Van de vier nieuwe teams die volgend jaar op de Formule 1-grid staan, was US F1 de eerste partij die aangaf zich voor 2010 te willen inschrijven. Desondanks heeft het team als enige nog geen enkele coureur voor volgend jaar vastgelegd. Recentelijk uitte ook F1-baas Bernie Ecclestone zijn twijfels over de haalbaarheid van de plannen van de Amerikaanse equipe. Het is daarom hoogst onduidelijk of US F1 erin zal slagen de hooggespannen verwachtingen waar te maken.
Dit alles staat in schril contrast met de hoeveelheid bombarie waarmee US F1 in april 2009 aankondigde dat het team in 2010 aan de F1 ging deelnemen. Zoals de naam al doet vermoeden, wilde het team zich een geheel Amerikaanse identiteit aanmeten om op die manier de nauwelijks in Formule 1 geïnteresseerde Amerikanen warm te laten lopen voor de hoogste klasse in de autosport. Daartoe werd in Charlotte, North Carolina een oude NASCAR-fabriek in gebruik genomen en moesten twee Amerikaanse coureurs worden vastgelegd. Mede-eigenaar van YouTube, de miljonair Chad Hurley, zag wel heil in het project en besloot om zich als investeerder op te werpen. Hierna stokte de reeks aan positieve berichten en werd het angstvallig stil rondom het Amerikaanse project.
Ondanks deze informatiestop sijpelde toch nog enig nieuws mondjesmaat door over US F1. Zo trad het team in september toe tot de FOTA, het overkoepelde verbond voor constructeurs, en werd begin oktober door de FIA een succesvolle inspectie van de faciliteiten in North Carolina afgerond. Ook maakte de equipe bekend dat het Motorland Aragón in het Spaanse Alcañiz officieel tot Europees testcircuit was benoemd. Hiermee werd de eerste stap richting een meer Europese koers in werking gezet, want in de maanden die volgde erkende US F1 dat een geheel Amerikaans team toch wel lastig zou worden en dat de kennis en faciliteiten uit landen met een traditionele interesse in Formule 1 onontbeerlijk was.
Deze Europese koers vertaalde zich ook uit in de rijderskeuze. Hoewel in eerste instantie de namen van succesvolle Amerikaanse coureurs als Jonathan Summerton, Danica Patrick of Marco Andretti door de paddock gonsden, bleek halverwege november dat de Argentijnse coureur José María López de grootste kanshebber is op het eerste stoeltje. López, die nauwelijks enige bekendheid geniet, was enkele jaren geleden als vierde rijder aan het team van Renault verbonden, maar testte indertijd amper. De laatste jaren reed hij vooral in de Amerikaanse en Argentijnse toerwagenracerij, waar hij vele kampioenschappen op zijn naam schreef. Hoewel deze rijder ongetwijfeld over de nodige talenten beschikt, lijkt het toch vooral zijn omvangrijke portefeuille te zijn die hem aan een racestoeltje moet helpen: López telt naar verluidt liefst acht miljoen euro neer om de vacature te mogen vervullen. De Argentijn zou overigens afgelopen maandag en dinsdag een Zuid-Amerikaanse Formule 3-auto hebben getest ter voorbereiding op een seizoen in de F1, maar of deze test ook doorgang heeft gevonden is onduidelijk.
De tweede rijder van US F1 zal hoogstwaarschijnlijk eveneens flink in de buidel moeten tasten om aan de start te mogen verschijnen. Hoewel er slechts zelden namen vallen met betrekking tot de tweede cockpit, lijkt Alexander Wurz een belangrijke gegadigde om in te stappen. Wurz beschikt over een ruime hoeveelheid F1-ervaring en weet als geen ander hoe je een auto moet ontwikkelen, maar is net als López geen Amerikaan en had het in recente F1-races niet altijd even makkelijk. Jacques Villeneuve is een andere naam die rondzingt, maar concrete aanwijzingen dat de Canadees zou instappen zijn er allerminst. Op coureursvlak lijkt tot op heden dus ook weinig terecht te komen van de gestelde doelstellingen.
Daarbij komt nog eens dat begin deze week het bericht de wereld inkwam dat US F1 net als Virgin GP de auto geheel zonder windtunnel zal ontwikkelen. Waar Virgin GP echter een supergeavanceerde computer ter vervanging zal inzetten, zijn er geen signalen dat US F1 over een soortgelijke installatie kan beschikken. Dus moet worden gevreesd voor het ontwerp van de auto, want het is geen geheim dat een windtunnel een must is om tot goede aerodynamische vindingen te komen. Deze stelling wordt nog wel het best onderschreven door het feit dat het laatste team dat zonder windtunnel te gebruiken een auto bouwde het team van Lola was in 1997. Coureurs Vicenzo Sospiri en Ricardo Rosset slaagden er destijds niet eens in om zich voor de openingsrace in Australië te kwalificeren en een race erna was het team al failliet verklaard. Het valt niet te hopen dat US F1 een zelfde lot beschoren is.
Ondanks de geringe progressie in de afgelopen periode zweert het team nog altijd bij hoog en laag dat alles goed zal komen. Daartoe werd halverwege de vorige week een eerste aanzet gegeven met de lancering van een nieuwe website. Deze lancering werd door medeoprichter Peter Windsor aangegrepen om te benadrukken dat er geen reden tot zorgen is en dat het uitblijven van duidelijk berichten over coureurs of andere plannen niet betekent dat er achter de schermen niet van alles gebeurt. Windsor stelde metaforisch dat het beter is een gast pas in je huis uit te nodigen als alle kamers verbouwd zijn. De vraag blijft echter of het huis in kwestie niet allang af had moeten zijn. Een filmpje met hardwerkende Amerikanen doet vermoeden dat het nog niet te laat is, maar dat US F1 achter op schema ligt, lijkt evident.
Het zal daarom spannend worden of het team erin slaagt daadwerkelijk twee auto’s aan de start te krijgen in Bahrein. Het vraagstuk of deze auto’s dan ook competitief zullen zijn lijkt niet minder relevant. Een combinatie van hard werken en enig geluk lijkt dan ook de enige manier te zijn om het team op de rails te krijgen. En dan blijft natuurlijk de vraag of de Amerikaanse fans voor een team zonder landgenoten zullen juichen. Het feit dat de F1-kalender op de nieuwe site van het team niet overeenkomt met die van de FIA lijkt een voorbode van ellende te zijn.
Tekst: Ewout Rutgers
Foto's: USGPE.com