Peter Hoevenaars heeft op Spa Francorchamps zijn allereerste overwinning bij de Super GT’s gepakt. De Viper-coureur was in de zondagsrace van de Supercar Challenge powered by Dunlop tijdens het Racing Festival op een opdrogende baan zijn concurrentie te snel af en zelfs een tijdstraf stond een overwinning voor Hoevenaars niet in de weg. Bij de GT-divisie ging de overwinning naar Steve Vanbellingen en Ward Sluys, bij de GTB-divisie ging de overwinning na een inhaalrace naar René Wijnen en Charlie Frijns. In de Supersport-divisie won Bas Schouten en in de Sport-divisie ging de overwinning ondanks een hoop pech naar Aart Bosman.
Glynn Geddie was evenals in de race op zaterdag het beste weg, met daarachter Jan Versluis op de tweede plaats. Daarachter had Peter Hoevenaars een goede start, want de Viper-coureur pakte meteen de derde plaats in de race over van Bob Herber. Daarachter was Sebastiaan Bleekemolen meteen op stoom. De Porsche-coureur ging in de eerste ronde als een warm mes door de boter en reed iedereen voorbij. Bleekemolen, gestart op regenbanden, pakte in de eerste ronde zelfs al de eerste plaats over van Geddie.
Bleekemolen kon in de eerste ronden snel uitlopen op achtervolger Geddie, die het op zijn beurt flink aan de stok had met Peter Hoevenaars. Hoevenaars kende een sterke openingsfase en kon in de vierde ronde Geddie zelfs inhalen. Achter Geddie lagen Jan Versluis, Bob Herber, Henry Zumbrink en Roger Grouwels op de posities vier tot en met zeven.
Hoevenaars stond op slicks en had daar op een opdrogende baan flink voordeel van. De Viper-coureur kon dan ook Sebastiaan Bleekemolen binnen hengelen, die op regenbanden was gestart. Verschillende teams, waaronder Hoevenaars maar ook Roger Grouwels, Henry Zumbrink, Glynn Geddie en Jan Versluis, hadden op de startgrid hun regenbanden nog ingewisseld voor slicks. Dit kwam deze teams echter allemaal op een tijdstraf van zestig seconden te staan, omdat het wisselen van banden op de startgrid zonder toestemming van de wedstrijdleiding vooraf niet is toegestaan. Sebastiaan Bleekemolen, en van de weinigen die niet had gewisseld, kwam hierdoor virtueel aan de leiding in de race te liggen.
Achter de kopgroep waren er in de beginfase ook veel spannende gevechten. Hier ging het tussen Bob Herber, Jan Versluis, Henry Zumbrink en Roger Grouwels. Grouwels had in deze groep bovendien geluk, want de Corvette-coureur spinde bovenop Radillon maar kon uit de bandenstapels blijven en zijn weg vervolgen.
Door de penalty van zestig seconden voor de rijders die op de startgrid banden hadden gewisseld was de strijd om de eerste plaats zeer spannend. Virtueel was die door de penalty lange tijd in handen van Bleekemolen, maar Hoevenaars was op zijn slicks zeer snel en maakte elke ronde veel tijd goed. Ronde na ronde noteerde Hoevenaars de snelste rondetijd en kon daarbij zelfs uitlopen op achtervolger Geddie.
Achter Geddie was het nog steeds onverminderd spannend. Bob Herber lag op de vierde plaats en stond onder zware druk van Jan Versluis, die verwoede pogingen deed om Herber in te halen maar er maar niet voorbij kwam. Het tweetal ging meerdere malen zij aan zij door onder andere de busstop-chicane, maar elke keer was het Herber die zijn positie kon behouden. Henry Zumbrink lag hierachter op de zesde plaats, met daarachter weer Roger Grouwels.
Na de pitstops lag Peter Hoevenaars ondanks zijn tijdstraf aan de leiding, met daarachter op veertien seconden achterstand Sebastiaan Bleekemolen. Henry Zumbrink lag op de derde positie met daarachter Roger Grouwels, Martin Lanting, Glynn Geddie en Jan Versluis.
Niet iedereen bleek bij de Super GT’s zijn pitstop goed te hebben afgerond. Henry Zumbrink, Sebastiaan Bleekemolen en ook Roger Grouwels bleken te kort stil te hebben gestaan waardoor zij en drive-through aan hun broek kregen. Dit was ten gunste van Peter Hoevenaars, die hierdoor zijn voorsprong alleen maar groter zag worden.
De strijd om de tweede plaats werd in de slotfase nog zeer spannend. Die was virtueel door de tijdstraf bij anderen nog steeds in handen van Sebastiaan Bleekemolen, maar op de baan waren Glynn Geddie en Henry Zumbrink nog flink met elkaar in gevecht. Zumbrink zette Geddie zwaar onder druk en Geddie moest tussen de achterblijvers rijdend alle zeilen bijzetten om voor Zumbrink te blijven. Ook hierachter was het nog spannend tussen Jan Versluis en Roger Grouwels.
Het gevecht tussen Geddie en Zumbrink was tot aan de laatste bocht spannend, maar Geddie slaagde er ondanks tegenliggers in om zijn derde plaats te behouden. Bovendien hing er door een spin van Dirk Schulz in het laatste gedeelte van de baan een gele vlag, waardoor Zumbrink ook geen inhaalactie meer kon wagen. De overwinning in de race ging echter naar Peter Hoevenaars, voor Sebastiaan Bleekemolen die ondanks een drive-through de tweede plaats veiligstelde.
Peter Hoevenaars was na afloop uitermate blij met zijn overwinning. “Ik wist dat we op een half natte baan snel zouden zijn, maar ik had verwacht dat de anders auto’s zodra de baan droog was weer sneller zouden zijn. Dat bleek alleen niet het geval, dus echt super dit!”, aldus Peter Hoevenaars, die hiermee zijn allereerste Super GT-race op zijn nam schreef. “Van de straftijd voor die bandenwissel wist ik trouwens niks, dat vertelde het team mij pas net. Gelukkig was mijn voorsprong groot genoeg.”
In de GT-divisie was de beste start voor Craig Wilkins, die de eerste ronde wel veel tijd verloor en in het gedrang tussen de GTB- en Supersport-divisie kwam. Steve Vanbellingen begon de race helemaal achteraan, want de BMW-coureur besloot bij de start van de race naar binnen te komen om zijn regenbanden te wisselen voor slicks.
Craig Wilkins bleek op de startgrid al banden te hebben gewisseld waardoor ook hij net zoals veel rijders uit de Super GT-divisie een tijdstraf aan zijn broek kreeg van zestig seconden. Hierdoor kwam Steve Vanbellingen virtueel weer aan de leiding. Vanbellingen kwam gaandeweg de wedstrijd vorderde steeds beter in zijn ritme. De BMW-coureur haalde veel wagens in en reed voor de pitstops op zijn slicks weer richting de top tien algemeen.
Ook na de pitstops had de equipe van Vanbellingen/Sluys de eerste plaats in handen. Ward Sluys gaf die niet meer af, waardoor Steve Vanbellingen en Ward Sluys alweer een overwinning op hun cv konden bijschrijven. Craig Wilkins en Aaron Scott eindigden op de tweede plaats.
De beste start in de GTB-divisie was voor Marcel van Berlo in de Porsche 997 GT3 Cup. Van Berlo had in de eerste ronde onder andere Charlie Frijns en Jack van der Ende ingehaald. Ook Gerard de Jong had een goede start en kreeg in de eerste ronde de tweede plaats in handen.
Gerard de Jong leek in de openingsfase op de juiste banden te staan, want de Porsche-coureur pakte na een aantal ronden de eerste plaats over van Marcel van Berlo. Achter Van Berlo lag Jack van der Ende op de derde plaats, gevolgd door Marc Neyens.
Gerard de Jong was gestart op regenbanden en op een opdrogende baan liepen zijn tijden na een sterke beginfase dan ook snel op. Marc Neyens, inmiddels opgeklommen naar de tweede positie, maakte hier dankbaar gebruik van en pakte voor de pitstops de eerste plaats over van De Jong.
Na de pitstops waren net nog steeds Patrick Lamster en Marc Neyens die de eerste plaats in de GTB-divisie in handen hadden. Daarachter lag Gerard de Jong nog steeds op positie twee, gevolgd door het duo Köhler/Ertan en Wijnen/Frijns.
Patrick Lamster leek op rozen te zitten, maar de Porsche-coureur verloor door een spin in La Source veel tijd waardoor zijn eerste plaats toch nog onder druk stond. Gerard de Jong noteerde ook na de pitstops snelle rondetijden en reed naar de koploper toe.
Bij de Porsche van het duo Wijnen/Frijns was het na de pitstops Charlie Frijns die het stuur van René Wijnen over had genomen. Frijns was in die auto na de pitstops razendsnel en kon zijn achterstand ten opzichte van de koplopers snel goedmaken. Het werd in de slotfase hierdoor nog uitermate spannend en uiteindelijk waren het zelfs Charlie Frijns en René Wijnen die de overwinning pakten.
“Ik was op regenbanden gestart en dat was duidelijk de verkeerde keuze”, aldus René Wijnen die de race ditmaal gestart was. “Charlie kwam daarom pas op de vijfde positie terug de baan op en had veel goed te maken. Maar hij reed weer een super stint en heeft alles weer goed gemaakt!”
In de Supersport-divisie was de beste start voor Ferry Monster. De Seat-coureur kreeg wel meteen Luc de Cock achter zich aan, die in de beginfase een veel betere start dan in de race op zaterdag. Koen Bogaerts en Jimmy Adriaenssens lagen na de eerste ronde op de posities drie en vier.
Ferry Monster kon in de openingsfase van de race uitlopen op Jimmy Adriaenssens, die in de eerste paar ronden Luc de Cock had ingehaald. De Cock had een zware beginfase, want de Lotus-coureur stond ook onder zware druk van onder andere Martin Webb, Jonas de Kimpe en Koen Bogaerts.
De Supersport-divisie zat dicht bij elkaar, want achter koploper Monster vonden er veel spannende gevechten plaats. Eerst was het Martin Webb die er in slaagde om Jimmy Adriaenssens in te halen voor de tweede plaats en daarachter was Bas Schouten aan een opmars bezig. De BMW-coureur had onder andere Ronald van Loon en Jonas de Kimpe ingehaald en lag zo voor de pitstops zelfs al op de tweede plaats in zijn klasse.
Na de pitstops had Robin Monster nog steeds de eerste plaats in handen, maar de BMW van Bas Schouten was de Seat tot op een paar seconden genaderd. Schouten kreeg hierna de eerste plaats in de schoot geworpen, omdat Robin Monster met een lekke band nogmaals de pitstraat op moest zoeken.
“De start ging super, ik reed in de beginfase zelfs tussen de Super GT’s”, vertelde Ferry Monster. “na de pitstops kregen we helaas weer een lekke band waardoor we een keer extra binnen moesten komen. Anders hadden we de race waarschijnlijk gemakkelijk gewonnen.”
Robin Monster kon zijn weg wel weer vervolgen en kwam uiteindelijk op de vijfde plaats weer terug de baan op. Bas Schouten had op dat moment de eerste plaats nog steeds in handen, met een voorsprong van twintig seconden op Ruud Olij. Pieter van Soelen was inmiddels opgeklommen tot de derde positie met daarachter weer Jimmy Adriaenssens.
Van Soelen kende op Spa echter een dramatisch weekend. Na zijn uitvalbeurt in de opstelronde in race één op zaterdag ging ook in de race op zondag namelijk zijn BMW kapot. Met nog vijf minuten op de klok moest Van Soelen dan ook zijn auto met technische problemen naast de baan parkeren. Jimmy Adriaenssens kreeg hierdoor de derde positie in handen en stond die niet meer af. De overwinning in de race ging na een sterke wedstrijd naar Bas Schouten, Ruud Olij eindigde op de tweede plaats.
En koploper in het kampioenschap Luc de Cock? Die kwam niet verder dan en positie rond de tiende plaats. “Eigenlijk ging alles wel fout, verkeerde bandenkeuze, verkeerde afstelling, een pitstop die veel te lang duurde”, aldus een balende Luc de Cock na afloop. “Het kampioenschap zag erop vrijdag nog een stuk beter voor ons uit.. Het gaat spannend worden in Assen!”
In de Sport-divisie was de beste start voor Eric van den Munckhof, met Caransa, Nieman en Bédorf op de posities twee drie en vier. Van den Munckhof kon in de eerste ronden een gat slaan richting Caransa, die bovendien in fel gevecht was met de Spirit-Clio’s. Aart Bosman ontbrak bij de kopgroep, want de Lotus-coureur was meteen bij de start binnengekomen voor slicks en moest door een kapotte versnellingspook ook voor een tweede maal de pitstraat opzoeken.
Beide Spirit-Clio’s waren snel onderweg en konden voorafgaand aan de pitstops de tweede en derde plaats in de race overnemen van Caransa. Bij de Clio’s was Frank Bédorf de snelste man, gevolgd door Rob Nieman.
Door de vele resultaatseconden bij Van den Munckhof kreeg Frank Bédorf na de pitstops zelfs de eerste plaats in handen. Van den Munckhof kon zijn tweede plaats wel behouden, maar daarachter was Aart Bosman aan een opmars bezig. De Lotus-coureur had bij de start van de race veel tijd verloren en deed er alles aan om toch nog veel punten te scoren. Van den Munckhof kon uiteindelijk geen vuist maken tegen Bosman, omdat bij Van den Munckhof in de slotfase van de race zijn auto kapotging.
Bosman noteerde snelle rondetijden en slaagde er dan ook ondanks zijn achterstand in de beginfase van de race in om de eerste plaats binnen te hengelen. “Ik kwam bij start van de race meteen binnen voor slicks omdat het achterop de baan droog was. Toen ik weer aan het rijden was brak ineens mijn versnellingspook af, waardoor ik wederom naar binnen moest. Het team heeft toen van een momentsleutel een nieuwe versnellingspook gemaakt en daar heb ik verder mee gereden”, aldus Bosman. “Ik vind het alleen maar leuk om op een opdrogende baan gereden dus daarna ging het goed. Wel mooi dat ik uiteindelijk eerste ben geworden, het kampioenschap is bijna binnen!”
Frank Bédorf eindigde op de tweede plaats. Lang leek Rob Nieman de derde positie te pakken, maar voor de Clio-coureur duurde de race net een paar ronden te lang. Eerst was het namelijk de Clio van De Borst/De Kleijn die Nieman nog inhaalde en in de laatste ronden pakte ook Caransa nog een positie af van Nieman.