ASSEN - Teamgenoten Jan van der Kooi en Aart Bosman hebben tijdens de eerste race van de Dutch Supercar Challenge tijdens de Gamma Racing Day beiden een overwinning behaald. Van der Kooi was de snelste man in de Supersport II-divisie en Aart Bosman besliste een zeer spannende slotfase van de Sport-divisie in zijn voordeel. In de Supersport II-divisie ging de tweede plaats naar Robin Monster, en Bob Herber en Wilfred Boender werden na een spannend duel met Daan Meijer derde. In de Sport-divisie ging de tweede plaats naar de gebroeders Grouwels, voor de sterk rijdende Nico Been.
De start van de race begon dramatisch voor het team van Braspenning Racing. In de tweede bocht verremde Iman van Schelven zich waarna hij teamgenote Eline Braspenning aantikte. Beiden gingen in de rondte en namen daarmee ook Richard van den Bos en Leo Kurstjens mee. Kurstjens kon zijn weg vervolgen, maar de beide Braspenning BMW’s moesten hun wedstrijd staken. Ook Richard van den Bos moest hierna zijn auto met schade in de pitstraat parkeren.
Kurstjens trof het niet in de eerste ronde, want een paar bochten later kwam hij met zijn Focus Sport in aanraking met John van der Voort. Van der Voort was rechtdoor geschoten in de Ruskenhoek, en kwam daarna vlak voor Kurstjens de baan op. Kurstjens had meer snelheid en zette zijn auto meteen naast Van der Voort, die echter zijn auto bij de aankomende bocht gewoon instuurde. Beide bolides raakten elkaar waarna Van der Voort zelfs vast kwam te staan in het grind.
Vooraan in het veld had Pieter van Soelen de beste start gemaakt. De BMW-coureur pakte meteen de kop en zag dat polesitter Luc de Cock verschillende plaatsen verloor. Achter Van Soelen was er meteen een flink gevecht tussen Bob Herber en Jan van der Kooi, dat Van der Kooi in zijn voordeel besliste.
Van der Kooi bleek zeer snel en pakte in de beginfase al snel de eerste positie over van Pieter van Soelen. Achter Van Soelen slaagde Robin Monster er in de vijfde ronde in om de Saker van Bob Herber in te halen. Daarachter lag De Cock op de vijfde plaats, met daarachter Mark van der Aa. Laatstgenoemde moest zijn BMW 1-serie al voor de pitstops met technische problemen aan de kant parkeren.
De pitstops gooiden het veld door de strafseconden aardig door elkaar. Jan van der Kooi was op de eerste positie komen te liggen met daarachter Luc de Cock en Robin Monster. Achter Monster lagen Herbert Boender, Pieter van Soelen en Daan Meijer op de posities vier, vijf en zes. Bij het sluiten van het pitwindow kwam bovendien de safety car de baan op, omdat in de Sport-divisie twee deelnemers van de baan waren geraakt.
Na de pitstops bleek dat Luc de Cock en Pieter van Soelen tekort hadden stilgestaan tijdens de pitstops. Zij kregen dan ook nadat de safety car het veld weer had losgelaten meteen een drive-through. Jan van der Kooi kwam hierdoor solide op de eerste plaats te liggen, met daarachter Robin Monster.
Om de derde plaats werd het in de laatste ronden uitermate spannend tussen Herbert Boender en Daan Meijer. Boender moest alle zeilen bijzetten om Meijer achter zich te houden, en leek daar dan ook niet in te slagen. Meijer bleek met zijn Porsche zeer snel en kon voorbij Boender gaan, die zich echter niet gewonnen gaf en in de laatste ronde toch nog de derde plaats terugpakte van Meijer. Achter Jan van der Kooi en Robin Monster pakten Bob Herber en Herbert Boender dan ook de derde plaats.
Zoals gezegd ging het bij de snelste man in de Sport-divisie al in de eerste ronde fout. Richard van den Bos werd de dupe van een spin van Iman van Schelven waardoor zijn auto teveel schade opliep om zijn race te vervolgen. Peter van Vliet kwam hierdoor op de eerste plaats te liggen, met daarachter Nico Been. Achter Been waren het Erik van den Munckhof en Guillaume Schulz die snel naar voren reden.
Nog voor het begin van de pitstops waren zowel Guillaume Schulz als Erik van den Munckhof doorgeschoven naar de eerste twee posities, maar daarna ging het voor het duo fout. De auto van Van den Munckhof ging kapot, waarna Guillaume Schulz spinde door het ontstane oliespoor. Schulz kwam hierbij ver van de baan in het gras terecht, en kon zijn weg daarna niet meer vervolgen. Een zuur einde van de race voor de kampioenschapskandidaat dus.
Hierdoor kwam de eerste positie in deze race in handen van Nico van Vliet, die door de safety car veel auto’s achter zich aan had zitten. Bij de herstart van de race zat de top zeven van de Sport-divisie binnen vier seconden van elkaar verwijderd, waardoor er dan ook een uitermate spannend slot van de race plaatsvond.
Smaakmaker in dit geheel was oudgediende Nico Been, die al snel na de herstart de eerste positie overnam van Nico van Vliet. Van Vliet slaagde er echter in om de volgende ronde weer voorbij te gaan aan de Clio-coureur. Achter Been verscheen daarna Aart Bosman, die door de safety car veel tijd goed had kunnen maken en hierna op was gerukt naar de derde plaats.
Van Vliet kwam hierdoor hevig onder druk te staan en kreeg bovendien last van een lekke band. Van Vliet ging wijd in de Ruskenhoek, waarna verschillende coureurs de BMW konden passeren. Nico Been pakte hierdoor weer de eerste plaats, maar kon veel later niet voorkomen dat Aart Bosman hem voorbij stak.
De laatste ronden kreeg Been hierna Roger Grouwels aan zijn staart. Beide Clio’s bleven fel in gevecht, maar uiteindelijk kon Grouwels het gevecht toch in zijn voordeel beslissen. Been bleef wel derde, en mocht hierdoor voor het eerst sinds lange tijd weer eens het podium beklimmen. Aart Bosman won de race, en pakte hiermee waardevolle punten voor het kampioenschap.