Maurizio Arrivabene, teammanager bij het Formule 1-team van Ferrari, gelooft dat de stappen die Ferrari heeft genomen, heeft geleid tot verbeteringen in de laatste races. Na het vertrek van James Allison in juli als technisch directeur, heeft motorenchef Mattia Binotto zijn rol overgenomen. Daarnaast voert Ferrari veranderingen door aan haar technische structuur. Zo is Enrico Cardile overgekomen van het GT-project en werkt nu als hoofd aerodynamica. Ook benadrukt de Scuderia dat het jong talent wil laten groeien, dat al werkzaam is in Maranello.
Ferrari-president Sergio Marchionne zei in Monza nog dat zijn F1-team gefaald had in het behalen van de doelen, omdat het zich gedurende het seizoen niet had ontwikkeld. Maurizio Arrivabene gelooft dat de recente opleving juist de verbetering laat zien.
“We hebben gefaald in het behalen van onze targets, die we gezet hebben dit jaar. Maar een maand geleden namen we actie”, zo vertelde de Italiaan aan Eurosport. “Marchionne zei dat de structuur solide was, we hebben genoeg mensen bij Ferrari om in de goede richting te werken. Hij is niet blij met de resultaten dit seizoen, maar hij wil wat veranderingen zien en hij wil met deze vooruit. Iedereen kijkt van race naar race dit jaar en ook om volgend seizoen stappen vooruit te maken. Het team is solide, alle neuzen staan in dezelfde richting. We hebben wat tijd nodig. Dat is het!”
Ferrari heeft na Monza het gat naar Red Bull weer verkleind naar elf punten en de coureurs Sebastian Vettel en Kimi Raikkonen werden respectievelijk derde en vierde in Italië. Toch zegt de teammanager dat men 2016 niet kan laten lopen: “We zijn Ferrari, we kunnen niet opgeven”, aldus Maurizio Arrivabene, “Dit kan niet om mensen te vertellen dat we dit seizoen opgeven om te focussen op volgend jaar. Natuurlijk is dat belangrijk met de nieuwe regels en dat vraag heel veel focus voor wat betreft aerodynamica en meer, maar als je bij Ferrari werkt, voel je meteen de verantwoordelijkheid voor dit team. Hopelijk vinden we de juiste balans om de situatie goed te managen, maar we hebben de juiste mensen om dat te doen.”