Yelmer Buurman heeft op Circuit Zolder wederom zijn visitekaartje afgegeven. Na een overwinning in de zaterdagrace in het GT1 World Championship pakte de Ubberge coureur ook in de Supercar Challenge de eerste plaats. Doordat Peter Versluis zelf afwezig was mocht Buurman ditmaal namelijk naast zijn races in het FIA GT1 ook de VeKa Ferrari 458 GT2 in de Supercar Challenge besturen. Buurman pakte al vroeg in de race de leiding, en stond die niet meer af. Achter Buurman eindigde Alex van ’t Hoff op de tweede positie, en het duo Sijthoff/Abresch mocht de derde trede van het podium beklimmen. In de GT-divisie ging de overwinning naar Kees Kreijne, voor het duo Thuis/Van Riet en Werner van Herck.
Ondanks de constante dreiging van regen werd de race van de Super GT- en GT-divisie onder droge omstandigheden verreden. Bij de start van de race was het Diederik Sijthoff die de beste start had. Sijthoff komt dit jaar samen met Rick Abresch in actie in de Corvette C6.R GT1 van het team van Mad and Daring, en liet in de kwalificatie al zien dat hij deze wagen snel onder de knie had. Achter Sijthoff kon Berry van Elk met de Praga R4s na de start aansluiten. Van Elk drong in de eerste ronde meteen aan bij Sijthoff, en leek zelfs op weg om de eerste positie over te nemen. Bij het ingaan van de tweede ronde sloeg echter het noodlot voor Van Elk al toe, want zijn Praga viel op het rechte stuk door motorproblemen stil.
Hierna was het Philippe Ribbens die met de ETEC-Viper richting Diederik Sijthoff kroop. Achter Ribbens lag Nol Köhler op de derde plaats, maar Köhler kende een moeilijke openingsfase waarin hij zijn meerdere moest erkennen in Yelmer Buurman, Alex van ’t Hoff en Jan Versluis.
Yelmer Buurman was in de VeKa Ferrari snel onderweg en kon binnen een paar ronden aansluiten bij Philippe Ribbens en Diederik Sijthoff. In de vijfde ronde had Buurman de Viper van Philippe Ribbens al te pakken, waarna Sijthoff de Ferrari 458 GT2 van Buurman groot in zijn spiegels kreeg. De Ferrari-coureur kreeg de eerste positie uiteindelijk cadeau, omdat Diederik Sijthoff te maken kreeg met een lekke band. Sijthoff kon wel de pitstraat bereiken maar viel hierdoor terug tot de achtste positie. Door dit alles schoof de ETEC-Viper weer door naar de tweede positie, met daarachter Alex van ’t Hoff en Jan Versluis op de posities drie en vier.
Om de vijfde positie was er voor de pitstops een spannende strijd tussen de Ferrari van Thiers en de Corvette van Nol Köhler. Thiers leek de snellere man en deed verwoede pogingen om een plaats te winnen, maar Nol Köhler maakte zijn Corvette C5.R GT1 extreem breed waardoor Thiers niet de kans kreeg om de vijfde positie over te nemen. Achter dit tweetal was het op zijn beurt Franz Lamot die werd opgejaagd. Hij had het namelijk flink aan de stok met Danny Werkman in de Corvette Z06 GT3 en Ric Wood in de Opel Astra DTM.
Yelmer Buurman had voor de pitstops al een voorsprong van meer dan twintig seconden opgebouwd ten opzichte van Philippe Ribbens. Hierdoor hadden de 15 extra pitstopseconden, die Buurman opgelegd had gekregen omdat hij als pro zonder gentlemen driver reed, geen invloed op de klassering. Buurman reed ook na de pitstops een solide race waardoor zijn overwinning nooit in gevaar kwam.
Achter Buurman gebeurde er nog wel veel. Zo slaagde Alex van ’t Hoff er na de pitstops in om voorbij te gaan aan de ETEC-Viper met Robert de Graaff achter het stuur. De Graaff leek hierna zeker van een derde positie, maar gleed in de Bianchi bocht het grind in waardoor veel plaatsen verloren gingen. De Graaff kon zijn weg nog wel vervolgen maar finishte uiteindelijk slechts op de tiende positie.
Hierna was het Jan Versluis die met zijn Ferrari 430 GT2 op de derde plaats was komen te liggen. Versluis was vlak na de pitstops een keer gespind maar kon hierna snel zijn weg vervolgen. Achter Versluis ontstond daarna een spannend gevecht tussen Rick Abresch en Ardi van der Hoek. Van der Hoek was met de RaceArt Corvette C5.R GT1 snel onderweg en zette Abresch flink onder druk. Na een paar ronden aandringen waagde Van der Hoek een gewaagde inhaalactie in de chicane voor de heuvel. Van der Hoek verremde zich hierbij waarna er voor Abresch geen andere keuze was dan rechtdoor te schieten en door het grind te rijden. Van der Hoek kreeg voor deze actie na de race een tijdstraf van 30 seconden, waardoor hij uiteindelijk terug werd gezet tot de vijfde positie. Abresch kon zijn weg wel vervolgen en slaagde er in de slotfase nog in om Jan Versluis nog in te halen, waardoor hij en Sijthoff alsnog het podium mochten beklimmen.
In de GT-divisie had Jan van der Kooi een goede start. De Lotus-coureur kon tussen de deelnemers uit de Super GT-divisie snel een voorsprong opbouwen ten opzichte van zijn concurrenten uit de GT-divisie. Achter Van der Kooi lag Jacky van der Ende op de tweede plaats, met daarachter Charlie Frijns in de Porsche 997 GT3 Cup.
Achter de top drie ontstond na de start een interessante groep met Kees Kreijne op kop en daarachter Werner van Herck in de Mazda 3 en Wolf Nathan in de V8Star. Het viertal reed dicht bij elkaar, waarbij het Wolf Nathan lukte om de Mazda van Van Herck in te halen. De Mazda-coureur kreeg hierna een grote groep achter zich aan met onder andere Rob Knook, Carlo Kuijer, Erol Ertan, Henk Thuis en Bert Redant. Rob Knook viel na elf ronden door technische problemen uit deze groep weg.
Jacky van der Ende was ondertussen onder zware druk komen te staan van Charlie Frijns en Kees Kreijne. Van der Ende kroop op zijn beurt steeds meer naar Jan van der Kooi toe, die na een goede start zijn tijden steeds langzamer zag worden. In de elfde ronde nam Van der Ende dan ook de eerste positie over van Van der Kooi. De Lotus-coureur viel hierna verder terug tot achter Charlie Frijns, Kees Kreijne en Wolf Nathan. Lang kon Jacky van der Ende echter niet genieten van zijn eerste positie, want hij moest in de twaalfde ronde door technische problemen zijn BRL stilzetten.
Na de pitstops had Kees Kreijne de eerste positie overgenomen van het duo Frijns/ Wijnen, dat met hun pitstop een aantal kostbare seconden had verloren. Wijnen viel hierdoor terug tot de vijfde positie achter Kees Kreijne, Jaap van Lagen Carlo Kuijer en Werner van Herck.
De slotfase van de race was een slijtageslag voor sommige deelnemers uit de GT-divisie. Zo viel eerst Carlo Kuijer stil met brandstofproblemen en moest niet veel later Jaap van Lagen zijn V8Star met motorproblemen in de pitstraat parkeren. Pim van Riet was in de slotfase wel snel onderweg. Van Riet, dit jaar samen met Henk Thuis weer terug in de klasse, noteerde met zijn BMW silhouette snelle rondetijden en slaagde er nog in om zowel René Wijnen als Werner van Herck in te halen. Pim van Riet en Henk Thuis eindigden hierdoor op de tweede positie, achter Kees Kreijne. De overwinning was voor Kreijne een mooie opsteker, doordat hij afgelopen seizoen amper aan racen toe was gekomen. Van Herck eindigde met zijn Mazda op de derde positie.