ASSEN - In sommige races gebeurt alles wat je je maar kan bedenken. De eerste race van de GT- en Supersport I-divisie was er zo een. Het begon al bij de start, alwaar René Wijnen (hij bleef gelukkig ongedeerd) een megacrash meemaakte op het rechte stuk. Alle deelnemers konden Wijnen ontwijken, maar de safetycar moest maar liefst voor vijftien minuten de baan op zodat de marshalls de brokstukken konden opruimen. De rest van de race was een waar schouwspel, met knappe inhaalacties, spins en uiteindelijk de beslissing in het kampioenschap. Het Engelse duo Riley en Flux won met hun Mosler MT900 de race, voor het duo Arjan van der Zwaan en Ardi van der Hoek en Cor Euser. Martin Short pakte echter ondanks een achtste plek het kampioenschap, omdat de ETEC-Viper met technische problemen uitviel. Ook in de Supersport I-divisie viel de beslissing al vandaag, omdat naast de Megane van Wijnen/Dubois ook de Meganes van Jochen Habets en Erol Ertan uitvielen. Henk Thuis won de race, en stelde hiermee het kampioenschap in de Supersport I-divisie veilig.
Nadat alle brokstukken van de Renault Megane Trophy van René Wijnen waren opgeruimd, begon de race eigenlijk na vijftien minuten pas echt. Bij de herstart werd meteen Cor Euser onder druk gezet door Martin Short, maar Euser speelde het spel slim en liet Short geen kans om voorbij te gaan aan de Marcos LM600 van Euser.
Het gevecht tussen Euser en Short duurde een flink aantal ronden, waardoor ook Robert van der Zwaan aan kon sluiten bij het tweetal. Short bleef Euser onder druk zetten, en kon Euser uiteindelijk in de chicane achterop het circuit inhalen. Ook Van der Zwaan kon hiervan profiteren, waardoor Euser terugviel tot de derde positie.
Door de lange safetycar situatie begonnen de pitstops al na vijf minuten echt racen. Hierdoor waren de felle gevechten die er verspreid door het veld gevoerd werden eigenlijk voor niks. Na de pitstops zagen we twee oude bekenden terug aan de kop van het veld. Ardi van der Hoek en Arjan van der Zwaan hadden een flinke opmars gemaakt waardoor zij het veld aanvoerden.
Achter Van der Hoek/Van der Zwaan was het Cor Euser die weer terug was gekomen tot de tweede positie. Euser kreeg echter al snel de hete adem van Ian Flux in zijn nek. Flux, die na de pitstops het stuurtje van de KR Motorsport Mosler MT900 had overgenomen van Kevin Riley, was ontketend en noteerde razendsnelle rondetijden. In de zestiende ronde moest Euser zijn meerdere erkennen aan Flux, die hierna koers zette naar de koppositie.
Ondertussen was het om de strijd in het kampioenschap reuze spannend. Martin Short was door zijn vele resultaatseconden namelijk teruggevallen tot de achtste positie, en moest lijdzaam toezien dat zijn naaste concurrenten om het kampioenschap op de vierde plek algemeen lagen. Het leek erop dat Short moeite had om met de druk om te gaan, want bij het uitkomen van de Ramshoek spinde de Engelsman en had hij al het geluk van de wereld dat hij zijn weg kon vervolgen.
Het leek er dus op dat Robert de Graaff en Philippe Ribbens vandaag punten in konden lopen ten opzichte van Martin Short. Het onverwachte gebeurde echter. De ETEC-Viper van Equipe De Graaff/Ribbens ging kapot waardoor zij de gele bolide in het gras moesten parkeren. Short zou dus met zijn achtste positie genoeg punten vergaren om kampioen te worden, maar dan moest hij zijn zenuwen wel in bedwang kunnen houden.
Aan de kop van het veld werd tot aan de finish een heftige strijd gevoerd voor de overwinning. Lang leek het erop dat Arjan van der Zwaan zijn Audi breed genoeg kon blijven maken zodat Flux hem niet kon passeren. Van der Zwaan maakte alleen in de laatste ronde een fout, en spinde bij het insturen van Strubben. Flux profiteerde maximaal van het cadeautje en stak binnendoor voorbij aan Van der Zwaan. Flux en Riley wonnen zo de race. Van der Zwaan kon na de spin zijn weg wel vervolgen en eindigde samen met Ardi van der Hoek toch op de tweede plaats, voor Cor Euser.
Het wachten was toen op Martin Short. Zou hij achtste blijven en het kampioenschap binnenslepen? Short kon zijn zenuwen in bedwang houden en kwam inderdaad als achtste over de finish, waardoor hij precies genoeg punten behaalde om zich GT-kampioen te mogen noemen van de Dutch Supercar Challenge!
In de Supersport I-divisie bleef de verwachte strijd tussen Carworld Motorsport en Henk Thuis eigenlijk een beetje uit. Zoals gezegd crashte René Wijnen bij de start en ook de Meganes van Habets en Ertan bleven niet zonder problemen. Tijdens de safetycar situatie moesten beide bolides een pitstop maken om het een en ander aan de auto’s na te kijken. Hierdoor werden ze beiden ver teruggeworpen in het veld.
Na de herstart waren het Henk Thuis, Peter van der Kolk en André de Vries die in fel gevecht met elkaar waren. Ook Richard van der Berg kon in het kielzog van bovengenoemd drietal blijven, om toe te kunnen slaan tijdens de pitstops. Deze kwamen al snel, omdat de safetycar situatie al de eerste vijftien minuten van de race had opgeëist.
Na de pitstops had Peter van der Kolk de koppositie overgenomen van Thuis, die door zijn vele resultaatseconden was teruggevallen tot de vierde positie. Jochen Habets, tijdens de safetycar situatie nog ver teruggevallen, was na de pitstops alweer opgeklommen naar de vijfde positie vlak achter concurrent Henk Thuis. Hierna ging het echter weer mis voor Habets, want hij raakte bij het uitkomen van de GT-bocht in een spin en knalde met zijn auto hard in de vangrails. Een flink pak schade was het gevolg, en zijn kansen op het kampioenschap waren hierdoor zo goed als verkeken. Thuis hoefde nu namelijk nog maar een paar punten bij elkaar te sprokkelen.
Thuis kreeg echter nog veel meer punten in de schoot geworpen. Eerst kwam namelijk Richard van de Berg door remproblemen de pitstraat in met zijn BMW M3 WTC en niet veel later moest ook koploper Peter van der Kolk een aantal posities prijsgeven omdat zijn BMW Compact GTR door nog onbekende reden zonder stroom kwam te zitten. Thuis had ondertussen zelf al Siebrand Dijkstra ingehaald waardoor de Porsche-coureur zijn felbegeerde Supersport I-kampioenschap binnen kon halen met een overwinning.
Achter Thuis was het in de slotfase nog spannend, want Ruud Olij lukte het nog om Siebrand Dijkstra in te halen. Het gevecht om de derde plek op het podium werd pas in de laatste ronde beslist. Danny van Dongen, die na de pitstops het stuur van de Corvette C6 had overgenomen van Rogier Kroymans, was naar voren gestoven en ging in de laatste ronde nog voorbij aan Dijkstra. Een zeer knappe prestatie, omdat de Corvette bij de start was stilgevallen en het duo Kroymans/Van Dongen dus helemaal vanuit het achterveld naar voren waren gereden!