De FIA en ACO kijken naar de mogelijkheid om voor de LMP1-divisie van het
FIA World Endurance Championship van 2019/20 een systeem van ‘succes ballast’ te implementeren. Dit is om het gat tussen de hybride en non-hybride auto’s te verkleinen. Daarnaast laat technisch directeur Thierry Bouvet doorschemeren dat er een iets aangepast systeem van de Equivalence of Technology (EoT) wordt ontwikkeld, die van invloed is op de resultaten op de baan.
“We willen dat de auto's tijdens de races dichter bij elkaar zitten,
het gat tussen de hybride en non-hybride auto’s moet verder verkleind worden”, zei de technisch directeur in een interview met de officiële website van de 24 uur van Le Mans. “We werken al aan een iets ander systeem voor volgend seizoen, waarbij we ook de raceresultaten in overweging nemen.” Het systeem van succesballast kan daarbij een goede mogelijkheid bieden, aldus Bouvet. Volgens de Fransman heeft een combinatie van factoren er toe geleid dat tijdens de races de Toyota TS050 Hybrid en de non-hybride auto’s van de privateers niet zo competitief waren. Zo zei Bouvet dat de mindere ervaring met de nieuwe bolides van de privateers en met de vierwielaandrijving van de Toyota in de regen, van veel invloed is geweest op de resultaten gedurende de races, maar dat ook de complexe ophanging van de Toyota van invloed was op het resultaat in Sebring. Overigens moet een dergelijke aanpassing van de EoT eerst goedgekeurd worden door de World Motor Sport Council.
Voor de aankomende testdag in Le Mans zei Bouvet overigens dat de non-hybride auto’s dan op het maximum potentieel rijden, waarbij bepaalde parameters voor de race aangepast gaan worden. “We hebben de EoT voor de ‘Le Mans Test Day’ gepubliceerd en we hebben de parameters voor de non-hybride auto’s op hun maximale potentieel staan”, aldus Bouvet. De Toyota gaat ook tien kilo zwaarder zijn dan de Le Mans-versie van vorig jaar. We gaan het brandstofverbruik van de testdag analyseren, om de verschillende hoeveelheden brandstof voor de race te kalibreren. De auto’s gaat wat betreft rondetijden erg dicht bij elkaar zitten.”