Lewis Hamilton maakte een lastig weekend mee in Oostenrijk. Zijn collega coureurs maakten het hem zeker niet makkelijk, zo merkte hij zaterdag tijdens de sprintrace. Hamilton is echter blij met het einde van het weekend, want tijdens de Grand Prix op zondag maakte hij veel terrein goed. Voor Lewis Hamilton was het Formule 1-weekend in Oostenrijk er een met twee gezichten. Op vrijdag ging hij de mist in tijdens de kwalificatie en schreef zijn
Mercedes zo goed als af. Op zaterdag moest hij daardoor de sprint vanaf de negende plek beginnen.
“Het was niet de leukste race”
Aan het begin van de sprint ging het echter bijna opnieuw mis, toen hij in een sandwich terecht kwam. "Ik had wheelspin bij de start en werd toen aangevallen. Pierre stuurde mijn kant op, dus ik had geen kant om op te gaan. Ik heb geluk gehad en ben dankbaar dat ik de finish heb gehaald." Vervolgens zat hij vast achter Mick Schumacher. Hij kon niets inbrengen tegen de Haas met DRS, vanwege de motoren. "De Ferrari-motor is gewoon té snel voor ons. Geen idee of het de drag is, of echt het vermogen, dat is lastig in te schatten. Het was niet de leukste race, maar volgens mij klopte er ook iets niet aan de auto."
Blij met zijn crew
Dat wil niet zeggen dat zijn teamleden geen goed werk hebben verricht, want zij waren vrijdagavond en zaterdagochtend met man en macht bezig om de Mercedes W13 weer op te bouwen. Dat is Hamilton niet vergeten. In een bericht van RacingNews365 meldde hij: "Ik ben dankbaar dat ik het heb overleefd. Het team heeft het geweldig gedaan om de auto weer op te bouwen vrijdagavond en zaterdagochtend."
Kritiek op Gasly, Perez en Albon Tegelijkertijd heeft hij geen goed woordje over voor zijn collega's. "Ik had geen goede start en Pierre stuurde op me in op weg naar bocht een. Ik snap niet waarom coureurs dat doen als er zoveel ruimte is. Ik kon er niets aan doen. Hetzelfde gebeurde bovendien nog eens in bocht drie met een Red Bull en een Williams. Ik had schade, maar kon nog verder", verzucht Hamilton over Sergio Perez en Alexander Albon. Vervolgens keek hij rondenlang tegen de billen van Schumacher aan. "Daarna was het een kwestie van terrein goed maken, maar we waren langzamer op de rechte stukken dus moest ik wachten totdat de auto's voor me geen DRS meer hadden. Daarom duurde het lang
om voorbij Mick te komen."