Robert de Graaff en Philippe Ribbens kijken met een dubbel gevoel terug op de races van de Supercar Challenge tijdens de Zolder Superprix op Circuit Zolder. In de kwalificatie noteerde Philippe Ribbens een tweede tijd, maar in de races werd tweemaal ‘slechts’ een vierde positie behaald. Beide wedstrijden stonden bol van de spanning en de incidenten, en in allebei de races kwam ook de safety car de baan op. Hierdoor verloren De Graaff en Ribbens in beide races kostbare seconden.
Het weekend begon voor Robert de Graaff en Philippe Ribbens goed. Na een probleemloze vrije training zette Philippe Ribbens in de kwalificatie een snelle tijd van 1:32.457 op de klokken. Deze tijd was goed voor een tweede startpositie, waardoor de Viper de eerste race vanaf de eerste startrij mocht beginnen. “Het was een goede ronde, maar ik denk dat de Corvettes toch niet het achterste van hun tong hebben laten zien”, vertelde Philippe Ribbens na afloop.
Ribbens mocht na zijn goede kwalificatie op vrijdag de race op zaterdag starten. Bij de start van de wedstrijd kwam de safety car al na een paar ronden de baan op waardoor een door Alex van ’t Hoff en Philippe Ribbens opgebouwde voorsprong in rook opging. “Het begin van de race was erg spannend. Bij de start kon ik aanhaken bij Van ’t Hoff, en na de safety car situatie liepen Alex en ik wederom samen weg bij de andere rijders. Ik heb een paar keer geprobeerd om Alex in te halen, maar hij blokkeerde goed en ik wilde ook niet teveel risico nemen”, vertelde Ribbens. “Daarna kwam Cor Euser snel dichterbij en besloot ik hem voorbij te laten. Toen Cor op kop lag focuste ik me weer op Van ‘t Hoff, maar ik verkeek me toen de Corvette de pitstraat inschoot. Ik verremde me hierdoor een beetje, waardoor Rick Abresch mij voorbij kon steken. Daarna kon ik wel weer bij de Corvette aanhaken, en ging ik tegelijk met Rick de pitstraat in.”
In de pitstraat nam Robert de Graaff het stuur van Philippe Ribbens over. De Graaff viel door de resultaatseconden terug tot de vierde positie, maar reed daarna een solide race. “Robert reed inderdaad een erg mooie wedstrijd. Hij had de gehele tweede stint Ardi van der Hoek achter zich aan in de Corvette, die van alles probeerde om bij Robert voorbij te gaan. Robert speelde het spel echter goed, waardoor Ardi er niet in slaagde om bij ons voorbij te komen.” De Graaff en Ribbens eindigden de zaterdagrace dus op de vierde positie, net buiten het podium.
Robert de Graaff nam de start van de race op zondag voor zich, en begon die race formidabel. Vanaf de vierde startpositie pakte de Viper-coureur in de eerste bocht namelijk brutaal de kop. “Ik had een super start, waarbij ik meteen de eerste positie kon pakken. Daarna creëerde ik meteen een gat met mijn achtervolgers. Daarna kwam jammer genoeg de safety car op de baan waardoor ik mijn voorsprong weer kwijt was”, vertelde De Graaff. Die safety car kwam de baan op omdat Carlo Kuijer zijn auto met een kapotte motor op het rechte stuk had geparkeerd.
De Graaff kon bij de hervatting van de race zijn eerste positie behouden. “Mijn herstart was goed, maar na een paar ronden begon Cor Euser erg bij me aan te dringen. Cor ging mij voorbij, waarna ik de beide Corvettes achter mij aan kreeg”, legde De Graaff uit. “Diederick Sijthoff tikte hierbij Rick Abresch in de rondte, en daarna heb ik ronden lang een flinke strijd met Diederick gehad.” Jan Versluis kon profiteren van het gevecht tussen De Graaff en Sijthoff, en kon in de eerste bocht aan beide auto’s voorbijgaan.
De pitstops verliepen in deze race erg rommelig, maar dit kwam omdat Cor Euser vanuit leidende positie hard in de bandenstapels was beland. Hierdoor kwam de safety car op de baan en die pakte niet de leider in de wedstrijd op. Hierdoor kreeg de topdrie in de wedstrijd een ronde voorsprong op de rest, waaronder Robert de Graaff en Philippe Ribbens.
Uiteindelijk kwam Philippe Ribbens na de pitstops op een zevende positie terug de baan op, waarna hij al snel opklom naar een vijfde plaats. Hierna raakte Ribbens in gevecht met Mosler-coureur Roger Grouwels. “Ik bleef hem flink onder druk zetten, maar het was erg moeilijk om hem voorbij te gaan. Je kon wel zien dat hij het moeilijk had, want hij bleef maar blokkeren tijdens het aanremmen”, vertelde Ribbens.
De Mosler viel niet veel later uit door een kapotte wielophanging waarna Ribbens op een vierde positie kwam te liggen. “Ik zag in mijn spiegels de Mosler van Berry van Elk nog dichtbij komen, maar omdat hij daarna onder druk werd gezet door Rick Abresch werden zij niet echt een bedreiging meer voor mij. “ Ribbens bracht de ETEC-Viper op de vierde positie over de finish.
Robert de Graaff keek na afloop met een dubbel gevoel terug op het weekend. “Eigenlijk is het verhaal van het weekend dat de auto goed was, maar dat we door de safety car situaties geen maximaal resultaat hebben gehaald. Het goede nieuws is wel dat we door deze resultaten weer wat resultaatseconden kwijt zijn, dus we kijken nu al erg uit naar de Gamma Racing Day op Assen!”