In 2014 gaat de volledige regelgeving op de schop van de Formule 1. Met de komst van de nieuwe motoren gaat waarschijnlijk de efficiency van het brandstofgebruik een belangrijkere rol spelen dan de prestaties, althans dat is de mening van Pat Fry, de engineering directeur bij het F1-team van Ferrari.
De Ferrari-directeur verwacht dat met de introductie van de V6-motoren en de toegenomen bijdrage van het herwinnen van energie een groot verschil wordt gecreëerd tussen directe snelheid en de optimale strategie over een race-afstand. Dat betekent dat teams volgens de Engelsman de aanpak van de wedstrijd opnieuw moeten gaan evalueren, en zegt hierover: “Het is waar, ik denk dat de races volgend jaar behoorlijk anders zullen zijn."
"Er is een vaste maximum hoeveelheid en laadvermogen voor brandstof voor de race en verschillende niveaus van energie. Het is mogelijk dat behoorlijke verschillen aanwezig zullen zijn tussen de maximale snelheid mogelijk en de snelheid die gericht is op het besparen van energie en brandstof, in die mate dat er een verschil zou kunnen zijn tussen een en anderhalve seconde per ronde in de wedstrijd.”
Daarbij vertelt Pat Fry in welke richting Ferrari denkt: “We kijken naar wat de beste strategie zo effectief en efficiënt als mogelijk is in het gebruik dat we zullen hebben. Het is belangrijk om voor elk circuit uit te werken en voor iedere waar en wanneer het potentieel te benutten en waar we brandstof moeten bewaren.”
Volgens de Ferrari-directeur vergt dit dan ook een totaal nieuwe manier van racen: “De coureurs moeten veel leren. Het is een ommekeer van wat ze gewend zijn en het is aan ons engineers om de beste simulaties te vinden en de coureurs deze te laten proberen in de simulators. Het zal voor ze betekenen dat ze meer moeten trainen en moeten rijden in de simulator om het uit te proberen, voordat ze voor de eerste keer naar het circuit gaan. Het is duidelijk dat een meer ervaren coureur positief kan zijn: Hoe sneller ze bepaalde mechanieken leren, hoe makkelijker zij zich kunnen concentreren op het normale werk van het ontwikkelen van de auto.”