Sebastiaan Vettel kwam bij de opening van de Braziliaanse GP hard in aanraking met de thuisrijdende Bruno Senna. Door deze botsing raakte de achterkant van de F1-auto van de Duitser zwaar beschadigd en vreesde het team van Red Bull dat hun coureur de race moest staken en zijn derde wereldtitel daarmee in gevaar kwam.
Na de race werd Christiaan Horner gevraagd of de kans groot was dat Vettel had moeten opgeven, waarop hij reageerde: “Zeker weten! Er was schade aan de uitlaat en kwetsbare onderdelen van de auto”. Adrian Newey, de technische man van het team, beoordeelde in de openingsfase de schade aan de auto door middel van close-ups. Hij concludeerde dat de onderdelen op het maximum zaten van wat ze te verduren kunnen krijgen. Door zijn analyses reageerde het team op verschillende momenten in de race met aanpassingen tijdens de pitstops. Newey reageert hierop: “We beoordeelden de belasting van de pushrods, wat elk team doet, en constateerde dat de auto neerwaartse druk op de achterkant had verloren”. Hierop paste de team de stand van de vleugels tijdens de pitstops aan.
Een ander groot risico was het breken van de uitlaat, wat geleidt zou hebben tot het in brand vliegen van het bodywork, zoals Newey aangaf: “We hebben de engine mapping aangepast, waardoor de temperatuur van de uitlaat naar beneden ging. Daardoor ging de auto minder presteren en hoopten we dat de auto thuis gebracht zou worden”.
Door de race te managen vanaf de pitmuur, wist Vettel uiteindelijk op een vijfde plaats de race uit te rijden. Daarmee verzekerde de Duitse coureur zichzelf van zijn derde wereldtitel op rij.