Christian Horner heeft voor het eerst een column geschreven op de website van Red Bull. De teambaas van
Max Verstappen haalt nogmaals uit naar het budgetplafond dat is ingevoerd. De Brit geeft opnieuw aan dat de teams niet met elkaar te vergelijken zijn en dus een budgetplafond geen zin heeft als de bestedingen niet te vergelijken zijn. De teambaas blijft dan ook bij zijn idee van een klantenauto. “Geld is op dit moment onder de F1-teams een hot topic”, begint Horner in zijn eerste column op de Red Bull-website. “Het probleem is dat er zoveel ophef over het getal van het kostenplafond is gemaakt, dat ik geloof dat het zijn punt mist.” Het budget stond in eerste instantie gepland op 175 miljoen dollar, maar is uiteindelijk vastgesteld op 145 miljoen dollar. Een aantal kleine teams wilde zelfs nog lager gaan, tot 100 miljoen dollar. “F1-teams besteden hun geld op basis van het budget wat zij beschikbaar hebben. Plus ongeveer tien procent extra”, legt de Red Bull-teambaas uit.
“Het is onmogelijk om de besteding van Ferrari en Haas, Mercedes en Racing Point of zelfs Red Bull en Alpha Tauri, met elkaar te vergelijken. Zij hebben compleet verschillende businessmodellen.” “Ik geloof dat de oplossing in de eerste plaats moet liggen in het zoeken naar wat de kosten zo omhoog drijft. Dat zijn de R&D-kosten van het bouwen van de auto’s in het streven om zo competitief mogelijk te zijn. Het hoofddoel van een kostenplafond moet zijn het competitief blijven en het helpen van de kleinere teams. Vooral nu we door een crisis gaan. Dan zou ik volledig zijn voor het verkopen van onze auto’s tijdens de laatste race van het lopende seizoen in Abu Dhabi”, aldus
Christian Horner, de teambaas van Max Verstappen bij Red Bull.Het is een plan wat de Brit al eerder voorstelde. “De teams besteden een fortuin in de winter om anderen te kopiëren, waarom geven we ze niet de kans om de auto van vorig jaar te kopen?”, vervolgt de Brit. “Het zou veel logischer voor een team zijn om competitief te worden, in plaats het geld besteden aan het iets ontwikkelen terwijl de gelden er niet zijn. Waarmee het businessmodel van de kleine teams zich beter ontwikkeld en ze meer competitief worden met een klantenauto, kunnen ze de omzet verhogen en kijken naar het weer een eigen auto bouwen.”
“Ik geloof oprecht dat een klantenauto-concept kan helpen om het probleem op de korte termijn op te lossen. Het moet serieus overwogen worden. Er is zeker wat opportunisme bij enige teams gedurende de huidige crisis, maar ik geloof dat we naar alle opties moeten kijken, in plaats van een te snelle reactie waardoor vele banen verloren gaan.”