Vijay Mallya wil dat het Force India F1 Team zich na de goede resultaten van de laatste races gaat richten op de vijfde plek in het constructeurkampioenschap. Het team staat op dit moment zesde, en heeft met nog vijf races te gaan 22 punten achterstand op Renault. Force India is in de afgelopen vier races al 24 punten ingelopen op het Franse team. Paul di Resta en Adrian Sutil eindigden afgelopen weekend in Singapore als zesde en achtste: hun de beste teamprestatie van het seizoen. Mallya denk dat zijn team Renault nog kan inhalen, omdat hun auto volgens hem in staat is om op elk circuit goede prestaties te leveren.
“We hebben binnen ons team een geweldige spirit,” zei Mallya tegen Autosport.com. “We werken goed samen en hebben er hard aan gewerkt om iedereen in het team te motiveren. Ik ben eerlijk tegen mijn team. Ik heb ze verteld dat ik geen groot fabrieksteambudget voor elkaar kan krijgen. We moeten met de beperkte mogelijkheden zo goed mogelijk presteren.”
“We stonden altijd bekend als een team dat goed presteerde op low downforce banen. Er werd in Spa en Monza vaak tegen mij gezegd: “Dit is een baan die bij jullie auto past, dus jullie zullen goed kunnen presteren.” Ik zei dan altijd dat als we hoog willen eindigen in het constructeurkampioenschap , we een auto moeten zien te bouwen die op alle circuits competitief kan zijn. Ik denk dat we dat in Singapore hebben bewezen. Op een high downforce circuit hebben we een zesde en een achtste plaats behaald, en dat laat de toewijding van iedereen die erbij betrokken is zien. Ik ben daar trots op. We staan nu dichtbij genoeg om het Renault lastig te kunnen maken.”
“Voor Monza zei ik dat we voor Sauber moesten komen en P6 in het constructeurkampioenschap moesten veilig stellen. Na Singapore heb vind ik dat we voor P5 moeten gaan. Er zijn nog een paar races te gaan, en ik weet zeker dat dit team alles gaat geven.”
Force India heeft minder financiële middelen heeft dan hun concurrenten, maar Mallya denkt dat de instelling en werklust binnen het team er voor zorgt dat ze kunnen presteren. “Het is niet zo dat we geen ontwikkelingstak of faciliteiten hebben, maar het is de toewijding, passie en het creatieve denken van onze mannen wat veel lof verdient."