neerkomt op een titel per drie jaar, 33,3%. Ferrari heeft in zestig jaar zestien rijdertitels behaald, wat neerkomt op 26,6%.