MONACO - Na in de eerste GP2-race gefinisht te zijn op de zevende plaats, vertrok de Nederlandse Chinees Ho-Pin Tung de tweede wedstrijd vanaf de tweede stek. Hoewel hij teamgenoot Mike Conway niet kon bijhouden, wist Tung zijn positie goed te verdedigen en zijn eerste GP2-podiumplaats thuis te brengen.
Conway werd na de beroving van zijn podiumplaats in de eerste race goed beloond. Vanaf het moment dat de lichten uit gingen, verdween de Brit al snel uit het zicht van Tung.
Ook deze race hielden enkele coureurs hun bolide op het smalle stratencircuit niet heel. Christian Bakkerud lanceerde zijn auto toen Andreas Zuber vroeg remde. Op dat moment kwam Pastor Maldonado concurrent Karun chandhok tegen en beide piloten moesten de strijd staken. De safety car kwam voor het eerst in actie.
Terwijl Zuber een nieuwe achtervleugel haalde, leidde Conway het veld voor Tung, Alvaro Parente, Roldan Rodriguez en Bruno Senna. Andy Soucek had zich vanaf de dertiende plaats opgewerkt tot plaats zeven. Toen de safety car weer verdween trok Conway direct een gaatje naar de rest. Teamgenoot Tung kreeg zijn handen vol om Parente's Super Nova achter zich te houden.
De tweede keer dat de safety car in actie moest komen was in de achtste ronde toen de inhaalactie van Giorgio Pantano op Macello Puglisi mislukte. Puglisi sloot de deur waardoor de rijders hevig met elkaar in contact kwamen. Voor Pantano eindigde de wedstrijd op dat moment, terwijl op hetzelfde moment Alverto Valerio zijn achtervleugel verloor en in de muur spinde bij Casino square.
Bij de herstart was Conway opnieuw goed weg en probeerde Parente voorbij te steken aan Tung. Valles kreeg een drive through penalty kreeg opgelegd omdat hij zich bij de start misdraagt zou hebben.
Mike Conway kwam uiteindelijk met maar liefst 18.4 seconde voor sprong op zijn teamgenoot Ho-Pin Tung over de finish, waardoor Trident Racing een prachtige 1-2 scoorde. Daar achter verdeelden Parente, Rodriguez, Senna en Soucek de punten. De Belg Jerome D'Ambrosio eindigde daar achter op zevende plaats, voor de Nederlander Yelmer Buurman.