McLaren heeft een lastig seizoen achter de rug, dat bepaald geen plaats in de geschiedenisboeken verdient. Het team uit Woking behaalde in 2013 geen overwinning, wat sinds 2006 geleden was. Bovendien eindigde McLaren voor het eerst sinds 1980 geen enkele keer op het podium. Dat resulteerde in een vijfde plaats in het constructeurskampioenschap, met een duizelingwekkende 474 punten achterstand op winnaar Red Bull.
Het Britse team voerde bijgevolg enkele belangrijke wijzigingen door. Sergio Perez werd vervangen door Formula Renault 3.5 kampioen Kevin Magnussen, wat in combinatie met Jenson Button een sterk rijdersduo zou moeten opleveren. Verder werd ook de hoofdontwerper van Sauber, Matt Morris, aan boord gehaald. In 2015 wordt Peter Prodromou, de specialist aerodynamica van Red Bull, aan het team toegevoegd. Datzelfde jaar gaat McLaren ook een nieuw partnerschap met motorenleverancier Honda aan.
Teambaas Martin Whitmarsh meent dat het slecht seizoen noodzakelijk was om McLaren wakker te schudden, zodat het team in 2014 -wanneer de grote reglementswijzigingen van kracht gaan- terug in topvorm is. “Het is erg pijnlijk om te falen, maar soms heb je een schop onder je achterwerk nodig, zowel op persoonlijk vlak als op het niveau van de organisatie”, zegt de Brit tegenover Autosport.
“Ik ben een optimistisch mens, dus ik kan naderhand zeggen ‘ik vond dat niet zo goed’”, aldus Whitmarsh. “Met het oog op de toekomst hebben we enkele beslissingen moeten nemen, die afgelopen winter nog erg lastig waren om te maken. Tot Australië dachten we immers dat we even goed als de rest waren”, analyseert de 55-jarige teambaas.
Whitmarsh is echter streng: “We kunnen niet zeggen dat we niet moeten veranderen of dat we goed genoeg gewerkt hebben, want dat is niet het geval”. De wijzingen in de komende seizoenen, ziet hij als een belangrijke sleutel voor vooruitgang. “Verandering is in deze omstandigheden een stuk eenvoudiger. Verandering is essentieel in elke organisatie, of deze nu in topconditie verkeert of niet. Het is gewoon veel moeilijker om door te voeren in een organisatie die zichzelf als geslaagd beschouwd.”
Tekst: Katrien Batens