De F1-reglementen voor het seizoen 2014 zijn veelbesproken. De kosten rijzen de pan uit, de twijfels over de betrouwbaarheid van de motoren groeit met de dag en er is veel onduidelijkheid over mazen in de wet. Wie slim omgaat met de omschrijving, kan zomaar met een groot voordeel aan het Formule 1-seizoen beginnen. Toch komt het reglement op een fout moment: midden in de crisis waarin diverse teams op omvallen staan. Voormalig Jordan technisch directeur en huidig Formule 1-analist Gary Anderson is zeer kritisch op de FIA. Als voorbeeld neemt hij de aanpassing van de achtervleugel.
“De teams, die tien verschillende specificaties van de achtervleugel hebben, moeten komend jaar vanwege de wijzigingen een volledig nieuwe vleugel ontwerpen”, legde Anderson uit tegenover het Britse Motorsport. “De achtervleugel moet in 2014 op circuits met veel neerwaartse druk 20 millimeter kleiner worden maar dat geldt enkel voor Monaco en Hongarije... Er zijn maar een paar circuits waar met maximale downforce gereden wordt. Bovendien mag de DRS-opening volgend jaar 65 millimeter zijn in plaats van 50, aangezien men er vanuit gaat dat de zwaardere motoren minder snelheid genereren. Daardoor moeten de teams het vleugelprofiel aanpassen.”
De grote vraag is in hoeverre het spektakel op de baan vergroot wordt: “De FIA heeft de teams met enorme kostenposten opgezadeld, die absoluut geen verschil gaan maken. Wanneer men de downforce op andere plekken had aangepakt, zou de kostenlawine achterwege gebleven zijn. Dat had bijna niets gekost, in vergelijking met de kosten voor de vleugels. Elk team heeft zo'n tien verschillende specificaties, en uiteindelijk bouwt men in een seizoen zestig achtervleugels. Dat is treurig. Dat brengt niets, behalve dat het ontzettend veel geld kost.”