Het McLaren F1 Team heeft dure steken laten vallen in de ontwikkelingsstrijd in de beginmaanden van het kampioenschap. Dat heeft Managing Director Jonathan Neale toegegeven. Het Britse team domineerde de eerste race en de eerste kwalificaties van het jaar maar al gauw sloeg de concurrentie terug. Pas in Duitsland konden Lewis Hamilton en Jenson Button weer echt voorin meedoen, met als voorlopig hoogtepunt de zege van eerstgenoemde in Hongarije.
“Ik denk dat we rond Pasen door enkele concurrenten zijn verslagen in de ontwikkelingsstrijd. In juni hebben wij onze rivalen echter weer verslagen”, zo zei Neale. “Juli en augustus zijn nog niet afgelopen dus we moeten afwachten. Per ronde zit er slechts een tiende of twee tussen elke auto dus het is zeer marginaal. Het is spannend voor de fans en toeschouwers nu zoveel verschillende rijders een race hebben gewonnen. Verschillende teams komen voorin meedoen en zakken dan opeens weer terug. We kijken uit naar de slotfase van het jaar. De laatste race was natuurlijk zeer prettig voor ons. Het was de 150e pole position voor het team en dat is iets waar we zeer trots op mogen zijn. Lewis toonde een goede snelheid. Ik denk dat onze upgrades van Duitsland en Hongarije ons competitiever hebben gemaakt maar we kunnen niets voor lief nemen.”