Voor Robin en Ferry Monster, de broers die dit jaar debuteren in de Supersport II-divisie van de Dutch Supercar Challenge, kon de start van het seizoen niet beter beginnen. Het duo boekte onder regenachtige omstandigheden een fraaie overwinning en liet de concurrentie ver achter zich. Dit was ook het geval in de Sport I-divisie, want daar reed de Duitser Wilfried Schawohl iedereen op een ronde. De strijd in de Sport II-divisie was wel uitermate spannend, want Erik Buys, Rob Nieman en Frank Bédorf leverden tot aan de finish een felle strijd. De race werd gekenmerkt door mist en regenachtige omstandigheden, wat het rijden zeer verraderlijk maakte voor de coureurs.
In de Supersport II-divisie wisten de gebroeders Monster hun pole position goed te verdedigen bij de start. De naaste concurrenten van Robin en Ferry Monster, zijnde Richard van den Bos en Pieter van Soelen met de BMW 1-serie, verschalkten in de eerste bocht de als tweede gestarte Frank Bédorf. Overigens komt Bédorf met een Renault Clio RS uit in de Sport II-divisie, maar wist hij bij de kwalificatie ongeveer alle deelnemers uit de hogere Supersport II- en Sport I-divisie achter zich te laten. Het lukte de gebroeders Monster om de eerste ronden afstand te nemen van Pieter van Soelen. Per ronde liepen ze een aantal seconden uit waardoor hun voorsprong op kon lopen tot wel een halve minuut.
Bob Herber was in het begin van de race constant. Hij kwam met zijn nieuwe Saker nog een aantal seconden tekort op zijn voorliggers, maar hij kon in het begin van de race wel zijn derde plek behouden. Later in de race kreeg Eugène Janssen met zijn nieuwe BMW Z4M een goed ritme te pakken. Liggend op een vierde plek was hij per ronde een paar seconden sneller dan Herber, en het lukte Janssen dan ook om in de achtste ronde Herber te verschalken. Janssen is op dat moment zelfs sneller dan de op de tweede plek liggende Pieter van Soelen. Het duurde dan ook niet lang voordat Janssen de tweede plek voor zich opeiste.
Na de pitstops waren het de gebroeders Monster die nog steeds met ruime voorsprong de eerste plek in handen hadden. Achter de coureurs van de RIWAL Seat Leon SuperCopa ontstond echter een spannende strijd om de tweede plaats. Janssen lag na de pitstops tweede maar Richard van den Bos, die op dat moment het stuur had overgenomen van Pieter van Soelen, kroop langzaam maar zeker naar Janssen toe. Uiteindelijk lukte het Van den Bos om Janssen in de negentiende ronde te verschalken. Hierdoor eindigden Van den Bos en Van Soelen op een tweede plek, voor Eugène Janssen met zijn BMW Z4M.
Voor Bob Herber verliep het einde van de race minder voortvarend. In één van de laatste ronden spinde Herber aan het einde van het rechte stuk. Rob Nieman, uitkomend in de Sport II-divisie en op dat moment op de koppositie liggend van die divisie, kon Herber niet meer ontwijken en knalde op de voorkant van de gloednieuwe Saker. Een flinke pak schade was het gevolg en de wedstrijdleiding besloot dan ook om de wedstrijd met een code rood voortijdig af te vlaggen.
In de Sport I-divisie was er een verrassing bij de startopstelling. Bij sommige deelnemers had de transponder in de kwalificatie niet goed gewerkt waardoor later bleek dat onder andere Eline Braspenning en Esra van Elk een tweede tijd hadden gereden. Zij mochten dus ver vooraan starten, en konden dan aan het begin van de race goed volhouden.
Wilfried Schawohl kende een zeer goed verloop van de race. De als achtste gestarte Lotus-coureur lukte het om in de tweede ronde al op een tweede plek in de divisie te rijden, achter de van pole gestarte Zappeij. Schawohl weet later in de race zelfs op te rukken naar een eerste plek in de divisie en zal deze ook niet meer afgeven.
Eline Braspenning en Esra van Elk lukte het om tijdens de race goede rondetijden te noteren waardoor ze uiteindelijk op een derde plek in de divisie wisten te eindigen. Derde werd de Belg Luc de Cock, die uitkomt in een fraaie Lotus Exige.
De strijd in de Sport II-divisie was zeer spannend. De teamgenoten bij Spirit Racing, zijnde Rob Nieman, Erik Buys en Frank Bédorf maakten er een waar schouwspel van en bleven ronden lang bumper aan bumper achter elkaar aanrijden.
In het begin van de race was het Frank Bédorf die het voortouw nam, gevolgd door Buys en een aantal seconden daarachter Nieman. Nieman was er echter goed voor gaan zitten en liet snelle rondetijden noteren. Na een aantal ronden lukte het Niemand om voorbij te gaan aan Buys, en in de zevende ronde lukte het Nieman zelfs om de koppositie van Frank Bédorf over te nemen. Opvallend is de snelheid van de drie Clio’s die duidelijk goed uit de voeten kunnen in de regen en het zelfs deelnemers in hogere divisies knap lastig maakten.
Ook na de pitstops waren de drie teamgenoten erg aan elkaar gewaagd. Alle drie bleven ze hun snelste ronde verbeteren en lieten ze elkaar geen ruimte om de positie over te nemen. Buys lukte het uiteindelijk wel om teamgenoot Bédorf te verschalken. Voor koploper Nieman eindigde het einde van de race met een klapper wanneer hij de voor hem gespinde Bob Herber niet meer kon ontwijken. Beide bolides hadden flinke schade en stonden op een gevaarlijk punt waardoor de wedstrijdleiding besloot om de wedstrijd met code rood te eindigen. Voordeel voor Nieman was dat hierdoor de stand van de ronde voor de crash als uitslag werd genomen, waardoor hij alsnog als eerste eindigde in de Sport II-divisie.