Red Bull Racing-coureur Daniel Ricciardo zal zijn uitvalbeurt tijdens de afgelopen F1 Grand Prix van België graag zo snel mogelijk willen vergeten. De best mogelijke manier voor de bijna altijd goedlachse Australiër om dit te doen is ongetwijfeld weer achter het stuur te kruipen van zijn RB11-bolide. Komend weekend kan de drievoudig Grand Prix-winnaar dit weer doen in Noord-Italië op het Autodromo Nazionale Monza nabij Milaan. Hoewel het snelle circuit niet echt geschikt lijkt te zijn voor de met een Renault-krachtbron uitgeruste Red Bull-bolide zal Ricciardo alles geven voor een zo goed mogelijk resultaat.
"Monza is het circuit waar je verwacht door vreugdevuur te moeten rijden", blikt Ricciardo vooruit op zijn weerzien met het circuit. "We hadden dat vorig jaar tijdens de opwarmronde, grote rode wolken in de tweede Lesmo. Behoorlijk anders, maar daar houd ik van. De Italiaanse fans zijn gepassioneerd, sommige zouden gek zeggen. De rijdersparade is speciaal: ze zullen er allemaal zonder shirtje staan en schreeuwen 'Forza Ferrari'. Het is echt lachen."
"Is het een minder uitdagende race dan Spa? Dat is het, want als je even op adem moet komen zijn er voldoende rechte stukken waar je dat kan doen. Dat kan zelfs een beetje een probleem zijn want het is echt een circuit waar je je concentratie niet wil verliezen. Je komt uit in zware remzones op hoge snelheid en je kunt het je niet veroorloven te blokkeren of tijd te verliezen door te vroeg te remmen. Je moet je gedachte er echt bij houden."
"Sinds ze de kerbs in de chicane te hoog hebben gemaakt om met een F1-bolide overheen te rijden is remmen het belangrijkst geworden in Monza. Het is erg moeilijk dat precies goed te doen. Je rijdt op de eerste chicane af met de hoogste snelheid van het jaar en remt voor bijna de krapste bocht in de F1 met de minst neerwaartse druk. De wagen begint te glijden en wordt behoorlijk lastig in bedwang te houden, dus om op het juiste moment te remmen is essentieel. Maar dat maakt het ook erg goed..."