De deelnemerslijst van de Dutch Supercar Challenge begint steeds meer vorm te krijgen en stukje bij beetje wordt bekend welke nieuwe bolides de klasse in 2011 mag verwelkomen. In de GT-divisie lijkt het er nu al op dat de strijd om de overwinning heviger dan ooit gaat worden. Naast de veel bekende namen en dikke bolides zoals Ferrari, Marcos, Mosler duiken er namelijk ook steeds meer nieuwe projecten op. Een van de meest opvallende projecten is daarbij misschien wel de aanschaf van twee Corvette C6.R GT1’s door Rick Abresch en Dave Basu. Deze Corvettes kwamen in 2010 nog uit in het FIA GT1-kampioenschap onder de vlag van het gerenommeerde Phoenix Racing. Twee recente kanonnen dus, wat voor beide coureurs weer een flinke stap voorwaarts gaat zijn.
Allebei de coureurs reden het afgelopen seizoen onder andere met een Ferrari F430 GT3, maar beiden kwamen ze erachter dat deze auto in het huidige GT-veld van de Dutch Supercar Challenge eigenlijk tekort komt. “Ik heb het er met Rick toen weleens over gehad wat nou de juiste auto voor de DSC is”, vertelt Basu. “Eigenlijk waren we het er beiden vrij snel over eens dat dat een auto moest zijn met een LS7 Corvette-motor zoals die onder andere in een Mosler en een V8Star zit. We hebben beiden vorig jaar met de Ferrari ervaren dat we vooral bij het uitkomen van de bochten echt tekort kwamen op andere wagens. Een hoogtoerige Ferrari is een schitterende auto om te zien en om te rijden, maar op koppel verlies je het gewoon ten opzichte van de andere wagens die momenteel rondrijden in de Dutch Supercar Challenge.”
Rick Abresch, die tot aan zijn harde crash met Kevin Riley op Assen al reed met een Corvette Z06 GT3, stuitte bovendien tijdens de 24h van Le Mans op de Corvette C6.R GT1. “Ik had geen echte voorliefde voor Corvette maar naarmate ik langer in de Corvette Z06 GT3 reed ging die auto mij steeds meer bevallen, totdat aan dat verhaal tijdens de Superleague in Assen een einde kwam”, aldus Abresch. “Ik ben bij David Hart gaan kijken bij de 24h van Le Mans en ik stond toen met open ogen te kijken naar de techniek van de Corvette C6.R. Ook het geluid dat eruit kwam was echt schitterend. Ik ben toen eens gaan informeren en toen bleek dat ik een mooie deal kon doen waarin mijn Ferrari F430 GT3 betrokken kon worden.”
Abresch nam op zijn beurt Dave Basu mee naar de FIA GT1-race op de Duitse Nürburgring en ook Basu was al snel verkocht. “Als we het wilden doen moesten we het nu doen, bovendien ook omdat er in het GT1-kampioenschap nogal wat problemen zijn met de verschillende budgetten. De Corvettes gingen daarbij ook al een paar jaar mee in dit kampioenschap en mochten in hun huidige specificatie alleen nog in 2011 meedoen in het FIA GT1-kampioenschap. Het was dus voor ons een gunstig moment om de wagens over te nemen”, legt Basu uit.
Maar daarmee waren Abresch en Basu er nog niet. Het klaarmaken van de Corvette voor de Dutch Supercar Challenge blijkt al een project op zich. Bij een GT3 zijn onderdelen soms nog makkelijk te krijgen, maar bij een GT1 is bijna alles speciaal gemaakt voor deze auto. Bovendien moeten er ook een aantal dingen aan de wagen aangepast worden om te voldoen aan het reglement van de DSC. Zo moet de auto stalen remmen hebben, terwijl onder een GT1 normaal gesproken Carbon remmen zitten. “Dit lijkt simpel om te zetten, maar uiteindelijk moesten we aparte ‘brake heads’ speciaal voor deze auto laten maken”, vertelt Basu. “Ook zijn we druk met een nieuw uitlaatsysteem, om aan de geluidsnormen te kunnen voldoen. En alles in tweevoud, want de auto van Rick krijgt dezelfde aanpassingen.”
Beide wagens komen overigens uit de stal van Phoenix Racing, waarbij de auto van Basu de auto is waar afgelopen seizoen de Nederlander Mike Hezemans een aantal races mee in actie kwam. De auto van Abresch reed afgelopen december zelfs nog mee met het FIA GT1-kampioenschap in San Luis, Argentinië. “Deze wagen staat momenteel nog bij Phoenix Racing, alwaar de wagen volledig opnieuw wordt opgebouwd”, aldus Abresch, die daardoor ook kort kan zijn over zijn eigen voorbereiding richting het nieuwe seizoen. “Die is er niet.”
Voor Basu, waarvan de auto inmiddels al in Nederland is, gaat het rijden met de Corvette een volledig nieuwe ervaring worden. “Ik race eigenlijk pas 2,5 jaar, waarvan het eerste halve jaar in de Ferrari F430 Challenge. Daarna ben ik overgestapt naar de Dutch Supercar Challenge met een Ferrari F430 GT2, maar ik merkte al snel dat die stap te groot was. Ik was paddleshift gewend en het ‘heel-toe’ rijden is echt een stuk moeilijker. Destijds heb ik die GT2 toen door kunnen verkopen aan Peter Versluis waarna ik ben overgestapt naar een Ferrari F430 GT3 die paddleshifts had”, legt Basu uit, die inmiddels druk doende is om zich de heel-and-toe techniek eigen te maken. “Ik ben bezig met een serieuze simulator en daarnaast ga ik ook zeker nog een paar keer testen. Nu ik zo’n auto heb wil ik het ook wel echt serieus gaan aanpakken wat dat betreft. Ik wil het echt goed onder de knie hebben voordat ik met deze wagen races in de DSC ga rijden, en de kans is daarom nog best aanwezig dat ik de eerste race nog met mijn oude auto rijd.”
Basu heeft ook al het een en ander gehoord over de andere deelnemers in 2011, en kijkt daarom ook al erg uit naar het eerste raceweekend. “Ik denk dat er komend seizoen weinig kampioenschappen zijn in Europa waar dit soort dikke bolides in actie komen, op het GT Open na misschien. Zoals het er momenteel naar uit ziet komen er in de DSC bijvoorbeeld meer Corvette GT1’s aan de start dan in het FIA GT1-kampioenschap. Bovendien wordt ook het aantal GT2-bolides uitgebreid. Tel daarbij op de vaste namen zoals René Snel met zijn snelle Porsche en de verschillende Moslers. Het leuke aan een klasse als de DSC is daarbij juist ook de diversiteit aan auto’s en coureurs”, aldus Basu. “En dat is niet alleen voor het publiek maar ook voor ons als rijders. Dat bijvoorbeeld een Jaap van Lagen met zijn Porsche GT3 in de regen gewoon mee kan komen met de kop van het veld, dat is toch eigenlijk gewoon genieten?”
Rick Abresch vindt het vooral belangrijk dat plezier voorop staat. “De DSC is mij tot nu toe goed bevallen en zolang mijn sponsors een duit in het zakje blijven doen blijf ik zeker meedoen. Mijn doelstelling is bovendien altijd hetzelfde. Of ik nou in een raceauto zit of met mijn werk of familie bezig ben ik wil altijd plezier hebben”, vertelt Abresch. “Winnen is daarbij van ondergeschikt belang, resultaten komen dan vanzelf.”
Voor Basu geldt eigenlijk hetzelfde verhaal. “Het is vooral weer een nieuw project en een nieuwe uitdaging. Ik denk dan ook niet dat de concurrentie al bang voor me hoeft te zijn, want ik moet gewoon nog erg veel leren”, besluit Basu, die overigens nog wel aangeeft dat de Corvettes van hem en Abresch niet tot hetzelfde team gaan behoren. “Rick heeft zijn team en ik ook, dus strijd blijven we onderling leveren. Ik heb er in ieder geval heel erg veel zin in!”