SAO PAULO - We gaan terug naar 2006.
Michael Schumacher was dat jaar op koers richting zijn achtste wereldtitel tot in Japan zijn doorgaans zeer betrouwbare Ferrari-motor plotsklaps de geest gaf.
Fernando Alonso, de andere titelkandidaat, deed zeer goede zaken door deze race op het
circuit van Suzuka te winnen en ging zo naar Brazilië met tien punten voorsprong op Schumacher. De wereldtitel kon de Duitser alleen nog behalen wanneer Alonso zou uitvallen en hij deze finalerace op
het circuit Autodromo José Carlos Pace in Sao Paulo zou winnen.
Helaas voor Schumacher zat het hem dat weekend niet mee. In zijn laatste race voor Ferrari startte hij door technische problemen vanaf P10, al klom hij na de start al vrij snel op naar de vierde positie. Tijdens een inhaalactie op Fisichella in de Senna 'S', vlak na start/finish, sneed hij echter zijn band lek waardoor hij vrijwel een hele ronde hobbelend moest afleggen om de pits te halen. Na deze stop verliet hij de pitstraat vanaf P19 en was vrijwel alle hoop op de wereldtitel vervlogen. Toch wilde hij strijdlustig en met opgeheven hoofd afscheid nemen van Ferrari, het team dat hem zoveel moois had gebracht. Vanaf dat moment begon Schumacher aan één van zijn beste races ooit en liet hij zien waarom hij maar liefst zevenmaal de titel had gewonnen.
Eén voor één verschalkte hij zijn tegenstanders en reed al snel richting de kop van het veld. Nadat hij de druk vol op de ketel bij Giancarlo Fisichella had gezet, waardoor laatstgenoemde zich verremde en hem de vijfde positie overhandigde, ging 'Der Michael' op jacht naar
Kimi Räikkönen. De Fin die zijn plek bij Ferrari zou overnemen, hield moedig stand tot ook hij uiteindelijk moest buigen voor Schumacher na een brute inhaalactie. Alonso ging er uiteindelijk met de wereldtitel vandoor, maar Schumacher zagen we nog éénmaal als een ware kampioen vlammen in de Ferrari: vol op de limiet en met het mes tussen de tanden.