Het team van
McLaren rijdt vanaf dit seizoen weer met Mercedes-motoren. Voor de intrede van het hybride tijdperk was dat lange tijd ook het geval, maar sinds 2014 ging het bergafwaarts met het team uit Woking. De afgelopen jaren werd de weg terug omhoog ingezet, wat leidde tot de derde plaats bij de constructeurs in 2020.
Dit jaar wisselt McLaren terug naar Mercedes-motoren en gezien de dominantie van het fabrieksteam wordt er veel van
Daniel Ricciardo en Lando Norris verwacht. Teambaas Andreas Seidl predikt juist realisme. "We weten precies waar we staan", zo geeft de Duitse aan in een interview met GPFans. "We hebben nog een groot gat te dichten naar de auto's voor ons, zeker die van Mercedes. Dat lukt niet binnen een jaar. De verschillen zijn nog groot op het gebied van de organisatie en de infrastructuur. Dat gat zullen we eerst moeten dichten."
"We hebben een duidelijk plan uitgestippeld om het gat naar de top de verkleinen. Ik heb er vertrouwen in dat we dat kunnen dichten als we binnen het team de juiste dingen doen. In een aantal jaren hopen we het gat gedicht te hebben."
Volgens Seidl is de komst van technisch directeur James Key belangrijk geweest. "Hij heeft een erg competitieve auto neergezet. We hebben vorig jaar een grote stap gezet ten opzichte van 2019. Daarnaast zijn we ondanks alle uitdagingen van de pandemie blijven pushen om updates te brengen. Daarmee hebben we de performance meerdere keren kunnen verbeteren."