Op 19 mei 2014 overleed, op 88 jarige leeftijd, racelegende Jack Brabham. Tegenwoordig is Jack Brabham slechts een naam in de statistieken die de huidige generatie autosportliefhebbers weinig zal zeggen maar niet alleen overleefde hij de gevaarlijke jaren zestig, hij wist ook nog drie keer wereldkampioen te worden. In 1959 en 1960 bezorgde Jack Brabham het, tot dan weinig succesvolle, Cooper haar enige wereldtitels en in 1966 kwam, na jaren ploeteren in het middenveld zonder overwinning, zijn derde wereldtitel. Deze derde wereldtitel is tot op de dag van vandaag nog een unicum. Jack Brabham behaalde zijn titel namelijk in een ‘Brabham’. Een wagen van eigen makelij! Een prestatie die niemand hem nadeed en waarvan het zeer onwaarschijnlijk is dat er ooit in de toekomst nog een coureur zal zijn dit hem na kan doen, ook al worden er in de laatste decennia diverse oude records gebroken door de nieuwe lichting coureurs.
19 mei 1957 exact 57 jaar terug in de tijd wordt de grand prix van Monaco verreden. Een tot dan onbekende Australiër rijdt mee met een Cooper Formule 2 wagen. Het is een wagen die opzien baart omdat de motor achterin de wagen ligt in plaats van, de dan geldende standaard bij formule wagens, voorin. De motorinhoud is vergroot van 1500 naar 1960 cc. Natuurlijk komt deze omgebouwde Formule 2 wagen veel tekort op de rest van het veld dat voornamelijk bestaat uit echte Formule 1 wagens. Brabham lijkt dus kansloos in zijn vreemde vehikel maar tegen alle verwachting in, rijdt hij een geweldige race waarin hij lange tijd de derde plaats bezet. Als echter de benzinepomp losraakt, lijkt de race van Brabham voorbij maar hij wil niet van opgeven weten en duwt de wagen nog naar een zesde plaats. Een positie die in 1957 nog geen punten oplevert…
"Ik kan niet tegen mijn verlies dus ik begon de auto te duwen: door de tunnel, langs de chicane, omhoog naar Tabac en verder langs de haven. Zo werd ik toch nog zesde. Het ergste was niet dat ik uitgeput was, maar dat ik die derde plaats was kwijtgeraakt. Het was trouwens best eng hoor, die auto door de tunnel heen duwen terwijl je collega’s je in het half donker om de oren gieren."
Jeugd
Jack Brabham wordt op 2 april 1926 geboren in Hurstville Australië in de omgeving van Sidney. In zijn jeugd lijkt het niet erg waarschijnlijk dat Jack een carrière in de autosport zal najagen aangezien zijn vader Tom ‘gewoon’ groenteboer is. Na zijn schooltijd werkt Jack korte tijd in een machinefabriek maar al snel gaat hij bij zijn vader in het bedrijf werken. Zijn vader heeft echter als groenteboer diverse bestelwagens die de diverse groentewinkels moeten bevoorraden. Jack gaat aan het werk in de garage waar deze bestelwagens in onderhoud zijn en leert zo de mechaniek van auto’s begrijpen. Zijn interesse in auto’s neemt hierdoor enorm toe en uiteindelijk besluit Jack om een opleiding tot automonteur te gaan volgen. Hij leert snel en schopt het tot ingenieur. Als hij in militaire dienst moet, weet hij het te regelen dat hij aan de slag kan als vliegtuigmecanicien. Na de oorlog ontmoet hij een coureur die op zandbanen racet. Het is de bedoeling dat Jack de wagen bouwt voor deze coureur. Al snel haakt deze coureur af en Jack besluit dan de wagen zelf maar te rijden. Hiermee zet hij zijn eerste schreden in de autosport.
De eerste successen.
Jack blijkt niet alleen goed te zijn in het bouwen van racewagens maar hij is ook nog eens een talentvol coureur. Al in het tweede jaar wordt Jack kampioen in deze klasse van zandbaanraces. In de jaren die hierop volgen, wordt hij meerdere malen kampioen. Op zoek naar een nieuwe uitdaging begint Jack met bergraces. Ook hier behaalt hij meerdere successen. Daarna verlegt hij zijn aandacht naar wegraces. Op zoek naar een goede wagen komt hij in contact met de Engelse racefirma Cooper. In 1954 wint Jack in een Cooper al diverse Australische titels. In deze races komt Jack diverse Europese coureurs tegen. Op aanraden van deze coureurs besluit Jack om zijn succes in Europa te gaan beproeven. Doel daarbij is natuurlijk de Formule 1 waaraan veel Engelse teams, zoals Vanwall, Connaugt/Alta en Gordini deelnemen.
Europa.
In april 1955 gaat Brabham voor het eerst van start in Engeland in een Cooper. Hij eindigt in deze eerste race op Europese bodem als vierde. Helaas telt deze race niet mee voor het wereldkampioenschap Formule 1 maar dankzij dit succes geeft John Cooper hem de mogelijkheid om voortaan zelf, in de werkplaats van Cooper, zijn wagen te prepareren. Brabham bouwt een 2,3 liter motor In de Cooper. In deze wagen rijdt Jack zijn eerste Grand Prix in Engeland. De behaalde resultaten zijn teleurstellend. Brabham kwalificeert zich als laatste op de grid en in de race valt hij uit met technische mankementen. Na nog een paar races in andere klassen zonder noemenswaardig succes vertrekt hij in de winter weer naar Australië. In Australië is het dan zomer en Brabham neemt daar deel aan diverse races. In 1956 keert Jack weer terug in Europa om Formule 2 te rijden. Wederom doet hij in dit jaar ook weer mee in de Formule 1 grand prix van Engeland en wederom valt hij uit. Ook in 1957 rijdt hij in de Formule 2. In de grand prix van Monaco rijdt Brabham weer Formule 1. Hier finisht hij als zesde maar weet hij wel lange tijd de derde plaats vast te houden hetgeen hem onder de aandacht brengt van het publiek en teambazen. Ook in de Formule 1 grand prix van Frankrijk en Engeland gaat hij nog van start. Punten weet hij echter niet te halen.
Formule 1
Voor 1958 wil John Cooper de zaken serieuzer aanpakken. Jack Brabham zal zijn eerste volledige seizoen Formule 1 rijden bij Cooper. Naast Brabham rijden voor het Cooper team ook Roy Salvadori en Ron Flockhart. Bovendien verkoopt Cooper wagens aan teameigenaar Rob Walker die Stirling Moss en Maurice Trintignant in de Coopers laat rijden. Stirling Moss weet de eerste race in Argentinië te winnen in een Cooper van Rob Walker. De tweede race in Monaco lijkt het begin van iets moois voor Jack. Hij kwalificeert zich op de voorste startrij door middel van een derde plaats en behaalt zijn eerste 3 punten door op een vierde plaats te finishen. Maurice Trintignant in de Cooper van het Rob Walker team wint echter in Monaco. De rest van het seizoen verloopt echter teleurstellend voor Jack Brabham. De beste resultaten na Monaco zijn zesde plaatsen in Frankrijk en Engeland die ook in 1958 nog geen punten opleveren. De wagens van John Cooper kunnen geen potten breken in 1958 en Jack Brabham wordt zoek gereden door zijn teamgenoot Roy Salvadori die 15 punten behaalt, mede dankzij een derde plaats in Engeland en een tweede plaats in Duitsland.
Overnight sensation.
Na de magere resultaten van 1958 lijkt het erop dat Jack Brabham slechts een middelmatig coureur is. Zeker als je de resultaten vergelijkt met teamgenoot Roy Salvadori. Toch weet John Cooper het technisch inzicht van Jack Brabham op waarde te schatten en Cooper laat Jack de wagens van 1959 prepareren. Brabham blijft geloven in het concept van de motor achterin de wagen in plaats van voorin. Voor 1959 ontwerpt Brabham dan ook de wagens door. Het resultaat is een hele kleine lichte wagen die de motor wederom achterin heeft liggen. John Cooper krijgt geen spijt dat hij Brabham de vrije hand heeft gegeven want Jack Brabham wint, nadat Stirling Moss terugvalt met versnellingsbakproblemen, de seizoenopener van 1959 in Monaco en behaalt daarmee zijn eerste overwinning in de Formule 1. Die genen die denken dat dit een toevalstreffer is, snoert Brabham de mond door in de volgende grand prix in Nederland en Frankrijk respectievelijk tweede en derde te worden. In Engeland behaalt hij zijn tweede grand prix zege. Na Engeland wint Brabham geen grand prix meer maar hij blijft constant punten behalen in de diverse races. Zo kan het gebeuren dat als de laatste race van het jaar in de Verenigde Staten aanbreekt Brabham aan de leiding gaat met 31 punten. Zijn directe concurrenten voor de wereldtitel zijn Stirling Moss met 25,5 punten en Tony Brooks met 23 punten. Deze laatste race van 1959 mondt uit in een thriller. Stirling Moss valt uit en Tony Brooks wordt derde achter nieuwbakken Cooper coureur Bruce McLaren die, met 22 jaar, de jongste Formule 1 winnaar uit de geschiedenis wordt. Jack Brabham rijdt lange tijd aan de leiding totdat hij, met nog slechts één ronde te gaan, zonder benzine komt te staan! Net als in Monaco begint hij zijn wagen naar de finish te duwen. Ditmaal weet hij zijn wagen naar een vierde plaats met de bijbehorende 3 punten te duwen! Het is voldoende voor zijn eerste wereldtitel.
Jack Brabham
Ik werd in de tijdwaarnemingscaravan gebracht, waar ik een kwartier de tijd nam om weer op adem te komen. Toen besefte ik opeens dat ik wereldkampioen was. Ik kon het nauwelijks geloven!
De tweede wereldtitel.
In 1960 gaat Jack zijn titel verdedigen bij Cooper maar het seizoen begint slecht met uitvalbeurten in de eerste twee races. Teamgenoot Bruce McLaren wint de eerste race in Argentinië hetgeen de critici weer doet roeren. Zij zijn van mening dat de wereldtitel van Jack Brabham slechts een toevalstreffer was. In de derde race op de kalender in Indianapolis komen geen Europese teams aan de start. Vanaf de vierde race snoert Jack Brabham de critici voor eens en altijd de mond door achtereenvolgens de grand prix van Nederland, België, Frankrijk, Engeland en Portugal te winnen. Door deze vijf zeges op rij, elke zege wordt in 1960 beloond met 8 punten, hebben concurrenten Bruce McLaren en Stirling Moss nog slechts een zuiver theoretische kans op de wereldtitel. Jack Brabham behaalt dan ook met 43 punten zijn tweede wereldkampioenschap.
Afscheid van Cooper.
In 1959 heeft Jack zijn eigen firma opgezet die racewagens bouwt. Dit doet hij samen met Ron Tauranac. Ondertussen is hij ook nog bezig met de ontwikkeling van de Cooper racewagens maar 1961 wordt een teleurstellend jaar voor Brabham als titelverdediger. Zijn beste resultaat van het jaar is een vierde plaats in Engeland. Ook behaalt hij in Nederland nog een zesde plaats die vanaf 1961 nog wel 1 punt oplevert. In alle andere races valt Brabham uit met mechanische defecten. Hij sluit 1961 teleurstellend af met een schamele 4 punten en een 11e plaats in de eindstand. Ondertussen is hij zo druk met zijn nieuw opgezette racewagenfirma Motor Racing Developments dat hij eigenlijk geen tijd meer heeft om ook nog eens de wagens van Cooper door te ontwikkelen. Jack dient dan ook aan het einde van 1961 zijn ontslag in bij Cooper om verder te gaan met zijn eigen firma. John Cooper is des duivels. In zijn ogen heeft Brabham zijn twee wereldtitels maar mooi te danken aan de wagens van Cooper. In werkelijkheid zouden deze wagens zonder de technische inbreng van Jack waarschijnlijk nooit zo competatief geweest zijn. En waarschijnlijk zouden de twee behaalde wereldtitels er dan ook nooit geweest zijn. Dit wordt wel bewezen in de jaren na het vertrek van Brabham. Cooper zal namelijk nooit meer een wereldtitel behalen en ook overwinningen voor coureurs in Coopers zullen dan niet vaak meer voorkomen.
Brabham op Brabham.
Jack begint het seizoen 1962 met een wagen die hij van Lotus heeft gekocht. Met deze Lotus weet hij nog een zesde plaats in België, en een vijfde plaats in Engeland te behalen. Halverwege het seizoen, op 5 augustus 1962 in de grand prix van Duitsland, debuteert de eerste Brabham (BT3) met uiteraard Brabham zelf aan het stuur. Na 9 ronden is het debuut alweer voorbij door technische problemen. De eerste punten voor zijn eigen team behaalt Brabham in de twee laatste races van het seizoen in de Verenigde Staten en Zuid-Afrika. In beide races wordt hij vierde het geen samen goed is voor 6 punten. Voor 1963 weet Jack Brabham de Amerikaan Dan Gurney te strikken voor de tweede Brabham. Gurney blijkt ook in de Formule 1 goede resultaten te kunnen behalen en wordt tweede in België. De eerste grotere successen behaalt Jack Brabham in zijn eigen wagen in Stuttgart en Zeltweg. Beide races weet hij te winnen. Helaas tellen deze races niet mee voor het wereldkampioenschap maar het potentieel van de Brabham-racewagens zijn hiermee aangetoond. Tijdens de grand prix die meetellen voor het wereldkampioenschap blijft de pech hem echter achtervolgen. Pas tegen het einde van het seizoen in Italië, de Verenigde Staten en Mexico weet Jack weer punten te halen met een vijfde, vierde en tweede plaats. Samen met de punten die Dan Gurney heeft behaald, sluit het Brabham team haar eerste volledige seizoen Formule 1 in 1963 af met 33 punten en een derde plaats bij de constructeurs.
De eerste successen voor team Brabham.
In 1964 blijken de Brabhams nog veel last te hebben van kinderziektes en Brabham en Gurney vallen vaak uit. Toch wordt 1964 een succes voor het Brabham team. Dan Gurney wint op 28 juni 1964 namelijk de grand prix van Reims. Het is de eerste zege voor het Brabham team. Deze prestatie herhaalt Dan Gurney in de laatste grand prix van het seizoen in Mexico. Jack zijn beste resultaten zijn derde plaatsen in België en Frankrijk. Het volgende seizoen 1965 kan het Brabham team geen overwinningen meer behalen maar verloopt desondanks noch redelijk. Jack Brabham staat zelfs een keer op het podium als hij derde wordt in de Verenigde Staten. Hij behaalt in 1965 slechts 9 punten en eindigt als 10e in de eindstand. Dit komt deels doordat hij niet alle races zelf rijdt. In plaats hiervan geeft hij Nieuw-Zeelander Denny Hulme de kans ervaring op te doen terwijl Jack zich meer bezighoudt met het reilen en zeilen van het team. Dan Gurney zorgt voor 25 punten in 1965 mede dankzij derde plaatsen in Nederland, Duitsland en Italië. Daarmee draagt Gurney het meeste bij aan de 33 punten die goed zijn voor de derde plaats in de eindstand van 1965 voor het Brabham team.
De anomalie.
Jack Brabham heeft in 1965 de nodige problemen met de 3 liter motor van Climax. Sinds de formule 1 is overgestapt op 1,5 liter motoren lijkt het Climax maar niet te lukken om de zaken op orde te krijgen sinds deze in 1961 zijn ingevoerd. Vanaf 1966 zijn echter 3 liter motoren weer toegestaan. Brabham heeft grote moeite om een goede 3 liter motor te vinden en vraagt uiteindelijk aan de Australische firma Repco om motoren voor hem te ontwikkelen. In de eerste race van het seizoen valt Jack uit maar in de tweede race wordt hij al vierde. Daarna is er geen twijfel meer mogelijk. Jack Brabham is, met zijn 40 levensjaren, weer helemaal terug. Hij wint achtereenvolgens de grand prix van Frankrijk, Engeland, Nederland en Duitsland. In de twee volgende races valt hij uit maar in de grand prix van Mexico stelt hij zijn derde wereldtitel veilig dankzij een tweede plaats. Het wonder heeft zich daarmee voltrokken. Nooit eerder werd een coureur kampioen in zijn eigen wagen en waarschijnlijk zal dit kunststukje ook nooit meer worden herhaald.
Jack Brabham 7 augustus 1966.
Op de Nurnburgring regende het enorm, wat het rijden buitengewoon gevaarlijk maakte. We reden echt iedere ronde onder totaal andere weersomstandigheden, omdat het nooit op dezelfde plekken bleef regenen. Waar het in de ene ronde droog was, kon het in de volgende ronde kletsnat zijn- en omgekeerd. Soms moest je in bochten als het ware kleine riviertjes oversteken, die dwars de weg overstaken. Ik vond het al geweldig om uitgerekend deze race te winnen, ook al omdat het mijn eerste zege op de Nurnburgring was.
Verdere successen voor het Brabham team.
Met zijn team gaat het ook steeds beter. In de Formule 2 is het Brabham team een steeds belangrijker element en Jack Brabham wint in 1966 maar liefst 12 van de 15 races. In 1967 moet Jack zijn Formule 1 titel verdedigen tegen teamgenoot Denny Hulme. Alleen Jim Clark kan in de buurt komen van Hulme en Brabham maar heeft te kampen met een Lotus die in hoge mate onbetrouwbaar is. Zowel Hulme als Brabham weten elk twee overwinningen te behalen maar het is Denny Hulme die in dit jaar constanter rijdt en zijn teambaas met 5 punten verslaat. In 1968 verlaat Denny Hulme het team om bij zijn vriend Bruce McLaren te gaan rijden. De Repco motor, die in 1966 en 1967 nog voor grote successen zorgde, heeft nu te kampen met vele defecten. Het resultaat is desastreus. Jochen Rindt en Jack Brabham vallen in de meeste races uit en het magere resultaat voor het Brabham team zijn 10 punten. In 1969 gaat het Brabham team over op Ford-Cosworth motoren. Het blijkt een goede keuze. Jack Brabham’s nieuwe teamgenoot Jacky Ickx weet de grand prix van Duitsland en Canada te winnen. Jack zelf weet geen races te winnen maar het Brabham team wordt door constant punten te halen tweede in de eindstand van 1969 met 51 punten.
Afscheid
Als het seizoen 1970 aanvangt, is Jack Brabham inmiddels 44 jaar oud. Het is een publiek geheim dat dit ‘Old Jack’ zijn laatste seizoen zal worden. De eerste race is geen voorbode van wat het seizoen zal brengen want Jack Brabham wint in Zuid-Afrika zijn 14e en laatste grand prix. Verder wordt dit laatste seizoen van Jack gekenmerkt door vele uitvalbeurten. In Monaco ligt Jack lange tijd aan de leiding en lijkt hij zijn tweede zege van het seizoen te gaan halen. Jochen Rindt in de Lotus is echter langzaam maar zeker op hem ingelopen. Bij het ingaan van de laatste bocht in de laatste ronde lijkt Jack zijn zenuwen niet meer in bedwang te hebben en maakt hij een inschattingsfout bij het inhalen van een achterblijver waarna hij rechtdoor de banden inschiet. Als Jack zijn wagen weer in de goede richting op de baan heeft, is Jochen Rindt al afgevlagd als winnaar. Jack Brabham wordt nog wel tweede. In Frankrijk wordt Jack derde en in Engeland staat hij, door middel van een tweede plaats, voor het laatst in zijn carrière, op het podium met een tweede plaats. Zijn laatste seizoen in de formule 1 sluit Jack af met een vijfde plaats in de eindstand en 25 punten.
The Legacy.
Jack Brabham trekt zich terug naar Australië waar hij vertegenwoordiger van Ford wordt. Tevens bouwt hij een vliegmaatschappij op. Het Brabham team wordt tegen het einde van 1971 verkocht aan Bernie Ecclestone die successen behaalt met coureurs als Carlos Reutemann, Carlos Pace, John Watson en Niki Lauda. De grootste successen komen voor Ecclestone met zijn Brabhamteam echter met Nelson Piquet die 13 overwinningen en twee wereldtitels in 1981 en 1983 behaalt. Vanaf 1986 vallen de resultaten echter tegen. De ultralage Brabham die wordt ontworpen door Gordon Murray blijkt een flop en Elio de Angelis komt in deze wagen om het leven tijdens een test. Gedurende 1987, als goede resultaten uitblijven, verliest Ecclestone zijn interesse in het team. Aan het begin van het seizoen 1988 verkoopt hij het team. Onder de nieuwe eigenaren van het Brabham team rijden de zonen van Brabham, Gary en David, in 1990 respectievelijk 2 en 14 grand prix. Zijn zonen blijken echter niet het talent van hun vader te hebben en successen blijven uit. Na een aantal jaren ploeteren in de achterhoede wordt het Brabham team in 1992 opgeheven. Jack Brabham zelf is zo nu en dan nog aanwezig bij een grand prix of andere autorace. Autosport en raceauto’s blijven hem tot op hoge leeftijd interesseren. Dit is zelfs zodanig dat hij op 18 mei 2014 op een bijeenkomst van old- timer nog plaatsneemt in een oude racewagen om het ‘gevoel’ weer te krijgen. Slechts 1 dag later overlijdt Jack Brabham op 88 jarige leeftijd.
Jack Brabham in 1966:
In 1966 werd ik voor de derde keer wereldkampioen en mijn team pakte voor de eerste keer het wereldkampioenschap Constructeurs. Natuurlijk was ik hiermee blijer dan bij mijn kampioenschappen met Cooper- hoewel: ‘meer voldaan’ lijkt me beter uigedrukt. Als je ouder wordt, ga je bepaalde dingen meer appreciëren. Ik was dan ook van mening dat de inbreng van onze ontwerper Ron Taurunac, van motorfabrikant Repco, van Esso en Goodyear en natuurlijk al het teampersoneel net zo belangrijk waren geweest als de inbreng van de coureur.
In het begin werd wel gedacht dat Repco onze hele onderneming financierde maar dat was niet waar. Er was geen sprake van financiële hulp, maar wel van een andere vorm van sponsoring. Zij leenden ons namelijk motoren uit voor de duur van drie jaar. Wanneer we er een voor die tijd verkochten, ging de opbrengst naar Repco. Ongebruikte of opgebruikte motoren gingen gewoon terug naar Repco. Phil Irving was de ontwerper van die motoren. Zijn twee uitgangspunten daarbij waren geweest, dat de motor in een bestaand Brabham chassis moest passen en dat hij niet hoger mocht zijn dan de Climax V8 van het voorgaande jaar. Alleen op die manier konden we de voortreffelijke stroomlijnvorm van de auto’s van 1965 handhaven. We streefden er ook naar om de Repco motoren heel onderhoudsvriendelijk te maken, zodat het voor de monteurs heel prettig werken was. Toen we de motor in ontvangst namen, waren dat de twee dingen waarvan we hoopten dat die zouden kloppen. Het motorvermogen bedroeg in het begin al ruim 300 pk en daarbij was hij heel soepel en had hij veel koppel in huis. Het was gewoon een ideale motor om mee te rijden.
Statistieken Jack Brabham:
Geboren: 2 april 1926
Overleden: 19 mei 2014
Aantal grand prix: 126 (1955-1970)
Aantal pole positions: 13
Aantal snelste ronden: 10
Aantal WK punten: 261 (oude puntentelling)
Aantal zeges: 14
1959 grand prix Monaco
1959 grand prix Engeland
1960 grand prix Nederland
1960 grand prix België
1960 grand prix Frankrijk
1960 grand prix Engeland
1960 grand prix Portugal
1966 grand prix Frankrijk
1966 grand prix Engeland
1966 grand prix Nederland
1966 grand prix Duitsland
1967 grand prix Frankrijk
1967 grand prix Canada
1970 grand prix Zuid-Afrika
©Taco van der Zant