Michael Schumacher en het F1 team van Mercedes GP hadden geen vruchtdragend huwelijk. In 2010 begon de samenwerking die drie jaar zou duren. In die relatief korte tijd moesten de prestaties opgebouwd worden: podia in 2010, overwinningen in 2011 en het wereldkampioenschap Formule 1 in 2012. Al snel bleek echter dat een aloud gezegde wederom opging. Het was makkelijker gezegd dan gedaan. De moderne Zilverpijlen wisten niet de prestaties en glorie te evenaren waar ze ooit, in de jaren ’20 en ’30 van de twintigste eeuw, toe in staat waren geweest. Maar ook Schumacher had moeite om zijn eigen prestaties bij te benen.
Toch lijdt het geen twijfel dat Schumacher met net zoveel toewijding en gedrevenheid werkte als hij bij Benetton en Ferrari deed. Desondanks was de wereld van de Formule 1 veranderd en de soms bijna perfecte werkwijze die eerder standaard was, bleek moeilijk te evenaren. Schoonheidsfouten en onnodige crashes waren voorheen ongebruikelijk, maar de laatste jaren vaker zichtbaar.
Echter, er waren ook enkele hoogtepunten. Een pole position in Monaco, hoewel hij die aan Mark Webber verloor door een versnellingsbakwissel. De opluchting was in het prinsdom van Schumachers gezicht af te lezen en deze kwalificatie moet hebben gevoeld als een overwinning. Halverwege het seizoen, tijdens de Grand Prix van Europa in de havenstad Valencia, was er het eerste podium sinds zijn rentree. Na een loodzware en moeizame race dan toch weer op het ereschavot. En wederom die opluchting: het lukte dus toch nog!
Voor mij is het fragment van het jaar 2012 die pole position in Monaco. Michael Schumacher weet wat succes is en hoe je het kunt bereiken. Dat het ook anders kon, bleek gedurende zijn hele rentree. Na alle erelijsten te hebben veroverd, was het toch wennen om weer eens helemaal voor aan het veld te staan. Met zijn tweede afscheid van de sport eindigt, zeer clichématig, het tijdperk van een legendarische Formule 1-coureur. En wat voor een tijdperk.