Na vier jaar alleenheerschappij moest het Formule 1-team van Red Bull afgelopen seizoen alle glorie laten aan Mercedes. En niet zo’n klein beetje ook. De Duitsers wonnen beide wereldtitels en liefst zestien races. Red Bull kon daar met Daniel Ricciardo slechts drie overwinningen tegenover stellen. Grootste probleem was de V6-turbo van Renault die achterin de wagen lag. “Het gat tussen Renault en Mercedes was groter dan verwacht,” blikt teambaas Christian Horner dan ook terug.
“Als eerste is dat een groot compliment waard richting Mercedes,” zegt de Brit tegen Autosport. ”Zij hebben een geweldige prestatie neergezet met hun power-unit.” Het probleem was niet alleen de performance van de Renault-motor, het ontbrak de Fransen aanvankelijk ook nog eens aan betrouwbaarheid. “Dat was nog het ergste van alles,” meent Horner. “Maar wel credits naar Renault, omdat ze de betrouwbaarheidsproblemen hebben op kunnen lossen. Nu kunnen we ons richten op de performance.”
Er gloort echter licht aan de horizon, zo denkt de teambaas. Renault heeft een aantal veranderingen aan het management doorgevoerd waardoor de samenwerking met Red Bull hechter zal worden. “De filosofie om ons te zien als een partner in plaats van als een klant is noodzakelijk om de motor volledig te laten integreren in de wagen. Die gedachte was er niet bij Renault, daar waren wij ons van bewust en daarom hebben wij ook geprobeerd om wijzigingen door te voeren. Hopelijk zal dat een grote invloed op ons hebben in de komende seizoenen.”
Een tweede lichtpunt kwam via een memo van FIA's Charlie Whiting. Door een loophole in de regelgeving heeft Renault, net als Mercedes en Ferrari, toestemming om tijdens het seizoen de motor door te ontwikkelen. Het heeft daar 32 zogenaamde tokens voor, waarvan er steeds eentje per wijziging moet worden ingeleverd. Er wordt gefluisterd dat Renault van plan is al aan het begin van het seizoen een flink deel daarvan in te leveren om de motor zo snel mogelijk te upgraden.