Fernando Alonso werd bekend door zijn twee wereldtitels in de F1, maar ook om zijn gedrag bij de Formule 1-teams. De coureur voerde een psychologische oorlog met Lewis Hamilton bij McLaren in 2007. Recent haalde ook Stoffel Vandoorne, teamgenoot in 2017 en 2018, uit naar de Spanjaard. Het zorgde er voor dat Alonso als niet makkelijk persoon te boek kwam te staan.
“Ik denk dat de reputatie altijd één ding is en de feiten anders zijn”, reageerde de voormalig F1-coureur als hem door Planet F1 tijdens de FIA pricegiving gala, naar die perceptie wordt gevraagd. “Wanneer je teamgenoten ziet crashen en dat soort dingen, zoals we dit jaar zegen, en daarna het beeld van mij, dan zie je de slipstream die ik gaf in Monza en de slipstream in Spa. Ik ken deze samenwerkingen. Dus wanneer je over reputatie praat is het beter als we naar de feiten kijken.”
De Spaanse coureur was tijdens het gala aanwezig om samen met Sebastien Buemi en Kazuki Nakajima de titel als wereldkampioen endurance in de LMP1 op te halen. Daarmee was het dus een mooie manier voor de Spanjaard om aan te tonen dat hij wel degelijk een teamplayer is.
“Het was geen probleem om de auto te delen met deze jongen, omdat het duidelijk is dat zij de ervaring in de endurance hebben”, legt Alonso uit. “Ze hebben me vanaf de eerste dag veel geleerd. Zij kennen de auto, zij weten van de aanpak van het langeafstand racen. Ik was degene die de fouten maakte of de vragen stelde. Het was niet dat ik blij was als ik uit de auto sprong, omdat ik altijd wil rijden, maar elke keer dat ik uit de auto sprong en zij er in gingen, wist ik dat zij de juiste dingen gingen doen. Dus was er veel vertrouwen tussen ons.”