Na het besluit van de FIA - het internationale autosportorgaan waar eveneens het F1-wereldkampioenschap onder valt - om de werking van de geblazen diffusor te verminderen, is er opnieuw heibel in de paddock ontstaan over dit 'verbod'. Maar wat is er nu precies aan de hand in de Formule 1? Om de situatie wat duidelijker te maken hebben we de feiten nog eens op een rijtje gezet.
Sinds het team van Brawn GP in 2009 hun auto, de BGP001, introduceerde is er in de Formule 1 een hoop te doen geweest rond de diffusor. Dit onderdeel wordt gevormd onder en aan het einde van de bodemplaat en zorgt voor gunstiger luchtwervelingen onder en rond de achterzijde van een F1-auto. Daarnaast biedt de diffusor een grote toename van de downforce, waardoor de auto als het ware aan het wegdek plakt.
Ross Brawn kwam twee jaar geleden met de zogenaamde dubbeldeks diffusor. Uiteindelijk werd deze vorm van het betreffende onderdeel verboden, waardoor de zoektocht naar een ander alternatief van start ging. Daarbij kwam men uit bij de geblazen diffusor, waar momenteel hevige discussies over gaande zijn. Bij deze versie worden de uitlaatgassen uit de motor gebruikt om de diffusor aan te jagen.
Inmiddels zijn een aantal teams, waaronder de meeste topteams, overgegaan op het gebruik van uitlaatgassen in combinatie met de diffusor, waarbij bijvoorbeeld het team van Lotus Renault GP een zeer vooruitstrevend uitlaatsysteem bedacht heeft. Hierbij komen de uitlaatmondingen uit bij de openingen van de side pods, daar waar zich onder andere de radiatoren voor de koeling van vitale onderdelen in de auto bevinden.Dit in tegenstelling tot meer conventionele systemen met de uitlaten aan de achterkant van de auto.
De FIA heeft echter haar zinnen gezet op een vergroening van de autosport, waarbij de Formule 1 nu een rol als voortrekker wordt toebedeeld. Naast 'groenere' motoren die vanaf 2014 hun intrede zullen doen, wil men nu al de uitstoot van de raceauto's beperken.
Het probleem schuilt in dat geval in het feit dat de teams deze diffusorvariant, oftewel de 'hot blown diffusor', aansturen met behulp van uitlaatgassen. Daarbij is het euvel niet zozeer dat uitlaatgassen worden gebruikt, het is de FIA echter een doorn in het groene oog dat ook uitlaatgassen worden gecreëerd wanneer een coureur geen gas geeft of de auto zelfs afremt.
Al tijdens het Grand Prix weekend van Valencia, twee weken geleden, werd een verbod ingevoerd dat moest tegengaan dat teams voor de kwalificatie en race een andere engine mapping zouden toepassen. Dit als voorloper op de regels die nu in Silverstone worden geïntroduceerd. In Groot-Brittannië was het de bedoeling dat de productie van uitlaatgassen nog maar tien procent van het maximum mocht bedragen wanneer het gaspedaal volledig is losgelaten.
En daar beginnen de moeilijkheden. De motorfabrikanten Mercedes en Renault hebben er bij de FIA op aangedrongen een hoger percentage te mogen aanhouden. De reden hiervoor is dat deze beide fabrikanten in 2009, toen nog niet over een geblazen diffusor werd nagedacht, hun motoren zo ontworpen hebben dat een vermindering van de uitstoot een aanzienlijke deuk in de betrouwbaarheid teweeg zou brengen. Althans, zo zegt men.
In antwoord daarop kwam de FIA met een uitzondering voor deze motoren, zodat deze niet de afgesproken tien, maar een ruimer percentage uitstoot mochten hebben wanneer het gaspedaal niet beroerd wordt. Het autosportorgaan willigde dit verzoek gisteren in na aandringen van het team van Red Bull, maar zag daarbij de andere spelers in het veld over het hoofd.
Een kleine toelichting op de werking van de betreffende motoren geeft wellicht wat meer duidelijkheid. De Renault-motor werkt zodanig, dat tijdens het remmen een aantal onderdelen in de motor door blijft draaien alsof de coureur nog altijd volgas geeft. Hierbij vindt echter geen aandrijving meer plaats, maar wordt er wel extra lucht door de motor geleid die vervolgens de diffusor aanjaagt.
Bij de drijvende kracht van concurrent Mercedes vindt echter een kleine injectie van brandstof in de motor plaats wanneer er geremd wordt of de coureur geen gas geeft. Het mengsel ontbrandt en de kracht die daaruit voortkomt geeft de al aanwezige uitlaatgassen, eenvoudig gezegd, een duwtje in de rug om de diffusor aan te blazen. Meer downforce is dan het gewenste gevolg.
Red Bull en McLaren maken gebruik van de hiervoor genoemde krachtbronnen. Doordat beide motoren echter niet identiek aan elkaar zijn, voelen beide teams zich benadeeld door de concessies die de FIA gedaan heeft. De teambazen Christian Horner (Red Bull) en Martin Whitmarsh (McLaren) zijn ontevreden over de gang van zaken, met een pittige discussie tussen beiden tot gevolg.
"De motoren van Renault mogen nu tot vijftig procent uitlaatgassen uitstoten tijdens het remmen. Dat is veel meer dan iedereen voor de start van dit weekend voor mogelijk had gehouden," sprak Whitmarsh gisteren. De Brit wijst daarnaast op het feit dat Renault langer bezig is geweest om hun techniek te ontwikkelen en in dat opzicht al een flinke voorsprong hebben opgebouwd ten opzichte van andere teams. "Volgens mij hebben ze daardoor een enorm prestatievoordeel," aldus de teambaas van McLaren. Hij zegt echter wel het standpunt van Renault en Red Bull met betrekking tot de betrouwbaarheid te begrijpen, maar wijst ook op de vage en rare situatie die hierdoor ontstaan is.
De Red Bull-teambaas is echter van mening dat het niet vreemd is dat de Renault-krachtbronnen op dezelfde manier gebruikt mogen blijven worden. Helemaal wanneer men in ogenschouw neemt dat ook voor Mercedes een uitzondering op de regel werd gemaakt. "Het zou natuurlijk raar zijn om de techniek van Renault wel goed te keuren en die van Mercedes niet," sprak Horner.
"Ik snap echter dat het voor de FIA moeilijk te reguleren is, al vertrouw ik erop dat het op een eerlijke manier zal gebeuren en alle motorleveranciers gelijkwaardig behandeld zullen worden. Ongeacht de technische ongelijkheden."
Hoewel de teambazen het niet op elk front met elkaar eens zijn, geldt voor beiden dat ze niet gelukkig zijn met de manier waarop de situatie verloopt. De vele regels maken het een complexe discussie en zowel Horner als Whitmarsh zijn het erover eens dat het verbod beter aan het eind van het seizoen ingevoerd had moeten worden.
In een spoedvergadering vanochtend werd echter definitief door de FIA besloten om voor dit weekend de toegestane uitstoot op tien procent te houden van de maximale uitstoot een coureur geen gas geeft. Daarmee werd gehoor gegeven aan het protest van de overige teams die de eerder genoemde concessies zagen als een bevoordeling van in het bijzonder het team van Red Bull.
Het overkoepelende autosportorgaan heeft echter aan het eind van de middag laten weten terug te willen komen op het gehele verbod op de geblazen diffusor, mits de teams daar unaniem mee instemmen. De situatie krijgt dus in ieder geval nog een staartje. Misschien was het in Groot-Brittannië dan wel, heel toepasselijk, a storm in a cup of tea.