YEONGAM – Problemen in de kwalificatie, een goede start, een sterke wedstrijd en vervolgens punten. Het team van Toro Rosso heeft een sterke Grand Prix van Zuid-Korea achter de rug, waarbij het weekend voor beide rijders grotendeels gelijk leek te verlopen. Daniel Ricciardo viel in Q2 nog stil, maar dankzij een agressieve strategie en een circuit dat past bij de karakteristieken van de STR7 werd P9 zijn deel. Een probleem aan het einde van de race drukte nog een stempel op de uitslag van de Australische F1-rijder. Tevredenheid met een vleugje teleurstelling.
“Ik had een goede start en maakte een paar posities goed in de openingsronde”, aldus Ricciardo. “Daarna kwam ik in een goed ritme en was ik in staat om de auto’s voor me één voor één voorbij te gaan. Jean-Eric (Vergne, red.) was voor me en als hij voorbij een auto kwam, kon ik hem volgen. In de tweede stint konden we opnieuw langs een aantal rijders, waardoor we voor Schumacher en een Force India kwamen.”
“Mijn laatste stint was mijn beste op de harde band, totdat ik met ongeveer tien ronden te gaan ineens rechtdoor ging in bocht drie.” Aan het einde van het lange rechte stuk leek de ophanging van de auto af te breken, aangezien de bolide bijna haaks linksaf leek te gaan. Desondanks bleef een ongeluk uit en kon Ricciardo zijn weg vervolgen. “Toch voelde ik de auto naar links trekken als ik remde en daarbij blokkeerde ik de voorwielen veel. Helaas kostte het me de achtste plaats, maar ik was in ieder geval in staat om die plek aan mijn teamgenoot af te staan. Ik ben nog steeds dankbaar dat ik in de punten ben gekomen met een dergelijk probleem, hoewel het ook een geval van gemengde emoties is. Het had mijn beste seizoen resultaat kunnen worden. Maar voor het team is het een goede dag geweest.”