Al vier jaar staan de F1-teams van Caterham en Marussia aan de start, al vier jaar is er geen enkel punt gescoord. Sinds de intrede in de Formule 1 in 2010 hebben beide achterhoedeteams enkel gezorgd voor veldvulling, de komst van diverse paydrivers en het weggooien van vele miljoenen euro's. In de eerste drie seizoenen eindigde Caterham als tiende bij de constructeurs en leek het beetje bij beetje het gat naar de middenmoot te kunnen dichten. Dit jaar werden zij verslagen door Marussia, maar de achterstand op de gevestigde orde was gigantisch. Een uitschieter daargelaten, maar over het algemeen stonden de vier rijders van deze twee teams op de laatste startrijen en de laatste posities in de einduitslag van de race.
BBC-analist en voormalig technisch directeur Gary Anderson komt met een opheldering. “Ook wij hadden met Jordan moeilijke tijden in de achterhoede, maar wij hadden altijd de kans om te vechten. Bij Caterham en Marussia zie ik die strijd niet. Zij zijn zo ver weg”, aldus Anderson tegenover Motorsport. “Williams is het negende beste team en had gemiddeld twee seconden achterstand op Red Bull. Het volgende team is Caterham, met gemiddeld 3,9 seconden achterstand. Bij Marussia was het verschil 4,1 seconden. Zij hebben gewoon geen enkele kans, de achterstand is reusachtig. Zij moeten ten opzichte van de overige teams twee seconden goedmaken.”
De ervaren techneut heeft ook uitgedokterd waarom de achterhoedeteams geen zichtbare vooruitgang hebben geboekt in de afgelopen jaren: “Wanneer men heen en weer door de pitlane loopt, zie je veel dingen. Ik haal vaak mijn stopwatch uit mijn broekzak, ik klok sectoren of pitstops, om bepaalde dingen te ontdekken. Maar ik zie nooit iemand van hen door de pitlane lopen om ontwikkelingen van andere teams te bekijken. Er is niemand die denkt: 'Andere teams boeken vooruitgang, hoe kunnen wij daarvan profiteren? Waarom functioneert dat onderdeel beter op hun auto dan op onze bolide?'”
Volgens Anderson ontbreekt het aan de juiste mentaliteit om door te breken en de stap voorwaarts te maken: “Het is alsof men de keuze heeft, zout of suiker in de koffie te doen. De ander neemt suiker en het bevalt hem, dus waarom zou ik dan voor zout kiezen? Zij schijnen continu meer zout in de koffie te gooien en proberen het daarmee zoeter te maken. Zij moeten de ogen openen. Zij zijn niet groot genoeg om alles zelf te doen. Ze moeten bekijken hoe andere teams bepaalde problemen oplossen.”