Over enkele dagen is het twintig jaar geleden dat racelegende Ayrton Senna in San Marino om het leven kwam. De Braziliaan wordt door velen nog altijd gezien als de beste rijder ooit, ondanks zijn beperkte aantal wereldtitels. En hoewel Senna een Italiaanse oma had, kwam het nooit tot een deal met Ferrari. Diverse malen zaten beide partijen om de tafel, maar telkens kwam er geen handtekening op papier. De ene keer had de illustere coureur geen vertrouwen in de Scuderia, de andere keer stak de president een stokje voor de samenwerking.
Enzo Ferrari toonde in 1984 voor het eerst belangstelling in de diensten van de Braziliaan, toen hij indruk maakte in de Grand Prix van Monaco: “Senna heeft laten zien een sterke, veelbelovende jongeman te zijn maar ik heb geen reden om te klagen over Arnoux.” Twee jaar later was Ferrari van mening veranderd en werd er serieus onderhandeld: “Ja, Senna is na de Grand Prix van België naar Maranello gekomen, maar we zijn niet tot overeenstemming voor 1987 gekomen. Dat betekent niet dat we niet in de toekomst succesvol samen kunnen werken. Hij is ontegenzeggelijk een geweldig coureur maar hij verward me een beetje.” Daarbij vergat hij te zeggen dat Senna weinig interesse had om te rijden met een Ferrari die niet meer tot de absolute top behoorde.
Teambaas Cesare Fiorio bereikte in 1990 overeenstemming met Senna voor een tweejarige deal, ingaand vanaf 1991. Het volledige management van de Scuderia stond achter de beslissing, maar toenmalig president Piero Fusaro sprak zijn veto uit. Hij wilde niet dat Prost vervangen zou worden, net nadat de Fransman mee had kunnen doen om de titel.
Een typisch geval van: Wat als...'