ASSEN - De Finaleraces van de Dutch Supercar Challenge zijn van start gegaan, en hoe! Op een nog vochtig circuit eindigden veel coureurs naast de baan, met her en der aardig wat schade tot gevolg. Er waren gespannen gezichten bij de coureurs die nog kans maken op het kampioenschap.
In de GT-divisie gaat het kampioenschap eigenlijk nog tussen Roger Grouwels en Diederik Sijthoff. “Ik hoorde van Diederik dat hij de hele week al niet had kunnen slapen haha”, aldus Grouwels. “Zelf heb ik daar wat minder last van, meestal krijg ik op de startgrid pas last van klamme handjes. Wel heb ik besloten om dit weekend niet in de Clio te rijden, omdat ik toch merk dat ik dan in zowel de Clio als in de Corvette langzamer bent. Het vergt toch best wat aanpassing elke keer. Ik kijk in ieder geval erg uit naar het weekend.”
Ook Diederik Sijthoff kijkt erg uit naar komend weekend. “Ik vind het erg spannend, het blijft natuurlijk autosport dus er kan nog van alles gebeuren. Ik ga in ieder geval mijn uiterste best doen om kampioen te worden. Maar dat doet Roger ook, want allebei hebben we vijf sets nieuwe slicks dit weekend haha. Ik sta echt al twee weken te trappelen om te kunnen rijden, ik heb er echt zin in.”
Voor het team van Brinkmann Motorsport is het weekeinde niet goed begonnen. Ardi van der Hoek vloog in één van zijn eerste ronden van de baan in de lange doordraaier na de Ruskenhoek. “De baan was nog nat en ik was naar buiten gegaan op slicks. Het gebeurde bij het uitkomen van de bocht, waar de auto ineens uitbrak.” Van der Hoek kwam hierna met de neus van de Audi in de vangrail terecht. “De auto heeft veel schade, dus het is nog maar de vraag of we nog kunnen rijden. Erg klote dit.”
Naast Ardi van der Hoek eindigden meer coureurs naast de baan, zoals Jan Versluis. “Het ging eigenlijk helemaal niet hard, ik reed misschien 120 ofzo. Het gebeurde bij het aanremmen van de GT, daar brak de achterkant ineens uit. Het hele jaar gaat het goed en dan in de vrije trainingen gebeurt er dit. Jammer maar gelukkig valt de schade verder mee dus dat komt wel weer goed.” Ook Dave Basu, dit weekeinde weer terug met zijn Corvette C6.R GT1, had een touché met de betonnen muur. Zijn auto liep hierbij onder andere schade op aan de bumper en aan de splitter. Het team is dus nog zeer druk om de auto weer gereed te krijgen.
In de Supersport I-divisie ging bij Nelson van der Pol de motor kapot. “Het was een flinke plof, ik zag helemaal niks meer in ieder geval. Maar ja, beter nu in de vrije training dan morgen tijdens de wedstrijd. Het team is nu een nieuwe motor aan het regelen zodat ik morgen achteraan kan starten.”
Bij Wolf Nathan is het team na de vrije trainingen zelfs een andere auto gaan halen, omdat Nathan er hard vanaf ging in de Ramshoek. “Het was een flinke klap ja, de bandenstapels kwamen snel dichtbij in ieder geval”, aldus Nathan, die zelfs even bang was dat zijn auto over de kop zou gaan. “Eerst dacht ik dat de auto in het grind zou happen en rond zou gaan, maar gelukkig stuiterde hij mooi over het grind heen. De schade is misschien nog wel te repareren, maar we kiezen ervoor om met een andere auto van start te gaan morgen.”
In de Supersport II-divisie zijn alle ogen gericht op de Seat Leon van de gebroeders Monster. “Wij gaan vooral lekker rijden dit weekend”, aldus Robin Monster. “De druk ligt namelijk niet bij ons, maar bij de anderen. Heelhouden, dat is ons verhaal van dit weekend.”
Koen Bogaerts laat op zijn beurt weinig merken van die druk, omdat hij denkt dat de eerste plaats al vergeven is. “Ik denk dat wij strijden om de tweede en derde plaats, omdat het gat van twintig punten met de gebroeders Monster best groot is. Zij moeten uitvallen of eenmaal maximaal tiende worden willen wij nog kans maken. Maar het blijft autosport, dus we gaan het zien.”
Marco Poland beleefde geen gelukkige vrije training met zijn BMW. Zijn auto liep namelijk schade op bij de wielophanging en de schokdemping na een botsing met een andere deelnemer. “Een van die BMW’s uit Oekraïne ging wijd bij een bocht dus ik schoot binnendoor. Hij stuurde daarna alleen meteen weer in waardoor ik vol aan de zijkant geraakt werd.” Teamgenoot Pieter van Soelen noteerde uiteindelijk de snelste tijd in deze klasse, voor de Seats van de gebroeders Monster en Marcel Norbart.
In de Sport-divisie was de snelste tijd opmerkelijk voor de gebroeders Van Vliet, maar opvallend detail was hierbij dat Bert van der Zweerde bij het noteren van deze tijd achter het stuur zat van de ETEC BMW. Van der Zweerde was gevraagd of hij een tijd kon noteren om te kijken waartoe de auto in staat was. Zijn tijd bleek echter meteen een paar seconden sneller dan de snelste tijd van Peter en Nico, waarmee bleek dat zij nog wat werk aan de winkel hebben. In de strijd om het kampioenschap noteerde Aart Bosman een snellere tijd dan Guillaume Schulz.